Zonder complexen

Zondag 21 februari 2016, 2de zondag van de veertigdagentijd (jaar C)

Christenen zijn hier in West-Europa op het punt gekomen dat zij terug zullen moeten evangeliseren ofwel verdwijnen. Een andere weg is er niet. Maar als wij terug willen evangeliseren, mensen winnen voor het geloof, als wij bij onze jongeren, onze eigen kinderen en kleinkinderen terug nieuwsgierigheid en interesse willen wekken voor ons geloof, dan moeten we uiteraard ook terug meer uitkomen voor dat geloof. De afkeer voor het oude klerikalisme, de secularisatie, de schandalen en, niet het minst, tientallen jaren van atheïstisch monopolie in de media, het heeft allemaal zijn sporen nagelaten en ons in onze schelp doen kruipen. Wij moeten daar uit. Wij moeten, om een populair woord te gebruiken, ons terug “outen”, zelfbewust uitkomen voor ons geloof. Zonder pretentie, zonder opdringerigheid, maar ook zonder complexen. Een eerste voorwaarde daarvoor is dat we terug een klare kijk krijgen op ons eigen geloof, dat we terug een helder beeld hebben van wat we als christen geloven en wat niet. En dat ook in klare taal verwoorden. Als je bijvoorbeeld als priester in de jaren 60 tegen een zoekende zei dat je zelf ook niet alles 100% zeker wist, dan kon dat een bevrijding betekenen voor die mens. Omdat in die tijd alles zo onbarmhartig vastlag en zeker was.

Ommekeer
In 2016 kan je echter geen mens meer winnen met te zeggen dat je het zelf ook niet zo goed weet. Mensen verlangen dat je ook echt gelooft als je zegt te geloven. En ook als ze niet van plan zijn je te volgen, dan zullen ze je toch respecteren als ze merken dat je vol bent van wat je zegt te geloven. Een sterke eigen overtuiging hoeft trouwens echte verdraagzaamheid niet in de weg te staan. Integendeel. Eigenlijk zijn alleen maar idiote en onvolwassen mensen onverdraagzaam. Ik ben er zeker van dat alleen mensen met een sterke eigen overtuiging echt verdraagzaam kunnen zijn. Wishy-washy mensen, mensen zonder ruggengraat, worden trouwens uiteindelijk altijd de speelbal van tirannieke personen en systemen. We moeten dus ook niet zeggen dat “alle geloven toch een beetje hetzelfde zijn vermits er immers toch maar één God is en ieder vanuit zijn eigen tijd en cultuur er zo’n beetje het beste probeert van te maken”.
Dat is onzin. Alle geloven zijn niet “zo’n beetje hetzelfde” of evenwaardig.
Zoals je naast emanciperende ook onderdrukkende politieke systemen hebt, en naast mensverheffende ook mensonterende modes en gewoonten, zo heb je naast geloof dat mensen bevrijdt evengoed geloof dat een gevaar is voor de mensheid (net zoals het atheïsme van Hitler en Stalin dat was). Wij mogen dus gerust wat zelfbewuster christen zijn en uitkomen voor het unieke van ons geloof.

Uniek
“Dit is mijn Zoon, de Uitverkorene, luistert naar Hem”, horen we vandaag in het Evangelie. Als christen geloof je dat alles wat wij kunnen weten en zeggen over God ons door Jezus verteld is. Sterker nog, wij geloven dat niemand tot de Vader kan gaan tenzij door Hem. En hier moet ik mij natuurlijk schrap zetten, want men gaat nu van alle kanten roepen: “En dan de mensen die nooit van Jezus gehoord hebben? Zijn die dan verloren!?” Natuurlijk niet. Daarvoor is er de vindingrijkheid in de barmhartigheid van onze God. Met mijn uitspraak bedoel ik gewoon dat alleen mensen die het door Jezus voorgeleefde leven van liefdevolle inzet voor anderen naleven, dichter komen bij God. Als christen geloof ik dat Jezus volkomen uniek is. Dat in de mens Jezus, God zich op de meest volmaakte manier heeft laten kennen. In zijn menslievendheid.
In zijn zorg om armen en verstotenen recht te trekken, zieken te genezen, gevangenen, van welke aard ook, te verlossen. Dankzij Jezus weten wij dat God liefde is en dat bijgevolg echte godsdienst mensendienst is. Want hoe zouden wij God-die–liefde-is anders kunnen dienen dan in mensen?

God
Jezus is niet een profeet zoals Mozes of Mohammed, geen grote leraar zoals Boeddha of Zarathustra, geen geniale ontdekker zoals Copernicus, Mendel of Freud. Jezus is een mens waarin God voor ons zichtbaar en vooral verstaanbaar is geworden. Niet minder dan dat. Wie dus vertelt dat Jezus een groot leraar der mensheid was die ons een aantal prachtige waarden heeft doorgegeven, die bedoelt het misschien wel goed maar die heeft helemaal niet begrepen waar het in het christendom om gaat. Als wij er naar streven om liefdevol met elkaar om te gaan, dan is dat niet omdat wij volgeling zijn van een of andere leraar of profeet. Of aanhanger van een of andere filosofische of morele school. Maar omdat wij geloven dat de diepste Grond van het bestaan (God) dat van ons vraagt. En dat bijgevolg alleen zo’n leven zinvol is. Wie A zegt moet ook B zeggen. De consequentie van dit alles is dat een atheïst die respectvol en liefdevol in het leven staat, dichter bij God staat dan iemand die een of ander geloof aankleeft maar die mensen minacht. Volstaat het dan niet een goed mens te zijn? Neen. Omdat Jezus ons niet alleen gesproken heeft over de diepste Grond van het bestaan, maar omdat Hij die diepste Grond op een geheimvolle wijze ook zelf is. Hij is de levende Heer. Hij zegt ons niet alleen hoe wij moeten leven maar Hij helpt ons ook om zo te leven. Een atheïst moet het helemaal alleen doen. Ik denk dat hier het echte verschil ligt tussen christenen en humanistische atheïsten. Van een christen wordt een zekere nederigheid gevraagd. Hij beseft dat hij God nodig heeft om een goed mens te kunnen zijn én dat God hem daar ook echt bij helpt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s