Over bekering

Zondag 13 december 2015, 3de zondag van de advent (jaar C)

Het is mijn diepe overtuiging dat niets ter wereld zo genezend inwerkt op de mens als ware godsdienst. Ik geloof dat elke stap die mij dichter bij God brengt, mij meer heelt en evenwichtig maakt dan welke wetenschappelijke of pseudo- wetenschappelijke therapie ook. Anderzijds is het ook duidelijk dat religie een geheimzinnige aantrekkingskracht uitoefent op mensen die, laten we het zachtjes uitdrukken, enigszins excentriek overkomen. En ik denk dan niet alleen aan de wild krijsende en dansende tovenaars bij primitieve volkeren of aan de zwaar gedrogeerde orakels uit de Oudheid. Maar ook aan “onze eigen” pilaarheiligen in de Egyptische woestijn, aan mensen als Pieter de kluizenaar en Raspoetin, aan de stichters en bezielers van allerlei sekten.

Verrassend mild
Johannes de Doper, die traditioneel gezien wordt als de voorloper van Jezus, en die zelfs de grootste van alle profeten wordt genoemd, maakt ook niet direct een erg burgerlijke indruk. Met zijn kameelharen pak en zijn dieet van sprinkhanen en wilde honing is hem typeren als “een beetje apart” het minste wat je doen kan. Wanneer deze Johannes nu de mensen vermanend toespreekt en hen opzweept om zich te bekeren, dan verwacht je dat zo’n man ook extreem hoge eisen gaat stellen. Dat hij buitengewone staaltjes van ascese en zelfverloochening van de mensen verlangt. Niets is echter minder waar. Zo buitengewoon opvallend zijn verschijning was, zo ontnuchterend eenvoudig en gematigd was wat hij van de mensen verlangde. Geen morele hoogstandjes, geen adembenemende werken van barmhartigheid. Het enige wat Johannes aan de mensen vraagt, is dat ze hun gewone beroepsmatige bezigheid plichtsbewust zouden vervullen. Dat ze hun gewone werk behoorlijk zouden verrichten met het in acht nemen van de regels die iedereen “van nature uit” kent: niet stelen, niet bedriegen, mensen niet afpersen of bedreigen, enzovoort.

Geen uitsluiting
Ik denk dat het belangrijk is om hierbij voor ogen te houden dat Johannes de voorloper en de “wegbereider” van Jezus is. Wat hier bijgevolg gezegd wordt is dat je om Jezus te kunnen ontvangen, om christen te kunnen worden, niet voorafgaandelijk aan een aantal eisen moet voldoen. Anders dan bijvoorbeeld in de toenmalige mysteriegodsdiensten of in bepaalde hedendaagse sekten, moet je je niet intellectueel of financieel onderscheiden van de gewone mensen. Iedereen kan Jezus in zijn leven verwelkomen. Ook zieke en ongeletterde mensen. Ook vreemdelingen en slaven. De enige voorwaarde om Jezus in je leven te kunnen verwelkomen, is dat je verzaakt aan hogergenoemde slechte gedragingen. Om Jezus te kunnen ontmoeten moet je niet over bepaalde kwaliteiten of talenten beschikken, maar je moet wel bereid zijn om je te bekeren. Om je op zijn komst voor te bereiden door je leven in orde te brengen.  Je moet bereid zijn om schoon schip te maken met allerlei slechte gewoonten. Bereid zijn om ondeugden en kwalijke hebbelijkheden in te riemen. En berouw  hebben over alles wat er fout loopt in je leven. Je moet m.a.w. uitkijken naar Jezus’ komst, ernaar verlangen.

Probleem
En misschien wringt hier wel het schoentje. Want, is dat ons diepste verlangen? Is dát wat de hedendaagse doorsnee westerling ten diepste verlangt, waar hij elke nacht van wakker ligt? Dat Jezus in zijn leven zou komen? De doorsnee westerling in deze tijd kan veel verlangens en dromen hebben, maar ik denk niet dat het verlangend uitzien naar de komst van Jezus in zijn leven daarbij hoort. Daarvoor is hij, eerlijk gezegd, veel te materialistisch ingesteld. Wij gaan mekaar geen Liesbeth noemen. Ook christenen houden van de “goeie dingen des levens” en met name katholieken kunnen zelfs heel Bourgondisch zijn ingesteld. En ondernemend zijn en inventief en vooruit willen en dus ook welstellend zijn is voor een christen eerder een pluspunt dan een ondeugd.

Goede wil
Maar alleen al het feit dat je hier bent vandaag, bewijst dat je weet dat er meer is dan alleen maar dát. En dat “meer”, dat is God, de geheimzinnige diepste grond van het bestaan, die een gezicht heeft gekregen in Jezus Christus. Wanneer je vandaag hier bent, wanneer je christen bent, dan wil dat zeggen dat je minstens vermoedt dat hoe dichter je bij Jezus komt of hoe meer je Jezus in je leven toelaat, hoe dieper en voller en ook gelukkiger je leven wordt. Maar we moeten dan wel tonen dat we tenminste ons best doen, tenminste proberen onze woning een beetje ordentelijk te maken. Wij moeten geen grote nummers opvoeren, geen opzienbarende uitingen van bekering. Het echt grote werk zal Jezus zelf in ons verrichten. Het enige wat van ons verlangd wordt is een paar duidelijke tekenen van onze goede wil om ons leven te beteren. Meer niet. Wij moeten ons niet als volmaakten aan Hem presenteren. Van Hem is geweten dat Hij graag bij tollenaars en zondaars zijn intrek neemt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s