Onze beperkte kennis

Zondag 28 februari 2016, 3de zondag van de veertigdagentijd (jaar C)

Ik herinner me nog uit de tijd dat ik op de schoolbanken zat dat het verhaal van de brandende braamstruik niet echt veel indruk op me maakte, me eigenlijk teleurstelde. Voor één keer waren het eens geen profeten of heiligen of “zieners” die iets over God zegden, maar was het God zelf die iets zei over zichzelf. Maar wat Hij zei: “Ik ben, die ben”, sprak mij absoluut niet aan. Ik maakte mezelf wijs dat ik het niet begreep, maar eigenlijk was het een afknapper. In die tijd maakte de film “De tien geboden” furore  en daarin zei God (hoewel Hij daar Engels sprak) precies hetzelfde. In die film klonk bij de brandende braamstruik een irritante, lage en zagerige stem die zei: ” I am who I am”. Het leek wel een griezelfilm. Wat mij van die scène vooral bijbleef, is hoe lachwekkend en gedoemd om te mislukken elk menselijk pogen is om God ten tonele te voeren.

Vondst
Maar goed. “Ik ben die ben” dus: heel statisch, ontgoochelend, nietszeggend. Maar dát bleek zowaar aan een onjuiste vertaling te liggen, want de nieuwe vertaling was veel dynamischer en sprak veel meer tot de verbeelding: “Ik zal er zijn voor u”, werd het. En die vertaling was, voor onze tijd blijkbaar, een schot in de roos. Gods naam werd “Ik zal er zijn voor u”. Of we er zaten op te wachten. Want achteraf bekeken denk ik echt dat deze vertaling niet weinig heeft bijgedragen aan de populaire hedendaagse voorstelling van God als sinterklaas. God, die pure liefde is, een soort goedaardige opa, altijd klaar om ons te helpen, altijd bereid om ons te vergeven. Was het niet dat er eigenlijk weinig te vergeven valt, want de kleine boosaardige dingetjes die we doen rekent Hij ons natuurlijk niet aan, daar is Hij veel te goed voor …”Ik zal er zijn voor u” dus. Naar mijn gevoel een even kramakkelige formulering als “Ik ben die ben”.

Mysterie
Dan voel ik meer voor de allernieuwste vertaling: “Ik zal zijn, die ik zal zijn”. Omdat die veel meer ruimte laat voor het mysterie dat God is. Er is wel duidelijk de belofte van hulp, maar we zullen het zien. God is niet onder een hoedje te vangen. Hij werkt niet volgens regels en methoden die wij begrijpen. Wij moeten niet denken dat wij de zaak kunnen “managen” of ook maar iets kunnen fiksen. God blijft volkomen ongrijpbaar voor ons. Maar de belofte van bijstand blijft onverminderd: vertrouw op mij en je zal zien dat ik er ben, dat ik er zal zijn voor u. Maar op een manier die je voorheen niet eens kon vermoeden.
Ik denk dat het echt noodzakelijk is dat wij terug meer respect opbrengen voor het mysterie dat God is. Zeker als wij bij niet-gelovigen terug belangstelling willen wekken voor het geloof.

Dimmen
Wij moeten veel meer erkennen dat wij zo goed als niets weten over God.
Vanuit Jezus weten wij hoe God zich verhoudt tot de mens, die een vorm van leven is op deze aarde. Een aarde die zelf een stofdeeltje is in het heelal.
Wij weten dat God die mens liefheeft en zich, wat de liefde altijd doet, vooral bekommert om wat zwak is:0 het verloren schaap, het geknakte riet, de kwijnende vlaspit. Maar voor de rest weten wij niets over God. Wat wij de “Openbaring” noemen (de Bijbel) is praktisch, en gericht tot één bepaalde levensvorm: de mens. Maar dat is niet inperkend. Is God alleen maar liefde? (De grote Joodse filosoof Levinas bijvoorbeeld heeft daar zijn twijfels over). En hoe verhoudt Hij zich tot andere levensvormen in andere werelden? Misschien is het heelal wel vol van leven. Of misschien wel vol van andere dingen dan leven, waar wij niets van begrijpen maar die wel alles met God te maken hebben. Wij weten dat gewoon niet. Wij moeten oppassen dat wij over God niet even bekrompen praten als fundamentalisten en atheïsten dat doen.

Kansen
De kennis over God die Jezus ons bijbracht, betreft die facetten van Hem die belangrijk zijn voor de mens op deze aarde. En voor ons en voor ons leven is dat voldoende. En een van de belangrijkste zaken die Jezus ons over God en de mens leerde is Gods voortdurende vraag om ons naar Hem toe te keren, om ons af te keren van ons egoïsme en ons toe te keren naar Hem en naar onze medemensen. En daarbij wil Hij niet liever dan ons helpen. “Ik zal zijn die ik zal zijn”. Het grote waagstuk van God, zijn goddelijke “gok” als het ware, is onze vrije wil. Hij respecteert die ten volle, maar Hij probeert ons voortdurend weg te lokken van onze trog om open, liefdevolle, bevrijde mensen te worden. En om dat te bereiken geeft Hij ons eindeloos veel kansen en meestal ook royaal veel tijd. Maar Hij waarschuwt ons ook dat onze levensduur niet eindeloos is. Ooit is het voorbij en zijn ook de kansen op een juiste keuze helemaal opgebruikt.

Keuze
Ik weet dat wat ik nu ga zeggen in deze tijd helemaal tegen de haren instrijkt. Maar als je het Evangelie serieus neemt kan je de kans dat je verworpen wordt zomaar niet in de kast zetten. Het Evangelie gaat over niets anders dan je afkeren van het kwaad en je toekeren naar de liefde. Over verlossing, over bevrijding, over de overstap van duisternis naar licht, van niet-leven naar echt leven, van ziekte en dood naar genezing en eeuwig leven. Het valt te verwachten dat de “God-sinterklaas” uiteindelijk niet meer dan een fictie zal blijken te zijn, een fopspeen om jezelf zoet te houden. Als heel het Evangelie eigenlijk één langgerekte oproep is om ons naar het goede te keren, dan moet ook de kans bestaan om voor het tegenovergestelde, voor het kwaad, voor de duisternis en het niet-leven te kiezen. Het zou logisch zijn als God ook die keuze respecteert.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s