Verstand en deemoed

Zondag 31 januari 2016, 4de zondag door het jaar (jaar C)

Al van bij zijn eerste optreden in de synagoge van Nazareth blijkt dat het Jezus niet om persoonlijk succes te doen is. Dat Hij de mensen niet naar de mond praat en dat Hij er ook niet voor terugschrikt om tegen de haren in te strijken. De Nazareners die gehoord hebben over zijn spraakmakende optredens elders, vragen – niet zonder enige ironie – dat Hij ook in zijn eigen vaderstad eens een wonder zou doen. Jezus wijst dat resoluut af. Hij heeft nog maar pas in de woestijn afgerekend met de bekoring om zijn missie te laten dragen door wonderen en sensatie en Hij is niet van plan om daarop terug te komen.
Hij gaat nog verder. Hij gaat als het ware in de tegenaanval en keert zich tegen het eng nationalistische en erg sektarische godsdienstig denken van zijn Joodse broeders. Voor heel veel Joden was God (Jahweh) nog altijd zo’n beetje hun stam-god. Mét de tijd was wel de idee gegroeid dat hun God ook de Schepper van hemel en aarde was, dat hun God de enige, de Almachtige was. Maar dat maakte hen, het Joodse volk, alleen maar aanzienlijker. Want Hij bleef vooral hún God, Hij bleef Jahweh van de hemelse machten, die meetrok met het leger van Israël tegen hun vijanden.

Dwars
Jezus vertelt hen dan over de buitengewone droogte die er heerste in de tijd van Elia, toen vele mensen in Israël de hongerdood stierven. Toch werd de profeet niet naar een van hen gezonden om te helpen, maar naar een weduwe in Sarepta, een Fenicische dus! En in de tijd van Elia, gaat Jezus verder, waren er vele melaatsen in Israël, toch werd niemand van hen gereinigd door de goddelijke barmhartigheid. Behalve de Syriër Naäman! De gevolgen van Jezus’ woorden laten zich raden: ziedend van woede, vooral ook omdat ze er niets kunnen tegen inbrengen, gooien ze Jezus de synagoge uit. Het lijkt er zelfs op dat sommige heethoofden hem (toen al) wilden liquideren.

Probleem
En toch, hoe sensationeel dit allemaal ook moge klinken, misschien wil dit stukje Evangelie ons nog wat anders vertellen. Want als je de tekst nog eens rustig opnieuw leest, dan merk je dat Jezus, bijna en passant, een heel prangend probleem ter sprake brengt, een probleem dat door veel gelovigen als bijzonder frustrerend wordt ervaren. Het feit namelijk dat tussen ontelbare hongerende mensen, één mens gered wordt. De anderen niet. Hetzelfde voor de melaatse. Er zijn in die tijd onnoemelijk veel mensen met afzichtelijke ziekten, slechts één wordt gered. Heel erg confronterend is dat voor gelovige mensen. Want waarom zouden wij God moeten prijzen omdat Hij barmhartig geweest is voor één mens terwijl Hij blijkbaar onverschillig voorbijgaat aan de miserie van zovele anderen?
Het is een probleem dat van alle tijden is en dat soms ook in ons eigen leven heel beklemmend op de voorgrond treedt.

Toeval
Want wie van ons heeft nog nooit meegemaakt dat zijn gebed op een wonderbaarlijke manier wordt verhoord. Maar bijna onmiddellijk daarna worden euforisch enthousiasme en dankbaarheid aangevreten door toenemende twijfel. Want waarom zou God mijn kindje genezen terwijl overal in de wereld duizenden moeders hun handen smekend uitstrekken naar de hemel. Maar hún kindje gaat toch dood. Is wat ik zie als een gebedsverhoring niet eerder gewoon toeval? Maar “toeval” is dan weer een typisch toverwoord van mensen die niet geloven. Als ze er echt niet aan uit kunnen, echt geen enkele verklaring kunnen bedenken, noemen ze het gebeurde “toeval”. Maar voor een gelovige bestaat toeval eigenlijk niet. Een gelovige die God zijn Vader noemt die kan gewoon niet aannemen dat er dingen in zijn leven gebeuren waar God geen weet van heeft, toevalligheden die buiten Zijn wil om gebeuren. Dat kan toch niet.

Schroom
En dus blijft er nog maar één uitleg over: er gebeuren nu eenmaal dingen waar wij – ook als gelovigen – geen uitleg voor hebben. Er zijn nu eenmaal situaties, verschijnselen, gebeurtenissen die wij, ook als gelovigen, niet kunnen plaatsen.
En niet van de minste verschijnselen. Als je gelooft dat God een liefdevolle Vader is, probeer dan maar eens uit te leggen waarom er dan zoveel wreedheid in de natuur steekt of waarom de evolutie zo onbarmhartig lang heeft moeten duren. En wat de zin is van al die uitgestorven diersoorten. Hoe kan je een liefdevolle Schepper koppelen aan een schepper vol wreedheid en ziekte en dood? Of is God misschien wel een liefdevolle Vader maar niet de Schepper, eerder een oneindig liefdevolle Kracht die steeds verder in de schepping wil doordringen? Ik weet het niet. En ik vind dat ook niet erg. Ik begrijp mezelf nog niet eens altijd goed, wat zou ik dan alles over God willen weten. Wat ik wel weet, is dat God er is. En dat Hij Liefde is. En dat wij helemaal doen wat Hij van ons wil als wij ons liefdevol buigen over alles wat onaf en gebroken is.
Als wij ons, met alle kracht die in ons is, keren tegen onrecht en verdrukking, tegen lijden, ziekte en dood. Wij weten niet van alles waarom het zo is. Maar wij weten zeer goed wat er van ons wordt verwacht.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s