Verslaafd aan onszelf

Zondag 14 februari 2016, 1ste zondag van de veertigdagentijd (jaar C)

De eerste lezing van vandaag brengt ons een merkwaardige tekst. Het is een stuk uit het boek Deuteronomium en het betreft een aantal voorschriften over het offeren van de eerste vruchten van het land. Dat offeren was op zich zeker geen merkwaardig of uitzonderlijk gebruik. Ik denk dat zowat elk volk in de oudheid veldgewassen offerde en wel om verschillende redenen: om de goden te danken voor de oogst, om hen ook voor de komende jaren gunstig te stemmen en om misoogsten af te wenden. Of gewoon om de goden te danken voor alles, voor het bestaan, voor de natuur, de velden, de regen en alles waar mensen van kunnen genieten. Als de Joden echter God bedankten met Hem de eerstelingen van het land te schenken, dan was dat een danken voor een heel concreet historisch feit uit het verleden.

Uitredding
Altijd opnieuw vind je dat bij de Joden terug: de verwijzing naar de verlossing uit de slavernij in Egypte. Jahweh wordt niet zozeer bedankt omdat Hij de Schepper is, of omwille van de zegeningen van de natuur of een overvloedige oogst. Hij wordt telkens weer opnieuw gedankt omdat Hij het volk eertijds, heel lang geleden, “met sterke hand en gestrekte arm” uit de slavernij van Egypte heeft geleid. En dat is wel bijzonder merkwaardig. Stel u voor dat wij
Vlamingen in onze tijd elk jaar opnieuw de hemel zouden danken omdat wij, komende uit de Aziatische steppe, zo’ n 1700 jaren geleden, ons uiteindelijk hier in West-Europa hebben kunnen vestigen. Danken dat wij ons met de jaren hebben kunnen ontwikkelen van rondtrekkende, opgejaagde nomaden tot de welvarende natie die we nu zijn. Kunt u zich voorstellen dat we daarvoor de Heer zouden danken? Natuurlijk niet, geen haar op ons hoofd dat er zelfs maar aan denkt! Als we al bidden tot God, dan hebben we in ieder geval wel wat anders te bespreken dan de voor ons zo gelukkig uitgevallen versmelting van Grieks-Romeinse beschaving, opkomend Christendom en Germaanse Sturm
und Drang.

Andere nood
En eigenlijk hebben wij ongelijk. Want door zo onverschillig te staan tegenover ons verleden hebben wij het danken verleerd, collectief zowel als individueel. Wij doen meer en meer alsof wij alles aan onszelf en aan onze tijd te danken hebben. Wat natuurlijk op zich al een bedenkelijke opvatting is. Maar op religieus vlak richt deze mentaliteit echte ravages aan. Immers, binnen het
Joods-Christelijke denken is God op de eerste plaats de Redder. Diegene die bevrijdt, de Redemptor Hominis, de Salvator Mundi. Maar hoe meer wij doortrokken geraken van de idee dat wij geen verlossing nodig hebben, hoe meer de God van de Bijbel ver van mijn bed komt te staan. Onze cultuur is een “therapeutische” cultuur geworden. Wij willen niet verlost worden. Wij willen ons goed voelen. Wij willen gezond zijn. Wij willen ook van onze kleine kwaaltjes verlost worden. En wij willen ons met alle mogelijke middelen verzetten tegen ouder worden. Maar nood aan verlossing? Ho maar! Waarvan zouden wij dan in godsnaam verlost moeten worden? Wij zijn welstellend, we zijn vrij en we doen wat we willen. Wie moet er nu nodig verlost worden en waarvan? Maar misschien moeten wij wel op de eerste plaats verlost worden van de idee dat we geen verlossing nodig hebben. Immers, wij zijn allemaal wel ergens “slaaf in Egypte”.

Drang
De vraag is alleen maar hoe ons Egypte er uitziet, want er zijn natuurlijk oneindig veel subtielere vormen van verslaving dan de duidelijke en voor iedereen herkenbare vormen van verslaving aan drank en drugs en eten.
“In feite zijn al onze verslavingen een uitvloeisel van één fundamentele verslaving, de verslaving aan onszelf, de verslaving aan de dwangmatige behoefte een goed gevoel te hebben” (J. Van Ael). En vanuit het zicht op die fundamentele neiging herkennen wij gemakkelijk de drie bekoringen van Jezus in de woestijn. Eten: denk aan de lawine van kookboeken en kookprogramma’s. Maar ook aan de overdreven belangstelling voor wellness en plastische chirurgie. En aan het tomeloos najagen van geld en bezit. En via dat laatste komen we automatisch bij die andere leuke hartstocht van ons: het verwerven van aanzien en macht. Om tenslotte moeiteloos uit te komen bij de waan dat heel de wereld, God incluis, er alleen maar is om mij te dienen (de derde bekoring in de woestijn).

Verlossing
Het wordt steeds duidelijker dat het “Egypte” van de hedendaagse westerse mens de verslaving is aan zichzelf. Zijn obsessionele gerichtheid op een goed gevoel en op “genieten”. Een obsessie die voortdurend gevoed en aangemoedigd wordt door media en reclame. Met daarachter natuurlijk het gigantische raderwerk van de consumptiemaatschappij, voor wie de mens alleen maar moet kopen en verbruiken, kopen en verbruiken. Hoe geraken we daar uit? Hoe kunnen we wegtrekken uit “Egypte, het slavenhuis”? Heel eenvoudig eigenlijk:
door ons te oefenen in het afkicken van onze verslaving aan onszelf. En daar is een eeuwenoud en zeer eenvoudig en zeer efficiënt middel voor: ons matigen in eten en drinken. Laten wij voor onszelf in stilte dat oude maar perfecte middel in ere herstellen. Afkicken van onze verslaving, terug controle krijgen over onszelf, gewoon door ons af en toe een genieting te ontzeggen. Sterk worden, wilskracht opbouwen. Alleen dan kan ik fier zijn op mezelf en iets betekenen voor anderen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s