Vergeven: bovenmenselijk

Zondag 6 maart 2016, 4de zondag van de veertigdagentijd (jaar C)

Toen Herman Van Rompuy nog president van Europa was vroeg men hem eens in een interview of je gelovig moet zijn om moreel te leven. U kent dat gesnor, die grijsgedraaide plaat. Die extreem-demagogische vraag (?) of iemand die niet gelooft niet evengoed een goed mens kan zijn als iemand die wel gelooft. Maar Herman Van Rompuy, die niet alleen een overtuigd christen maar ook een intelligent en wijs man is, antwoordde: “Natuurlijk kan je ook als niet-gelovige een moreel leven leiden. Maar ik heb God nodig om mij daarbij te helpen. Ik denk niet dat de president van Europa zichzelf ziet als een wat zielige man die, méér dan anderen, hulp nodig heeft om moreel te kunnen leven. Maar dat hij hier de vinger legt op wat het echte verschil uitmaakt tussen gelovigen en niet-gelovigen. Mensen die niet geloven maar die toch een humaan en door ethische regels gedragen leven willen leiden, die vragen zich – vaak zelfs een beetje korzelig – af waarom katholieken daar altijd “God” willen bijhalen. Wij hebben praktisch dezelfde normen en waarden, zeggen ze (kan ook moeilijk anders, heel het Westers denken, zowel van ongelovigen als van gelovigen, is doordrongen van het christendom). Waarom die waarden niet gewoon beleven zonder al die religieuze “rimram” waar zij zo’n moeite mee hebben? Maar die “religieuze rimram” maakt voor ons juist het hele verschil.

Iemand
God is immers geen geheel van regels, waarden en normen, geen gedragscodex, geen wetboek. Voor een gelovige is God een Levende Werkelijkheid. Een persoon waar je mee omgaat. God is Iemand. Iemand die je vraagt om op een bepaalde manier in het leven te staan en die je daar ook bij helpt. Als God bovendien de diepste grond van het bestaan is, dan houdt dat ook in dat een leven dat niet in harmonie is met wat Hij van ons vraagt, betekenisloos en zinloos is. Moreel leven is voor ons: leven zoals God-die-Liefde is dat van ons vraagt.
Wat die God die Liefde is van ons vraagt ontdekken we via Openbaring (de Bijbel) en gebed, en via ons geweten en ons verstand. Geestelijk leven is voor ons niets anders dan omgaan met God, ervaren hoe Hij ons helpt om ethisch, dit wil zeggen zinvol te leven.

Bijstand
Een christen gaat er wel van uit dat het al of niet liefdevol en menslievend in het leven staan bepalend is voor de (eeuwigheids)waarde van een leven. Denk aan de Laatste Oordeelsscène: “Wat ge aan de minste van de mijnen hebt gedaan hebt ge aan mij gedaan”. Niet het gelovig of ongelovig zijn is dus bepalend. Wel de manier waarop je geleefd hebt. Maar de gelovige heeft het grote voordeel dat hij openstaat voor hulp van Godzelf. Omdat hij vertrekt vanuit het nederig besef het niet alleen klaar te spelen. Een mens die niet gelooft en toch ethisch juiste beslissingen wil nemen en zijn egoïsme onder controle wil houden, die staat er helemaal alleen voor. Bovendien vermoed ik dat zo iemand, meer dan een gelovige, geconfronteerd wordt met de vraag of hij niet naïef bezig is, of dat allemaal wel zin heeft, of hij niet beter gewoon voor zichzelf zou zorgen.
Een christen daarentegen wordt niet alleen gesteund door de gedachte dat zijn moreel handelen overeenkomt met de bedoeling van de diepste grond van het leven zelf. Maar hij weet zich ook werkelijk gedragen en effectief geholpen in zijn streven.

Vergeven
Vandaag hebben we het Evangelie van de Verloren Zoon gelezen. Of, zoals het verhaal steeds vaker genoemd wordt: de parabel van de barmhartige Vader.
Het is een verhaal dat ons probeert een idee te geven van de oneindige en bijna onbegrijpelijke barmhartigheid en vergevingsgezindheid van de Vader. Met daarbij natuurlijk, zoals steeds, de oproep om zelf ook te vergeven zoals Hij.
We kunnen hier precies dezelfde redenering volgen als met betrekking tot het gewoon ethisch handelen in het algemeen. Voor een christen is God de grond van alle vergeving. Als wij proberen vergevingsgezind in het leven te staan dan is dat niet omwille van een of andere morele school of filosofische overtuiging, maar omdat wij diep onder de indruk zijn van de vergevingsgezindheid en de barmhartigheid van de Vader. En omdat ons geloof ons zegt dat wij bijgevolg ook niet anders kunnen dan proberen hetzelfde te doen, dan te proberen ook zelf die barmhartigheid en vergevingsgezindheid te beoefenen.

Aartsmoeilijk
Maar ook hier geldt, evenzeer en misschien nog meer dan bij het ethisch handelen in het algemeen, onze nood aan hulp. Mensen vergiffenis schenken die tegen ons misdaan hebben, zeker als het volledig onterecht was, is een bijna onmenselijke opgave. Het is trouwens alleen het christendom dat daar zoveel nadruk op legt. Joden en moslims hebben het eerder over rechtvaardigheid en straf. Over oog om oog, tand om tand. Maar christenen kunnen er niet omheen. Het gebod om te vergeven staat midden in ons geloof. En ook hier weer: goddank dat God ons niet alleen zegt dat wij moeten vergeven, als een soort morele eis, maar dat Hij ons ook werkelijk helpt om het te kunnen. Want er moet wel wat overwonnen worden om dat te kunnen. De angst om onnozel en naïef te handelen is nergens zo sterk als hier. Denk maar aan de vernedering wanneer je iemand grootmoedig vergeeft en je geste alleen maar op hoongelach en sarcasme wordt onthaald. Je staat daar dan wel mooi te blinken. En toch wordt het van ons gevraagd. Wat ons dan kan helpen is het besef dat de vraag om te vergeven komt van de Man die over ons zei: “Vader vergeef het hen want ze weten niet wat ze doen”. Ofschoon we het wel weten, en maar al te goed zelfs.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s