Glashelder

Zondag 24 januari 2016, 3de zondag door het jaar (jaar C)

Vorige week zagen we hoe belangrijk de hulp van experten is om een Bijbeltekst goed te verstaan, om te begrijpen wat er nu precies gezegd wordt. Schillebeeckx die stelde het zo: “Wie een tekst die enkele duizenden jaren oud is leest vanuit een hedendaagse mentaliteit, letterlijk aanneemt wat er staat, zonder kennis van de tijd, de context en het literaire genre waarin de tekst thuishoort, die is zeer ketters bezig”… Die kán niet anders dan de tekst misverstaan. Omdat u, na al die jaren, allang doorhebt dat ik als christen niet echt wild wordt van het Oude Testament (en dus misschien een beetje bevooroordeeld ben), wil ik deze overweging toch afsluiten met een voorbeeld uit het Nieuwe Testament.

Paulus
U weet dat de apostel Paulus met zijn grote missietochten naar Griekenland en Klein-Azië, met zijn predicatie en zijn brieven ervoor zorgde dat het christelijk geloof zich losrukte uit het Joodse cancan. Hij legde de basis van een geloof   dat als een vreedzame storm over het Romeinse Rijk zou gaan en later de wereldreligie werd die we nu kennen. En nochtans heeft hij daar weinig dank voor gekregen. Paulus is er altijd van verdacht geweest dat hij van de enigszins libertijnse Jezusbeweging een strakke organisatie, een Kerk heeft gemaakt. En vooral heeft men hem kwalijk genomen dat hij nogal vrouwonvriendelijk was, de vrouwen in een ondergeschikte rol wilde houden.

Verrassing
Maar, wat blijkt nu uit modern onderzoek? Dat daar niets van aan is. Uit de brieven waarvan men zeker is dat ze van Paulus zelf zijn, komt een man naar voor die waarschijnlijk nog dichter bij Jezus stond dan de evangelisten. (Zijn brieven zijn ook ouder dan de evangelies!!) Een man die, net zoals Jezus, de volledige gelijkheid bepleit tussen mannen en vrouwen, tussen  slaven en vrijen.
De brieven waarin een enigszins vrouwonvriendelijk odeurtje te bespeuren valt zijn afkomstig van … leerlingen van Paulus die waarschijnlijk vonden dat het nu welletjes was geweest, dat het niet té gortig moest worden. (Iets wat vele historici al lang vermoedden: het christendom verscheen in een wereld waarin vrouwen totaal niet meetelden. Om te kunnen doorbreken en aanvaard te worden, heeft de beweging een deel van haar revolutionair elan afgezwakt.)
Maar Paulus heeft daar dus niets mee te maken, integendeel. Hier stop ik met mijn exegetisch slippertje. Ik heb alleen maar willen zeggen: pas een beetje op als je zomaar, onvoorbereid, een Bijbeltekst met hart en ziel omarmt. Een beetje studie en kennis van achtergrond en context kan nooit kwaad. Ik moet daarbij altijd denken aan dat schilderij van Magritte met daarop de afbeelding van een pijp. En daaronder de tekst: “Ceci n’est pas une pipe”. Niets is wat het lijkt. En dat maakt het allemaal alleen maar boeiender.

Anders
De grote vraag die nu rijst bij dit alles is: hoe zit dat nu bij Jezus? Is dat bij hem ook zo moeilijk om te weten te komen wat hij nu precies wil? Het antwoord is: neen! Jezus en zijn intenties zijn kristalhelder. Natuurlijk gebruikt ook Hij wel parabels en verhalen die vaak een dubbele bodem hebben, dat behoorde nu eenmaal tot de vertelkunst van zijn tijd. Maar over wat Hij wilde bereiken, zijn droom, datgene wat Hij zag als zijn roeping en zijn taak en over datgene wat Hij van ons verlangde, daar kan geen twijfel over bestaan. Vandaag zijn wij getuige van wat je gerust zijn programmaverklaring zou kunnen noemen. In de synagoge van Nazareth leest Hij voor uit de profetie van Jesaja: “De Geest des Heren is over mij gekomen, Hij heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen. Om gevangenen hun vrijlating bekend te maken, om blinden te laten zien en onderdrukten hun vrijheid weer te geven”. Jezus past die tekst gewoon toe op zichzelf. Vanaf nu gaat dit gebeuren, zegt Hij. Dat is wat Hij komt doen: mensen verlossen uit alles wat hen knelt, pijn doet of geknecht houdt. Jezus wil mensen bevrijden en genezen. Hij is de mens geworden liefde van de Vader. En Hij wil dat al diegenen die zeggen Hem te volgen, precies hetzelfde doen.

Helder
Soms zegt men wel eens dat het christendom met zijn ingewikkelde theologie veel te moeilijk is. En inderdaad, moslims bijvoorbeeld hebben vijf zeer eenvoudige verplichtingen, weten dus precies waar ze zich aan moeten houden. Terwijl de christelijke theologie … Man, man, man. Als je alleen maar denkt aan het begrip “Heilige Drievuldigheid”… Niemand begrijpt dat echt. Maar wat is die ingewikkelde theologie anders dan spielerei voor vakmensen? Jezus’ leer daarentegen is klaar en eenvoudig. Ze is samen te vatten in één zin: “Sta liefdevol in het leven.” Hou van mensen, beteken iets voor hen, genees hen, breng hen tot rust, wees een licht in hun leven, een herberg op hun reis, een balsem op hun wonden. En omdat het geloof meer is dan een moraal, is de pointe daarbij: besef dat je er niet alleen voor staat. God = Liefde. Stel je zodanig voor Hem open dat Hij je steeds meer kan beminnen. En dat zijn liefde, via jou, ook zijn andere mensen kan bevrijden en beminnen. Dat is heel het christelijk programma. Er is geen ander.

Bijbelgeheimen

Zondag 17 januari 2016, 2de zondag door het jaar (jaar C)

Het valt op als je commentaren leest op dit Evangelie over de bruiloft in Kana, dat de schrijvers altijd een beetje moeite lijken te hebben met het feit dat Jezus naar een bruiloft gaat. En dat Hij daar bovendien ook nog zorgt voor meer wijn als die dreigt op te geraken. Zelfs commentatoren die gewoonlijk zweren bij het letterlijk aannemen van wat er geschreven staat, hebben het in dit geval graag over de “diepere symbolische betekenis” van het verhaal. Alsof ze zich generen voor het feit dat Jezus zich inliet met zoiets “banaals” als een bruiloftsfeest.
Ze doen dat beter niet. Want als je goed luistert naar de parabels die Jezus vertelt en de beelden die Hij gebruikt, dan merk je onmiddellijk: deze man kent niet alleen het leven door en door, maar Hij houdt er ook van. Ook van de plezierige  kanten ervan.

Misbruik
Jezus was in ieder geval geen puritein. En toch hebben in de loop van de geschiedenis nogal wat strekkingen die zich christelijk noemden dat van Hem gemaakt. Van het kille, van schuldgevoel doortrokken Jansenisme tot de verderfelijke sekte van de Katharen die vonden dat de mensheid zo slecht was dat ze maar beter kon uitsterven. En zo hebben talloze stromingen Jezus voor hun kar willen spannen. In de jaren 60 maakte men van Jezus dan weer de eerste hippie. De man met zand in z’n haar en sandalen aan zijn voeten, die het alleen maar over liefde had en al weldoende rondging. Die sprak over de bloemen van Jericho, over een afgedwaald schaap en een verloren muntje. En die ’s avonds op het strand bij het meer van Genezareth bij een houtskoolvuurtje keek naar de zonsondergang en met zijn vrienden brood brak en wijn dronk en het had over de liefde die sterker is dan de dood … Heel romantisch was dat. Een beetje later werd Jezus dan weer gezien als de voorloper van Che Guevara, de inspirator van bevrijdingstheologen en guerrillastrijders, ook al gingen die eerder hun inspiratie zoeken in het Oude Testament.

Handboek
Maar, hoe kan dit nu allemaal? Hoe komt het dat je de Bijbel blijkbaar voor zowat alles kan gebruiken, zo’n beetje voor iedere kar kan spannen? De reden daarvan is simpel. De Bijbel is nu eenmaal geen boek met daarin een scherp afgebakende leer. Het is geen programmaverklaring, geen theologische of wetenschappelijke theorie, en nog minder een soort wetboek. De Bijbel is de neerslag van ervaringen die mensen gedurende duizenden jaren opdeden met God. Een ervaring met God is altijd gekleurd door wie we zelf zijn, kan dus ook nooit exact beschreven worden. Die eigen persoonlijke kleur geldt uiteraard nog meer voor de bedenkingen en overwegingen van de schrijvers (het waren er tientallen, misschien wel honderden). En dat geldt natuurlijk ook voor de verhalen. In dezelfde Bijbel staan bijvoorbeeld twee totaal verschillende scheppingsverhalen … Nu zal ik wel de laatste zijn om mee te doen met de hedendaagse neiging om zowat alles weg te relativeren tot er geen enkele zekerheid meer overblijft. Dat is ziek. Maar het is wel goed om te beseffen dat de Bijbel geen handboek is. Een van de meest fascinerende vaststellingen bij het lezen van de Bijbel is dat je er in ontdekt hoe het denken van mensen over God in de loop van vele eeuwen evolueerde. Of, anders bekeken, hoe Gods zelfopenbaring zich in de loop der tijden steeds meer verfijnt. Wat wazig en verhuld begint in de voor-Bijbelse mythen zal zich uiteindelijk ten volle uitkristalliseren in de Menswording van Jezus.

Kennis
Maar je moet dan wel weten wat de oudste delen van de Schrift zijn (en dat zijn niet de eerste bladzijden!) en in welke context ze geschreven zijn. En beseffen dat er in het Oude Testament nogal wat dingen staan waar je als christen onmogelijk kan mee akkoord gaan. Het is dus goed het Oude Testament te behouden om te zien “van waar we komen”. Maar het is dan weer niet goed om uw kinderen aan te sporen om zomaar wat in de Bijbel te lezen. Het Evangelie van Jezus wel, maar het O.T. niet, dat moet voortdurend verklaard en geduid worden. Ik kan echt wel begrip opbrengen voor het feit dat de Kerk vroeger aan leken verbood om de Bijbel te lezen. De overgrote meerderheid van de mensen kon niet lezen of schrijven en de leken die het wel konden misten vaak de nodige theologische kennis. Alle gewelddadige sekten zijn op die manier ontstaan: doordat een of ander  warhoofd zich vastpinde op een tekst uit het Oude Testament.

Hulp
De Kerk heeft niet alleen het recht, maar zelfs de plicht om “leergezag” te zijn. Je kan haar zien als een gigantisch arsenaal van kennis op het gebied van geloof. Ze moet die expertise ten dienste stellen van de gelovigen. Dankzij die kennis verlies je geen kostbare tijd met beuzelarijen of verkeerde interpretaties en kan je recht naar de kern gaan. Sommigen zeggen: al dat onderzoek in niet nodig, je moet gewoon de Bijbel lezen en geloven in wat er geschreven staat. Maar dat is het juist: wat staat er geschreven, wat bedoelt de auteur? Als je met een klaar hedendaags hoofd een tekst van 4000 jaar geleden leest, en gewoon aanneemt wat er staat, riskeer je je geloof geheel of gedeeltelijk te baseren op een verkeerd begrepen tekst. Eerst moet je precies weten wat de tekst die je leest, echt wil zeggen. Pas dan kan hij dienstbaar zijn voor je geloof.

Het ondraaglijk compliment

Zondag 10 januari 2016, Doop van de Heer (jaar C)

Omdat alleenheersers en tirannen hun mensonterend handelen nooit op een rationele of gewoon menselijke manier kunnen verantwoorden, grijpen ze daarvoor altijd terug naar een “hoger doel”.  Zij noemen zich de verpersoonlijking van de natie; ze beweren te denken en te ademen en te leven alleen maar voor het welzijn van het volk; of, nog beter, zij zijn het beeld en de stadhouder van God op aarde. Bespottelijk arrogante claims, inderdaad, maar de bedoeling ervan is veel minder lachwekkend: wie dwarsligt begaat een misdaad tegen het Algemeen Belang, een misdaad tegen God zelf. Vorige week zagen we dat dit echt niet kan, zeker niet binnen de christelijke levenssfeer. Als wij in de loop van onze geschiedenis rijkelijk voorzien zijn geweest van machthebbers met mijters, kronen en tiara’s die allemaal regeerden “bij de gratie Gods”, dan stond dat toch wel heel erg haaks op het Evangelie. (Al gebiedt de eerlijkheid wel er onmiddellijk aan toe te voegen dat onze gezalfde en gekroonde vorsten niet te vergelijken zijn met vele wreedaardige en meedogenloze tirannen uit andere culturen).

Appel
Vorige week zagen we hoe de manier alleen al waarop Jezus in onze wereld verscheen, een aanfluiting was van de idee dat machthebbers God vertegenwoordigen. Hij kwam als een kind, geboren in een stal. Vragend zoals elk kind en elke weerloze om wat voedsel, wat aandacht en zorg, wat genegenheid en warmte. Sinds die geboorte in Bethlehem weten wij dat niet de machthebber, maar juist de weerloze de vertegenwoordiger van God is in deze wereld. Nu moeten we daar toch ook even dieper op ingaan, om misverstanden te vermijden. Als wij zeggen dat de weerloze de vertegenwoordiger van God is in onze wereld, dan bedoelen we het appel om hulp dat van die weerloze mens uitgaat, de vraag om hulp. Als God liefde is dan gaat van elke arme, zwakke, elke mens op de sukkel een appel van God uit om liefdevol te helpen. Als Jezus zegt: “Wat ge aan de minste van de mijnen hebt gedaan, hebt ge aan mijzelf gedaan”, bedoelt Hij precies hetzelfde.

Onderscheid
We mogen God en de arme echter niet vereenzelvigen, ze gaan niet in elkaar op, het blijven twee verschillende entiteiten. Ik denk dat het belangrijk is dat te zien.
Ik heb ooit eens gelezen over een grote heilige die heel haar leven gegeven heeft aan de armen en enorm veel voor die mensen heeft betekend, dat bij haar de vreugde van het dienen toch wel enigszins getemperd werd door een stil verdriet. De teleurstelling namelijk dat ze in al die ontelbare behoeftigen die ze geholpen had, Jezus nooit echt (als Jezus zelf) had ontmoet. We moeten daar dus nuchter in blijven. God blijft God en de arme blijft de arme. God doet vanuit de behoeftige een rechtstreeks appel aan onze liefde. Maar de arme blijft een heel concrete mens. En als je niet oppast maakt hij misschien ook nog misbruik – wie kan het hem kwalijk nemen – van je goedhartigheid. Trouwens, uiteindelijk gaat het om hulp aan een concrete mens, iemand die jou nodig heeft om in zijn waardigheid hersteld te worden. Als je in die arme dan té letterlijk Jezus wil zien en in hem Jezus wilt dienen, doe je natuurlijk tekort aan die mens. Het is die bepaalde concrete mens die moet geholpen worden, van harte geholpen worden.

Verantwoordelijk
Maar het is Jezus die ons daartoe oproept en ons daarin sterkt. En die dán, onder die voorwaarde, zegt: “Wat je aan die mens hebt gedaan, heb je aan mij gedaan.”
Jezus, God, wil ons nodig hebben om zijn liefde zichtbaar te maken onder de mensen. Dat is niet zomaar een vrome boutade. God wil ons nodig hebben. Het is een bijna ondraaglijk compliment. Ik denk dat de werkelijkheid echt zo in elkaar steekt: wij moeten het doen, God doet het niet in onze plaats. Ik zal de laatste zijn om mij inzake geloof strikt rationalistisch op te stellen, God beperkingen op te leggen en te zeggen: dit kan, en dit kan niet. Eens dat je erkent dat je God met je verstand niet kan vatten, moet je ook nederig genoeg zijn om aan te nemen dat het mogelijk is dat God op onverklaarbare wijze ingrijpt in ons leven en in de geschiedenis. Het is trouwens pas als je die mogelijkheid openlaat dat je zo’n zaken ook af en toe ervaart. Maar dat rechtstreeks ingrijpen van God is, meen ik, vrij uitzonderlijk. Wij weten, zegt Herman Servotte, dat God ons de wereld heeft toevertrouwd. Hij zal niets doen in onze plaats, onze vergissingen niet ongedaan maken, onze mislukkingen niet opvangen. “Wat wij binden, bindt Hij. Wat wij ontbinden, ontbindt Hij”.
Hoewel ik er altijd toch nog graag de geruststellende gedachte aan toevoeg: Hij is wel God. En voor Hem is niets onmogelijk.

Over tirannen

Zondag 3 januari 2016, Openbaring des Heren (jaar C)

Telkens als indertijd op school de zuster of later de meester de naam van Herodes uitsprak ging er een lichte rilling door de hele klas. Herodes was de door en door slechte koning die Jezus wilde doden en die, voor alle zekerheid, alle kleine kindjes in Bethlehem en omstreken liet vermoorden. Herodes was voor ons de verpersoonlijking van het kwaad. Met onze beperkte kennis en kinderlijke verbeelding konden wij ons onmogelijk een mens indenken die even slecht of nog slechter was dan deze man.

Tijdloos
Nu was de historische Herodes inderdaad een bloeddorstig tiran, die pure wreedaardigheid verwarde met regeren en besturen. Maar naarmate we ouder werden en onze kennis verbreedde, beseften we dat Herodes eigenlijk een verzamelnaam is voor alle tirannen, de hele geschiedenis door tot op vandaag.
Kerels die alle macht naar zich toetrekken en daarna langzaam maar zeker van hun eigen mensen slaven maken die bij het minste protest ongenadig worden uitgeschakeld. Elke wil om het land goed te besturen verdwijnt met de tijd. Het enige wat uiteindelijk nog telt is het veilig stellen van de goddelijke status van het eigen ziekelijk persoontje. En het liquideren van al wie verdacht wordt van tegenwerking. Meer en meer wordt heel het eigen volk de vijand. Vergeleken met de hedendaagse tirannen lijkt de oude Herodes een amateur. De tirannen van nu beschikken inderdaad over oneindig machtige middelen voor indoctrinatie,  oorlogsvoering en onderdrukking. Hun misdaden zijn dan ook veel gruwelijker, alleen al omdat het aantal van hun slachtoffers dat van Herodes in het niet laat verdwijnen. Gemeten aan deze hedendaagse tirannen en hun gruweldaden, leven wij in een meer barbaarse tijd dan 2000 jaar geleden.

Democratie
Ik moet altijd weer denken aan de woorden van C.S. Lewis over de redenen om democraat te zijn. Ik ben democraat, zegt hij, niet omdat ik naïef-weg geloof dat iedere mens genoeg inzicht heeft om mee het land te besturen. Want dat is niet zo. Maar ik ben democraat omdat ik – wetend uit de geschiedenis tot welk een gruweldaden een mens in staat is – kost wat kost wil voorkomen dat één man (of één groep) de absolute macht in handen krijgt. Want absolute macht is iets zieks, maakt ziek. Zelfs de nobelste mens die absolute macht verwerft krijgt binnen de kortste keren te maken met de “waanzin der Caesaren”. Hij wordt eerst ziekelijk verwaand en daarna ziekelijk achterdochtig en uiteindelijk ziekelijk wreedaardig.
Ik denk dat dit inderdaad de meest valabele reden is om fervent democraat te zijn. Niet omdat je niet gelooft in de capaciteiten van bepaalde leiders. Maar omdat je weet dat absolute macht ALTIJD leidt naar tirannie. Altijd. Niet: “deze keer niet, deze man is anders” … ALTIJD.

Dubbel alert
Als christenen weten wij dat zeer goed. Wij, zowel individuele christenen als de Kerk in haar geheel, hebben echt wel ervaring met de verleiding van de macht.
In de loop van de geschiedenis zijn er regelmatig periodes dat het geloof een zeer belangrijke plaats inneemt in het leven van de mensen. Periodes waarin het geloof heel veel aanzien heeft en dus ook de vertegenwoordigers ervan. Maar aanzien, geeft ook macht … Bovendien, om een gezegde van Jezus zelf te gebruiken, “waar het aas ligt verzamelen zich de gieren”. Een Kerk die macht heeft trekt automatisch ook allerlei ongure typetjes aan die allesbehalve evangelische bedoelingen hebben. En nochtans waren we gewaarschuwd.
Niet alleen door Jezus’ leer van dienstbaarheid, barmhartigheid en zorg voor al wie klein of behoeftig is, maar vooral ook door de manier waarop hij binnenkwam in onze menselijke geschiedenis. Als een weerloos kind, overgeleverd aan de wispelturigheid en de trouweloosheid van mensen.

Weerloos
Het volksgeloof spreekt over “Driekoningen”, maar in het Evangelie worden ze wijzen of magiërs genoemd. Het Evangelie heeft het wel over twee andere koningen. Jezus zelf, die koning wil worden over de harten van mensen.
En Herodes, de schertsfiguur en geperverteerde, die zichzelf koning waande.
Toen God zich uiteindelijk helemaal uitsprak en liet kennen in een mens, gebeurde dat in een kind dat geboren werd in een stal. Volkomen weerloos, vragend zoals elk kind en elke arme naar wat voedsel, wat aandacht, wat zorg en tederheid. Het enige wat het kind in de kribbe van ons vraagt is wat iedere arme, iedere weerloze van ons verlangt. En precies daarin toont hij wat God van ons wil. Sinds de dag dat Jezus geboren werd weten wij dat de weerloze de vertegenwoordiger van God is in onze wereld. Eigenlijk zouden wij dat er bij onszelf echt moeten inrammen want het staat volkomen haaks op heel ons aanvoelen, ons verstand en onze wil, het is in volkomen tegenspraak met heel ons wezen. Maar het is dát wat Jezus ons kwam vertellen. Niet de machthebber, maar de weerloze is de vertegenwoordiger van God in onze wereld.