Geloven is een deugd

Zondag 10 april 2016, 3de zondag van Pasen (jaar C)

Misschien mag ik nog even verder borduren op mijn woordje tijdens de voorbije paasviering. We zagen toen hoe belangrijk het is voor de moderne mens om naar God op zoek te gaan en Hem op het spoor te komen in zijn eigen leven.
Om contact met God te zoeken. Hoe noodzakelijk het zelfs is voor de mens van vandaag om het gebruikelijk geworden gesemmel en gediscussieer over God te vervangen door een echt omgaan met God. Welk een verrukking het voor hem is, het vrijblijvend gepraat over de God van filosofen en theologen te verlaten om binnen te gaan in het land van de Levende God.

Schok
Dat belet natuurlijk niet dat de ervaring zelf, het moment waarop God ineens tastbaar en voelbaar in je leven aanwezig komt, je helemaal overhoop haalt. Omdat het ineens zo verpletterend duidelijk wordt dat Hij ook werkelijk bestaat.
En vooral ook omdat je, zelfs als je uitdrukkelijk om een teken gevraagd hebt, je het toch eigenlijk niet verwacht had. Elke ervaring van leven waar je dat eigenlijk niet echt verwacht had is schokkend. Een dobber die plots ondergaat, een stukje hout naast je in het gras, dat pootjes blijkt te bezitten. Of in het halfduister van de kelder plots vlakbij je iemand horen ademen …  Je schrikt ervan. Het besef dat God er werkelijk is mag ons dan wel een diep gevoel van vrede en geborgenheid geven, de gebeurtenis waarbij dit besef zich ondubbelzinnig aan ons opdringt mag dan al een antwoord zijn op onze vraag en ons gebed, het blijft schokkend. Ook in de periode die daarop volgt. Het maakt ons ongemakkelijk, het haalt ons weg uit onze rustige kleinburgerlijke gezapigheid, het confronteert ons met iets heel heftigs, dat wij eigenlijk liever met rust hadden gelaten.

Negeren
En dus gaan we, waarschijnlijk eerder onbewust, die God die zich aan ons opdringt proberen weg te redeneren. D.w.z. wij gaan de gebeurtenis waarin Hij zich overduidelijk aan ons liet kennen, relativeren. En wij worden daarbij in niet geringe mate geholpen door het feit dat God een oneindig respect heeft voor onze vrijheid. Hij dringt zich nooit zó aan ons op dat er geen enkele twijfel meer mogelijk zou zijn. Wanneer Hij zich manifesteert in je leven, gebeurt dat nooit op zo’n verpletterend onontkoombare manier dat er geen enkele vluchtweg meer voor je open blijft. En die vluchtroute nemen we vaak maar al te graag: als God té dichtbij komt voelen we ons immers niet meer zo goed op ons gemak. Wij voelen ons een beetje in ’t oog gehouden, in onze privacy aangetast. De Bijbel staat vol met verhalen van mensen die aanvankelijk een heel intieme omgang hadden met God en die toch nog afvallig worden. Die God vergeten en leven alsof Hij er nooit is geweest. Als wij ons daarover verbazen dan moeten we wel bedenken dat ook wij ervaringen met God, die ons aanvankelijk zoveel deugd hebben gedaan, na een tijdje beginnen te relativeren en zelfs helemaal weg te duwen.

Onaantrekkelijk
Ik denk dat dat komt omdat wij, diep in ons binnenste, God vaker associëren met minder leven dan met voller en intenser leven. God wordt, diep in ons, nog al te vaak gezien als een luis in de pels, als een pretbederver eigenlijk. Omdat, als Hij te duidelijk in je leven komt, je ook niet anders kan dan anders te leven. En dat wordt niet altijd erg op prijs gesteld. Ik moet ineens denken aan dat gebed van een veertienjarige – misschien heb ik het zelf wel gebeden – dat ongeveer zo gaat: “Heer, maak mij kuis … maar nu nog niet”. Of aan wat jonge koppels die gaan trouwen mij nogal eens zeggen: “Wij willen wel kinderen, maar nu nog niet. Eerst willen we nog wat van het leven genieten.” Alsof het leven ophoudt wanneer de verantwoordelijkheid voor kinderen begint. En zo komen we bij   een van de grootste misverstanden van onze tijd.

Verstand en gevoel
Er zijn nogal wat mensen die menen dat geloven een kwestie is van gevoel en dat ons verstand daar tegenin gaat en ons geloof aan het wankelen brengt.
In feite loopt het meestal net andersom. Ook als je gelovig bent opgevoed is er ooit een moment geweest waarop je, na veel wikken en wegen, besloten hebt dat er voldoende rationele gronden zijn om te geloven. Waarbij je, zoals Pascal met zijn beroemde weddenschap, zegt: “J’accepte”, ik neem het aan. Onze aandacht voor het geloof mag dan al getrokken worden door gevoelens: we vinden het mooi, het geeft ons troost, warmte en geborgenheid … Maar de beslissing als volwassene om te geloven is een rationele beslissing. Anderzijds, wanneer wij later die beslissing in vraag stellen of ons geloof zelfs helemaal de rug toekeren, dan kan dat gebeuren op rationele gronden. (Mensen kunnen nu eenmaal van inzicht veranderen). Maar meestal heeft het loslaten van ons geloof veel meer te maken met gemoedstoestanden en driften dan met rationele overwegingen.
En daarom noemt het christendom geloven ook een deugd. Geloof moet geoefend en gevoed worden. Er moet aan gewerkt worden. Zogenaamd rationele, kritische bemerkingen die in ons opkomen tegen het geloof, moeten rationeel en kritisch onderzocht worden. Want met rationeel en kritisch hebben ze vaak maar heel weinig te maken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s