God en mens

Zondag 8 mei 2016, 7de zondag van Pasen (jaar C)

Johannes is een wat aparte evangelist. “Wat apart” is overigens nog zacht uitgedrukt. De drie anderen, Markus, Matheus en Lukas, brengen een vrij nuchter verslag van de gebeurtenissen in het leven van Jezus; over wat hem bezielde, hoe hij tot mensen sprak en wat hij in mensen teweegbracht. Hoe hij mensen genas en terug op de been hielp. Hoe hij hun zonden vergaf en hun warmte en liefde in de plaats gaf. Ze hebben het over de parabels die hij vertelde, over zijn twistgesprekken met de farizeeën en over zijn bidden, zijn helemaal opgaan in God. Johannes daarentegen is veel ingewikkelder omdat het verslag dat hij brengt al helemaal doordrongen is van zijn eigen theologie, zijn eigen kijk op Jezus. Daardoor kan het gebeuren dat de tekst nogal moeilijk en langdradig overkomt en je, door de vele herhalingen, vanwege de bomen het bos niet meer ziet. In het stukje dat we vandaag gelezen hebben gaat het, onder andere, over de eenheid tussen Jezus en God. Hoezeer de schrijfstijl van Johannes de hedendaagse lezer ook enigszins ongemakkelijk kan maken en hem zelfs op de heupen kan werken, wat hij wil duidelijk maken is, denk ik, fundamenteel voor het christendom. De overtuiging namelijk dat wij, in Jezus, Godzelf aan het woord horen, dat wij in Jezus Godzelf aan het werk zien. Of, om het met Jezus’ eigen heldere maar tegelijk ook adembenemende woorden te zeggen: “Ik en de Vader, wij zijn één”.

Kiezen
Hier kan je geen speld tussen krijgen. Je neemt het aan of je verwerpt het. Maar je kan er niet aan friemelen, het een beetje “aanpassen”, het een beetje “breed interpreteren”. Hoewel we dat maar al te graag doen. Jezus wordt dan een groot moreel leraar, een uitzonderlijke profeet. En dat klinkt dan wel mooi, maar die mogelijkheid heeft Hij ons niet gelaten. De gedachte dat in de mens Jezus Godzelf onder ons kwam, is geen theologisch aardigheidje dat later is toegevoegd, ze komt van Jezus zelf. “Wie mij ziet, ziet de Vader”. Als Jezus niet is wie Hij zegt te zijn: Godzelf in de gestalte van een mens, dan is Hij geen groot leraar maar een onevenwichtige, een gek. Te vergelijken met iemand die van zichzelf zegt dat hij Napoleon is. Trouwens, de idee van de menswording – God die de gestalte aanneemt van een mens – lijkt alleen maar op het eerste gezicht een beetje raar. Hoe meer je echter over die gedachte nadenkt, hoe minder buitenissig ze wordt. Hoe meer je zelfs geneigd bent te denken: het moét wel waar zijn. Wie anders dan God zou de dingen van ons durven vragen die Jezus van ons vraagt? Dat wij ons leven moeten prijsgeven om het te winnen. Dat wij alles wat ons bindt moeten loslaten om ons kruis op te nemen en hem te volgen? Wie anders dan Godzelf zou zoiets van ons durven vragen?

Essentieel
Voor de mensen die het altijd maar hebben over “de christelijke waarden” en het geloof zelf het liefst wat tussen haakjes zetten, toch ook even dit.
Een tijdje geleden vertelde een vriend van me die niet gelooft: “Ik begin meer en meer te denken dat geloof toch met iets essentieels moet bezig zijn, anders was het al lang verdwenen.” “Meer dan ooit”, zei hij, “beseffen wij in onze tijd dat ideologieën een zeer beperkte levensduur hebben. En dat moraal en normen en waarden cultureel gebonden zijn en sterk evolueren met de tijd. Maar zelfs al zien godsdiensten de morele gedragingen die ze altijd hebben voorgeschreven vervagen of zelfs helemaal verdwijnen, het geloof zelf leeft verder.
Dat geloof moet dus wel met iets essentieels bezig zijn. Je kan dat gewoon niet reduceren tot een onwezenlijk verlangen of een psychologische rariteit. Het kan bijna niet anders of er moet een werkelijkheid zijn die aan dat geloof beantwoordt.” Dat zei mijn vriend die niet gelooft …

“Waarden”
Net zoals in de Romeinse tijd zijn er nu ook weer vele, vaak hoogontwikkelde christenen die terugglijden in een vorm van Arianisme. Christus is voor hen een uniek en uitzonderlijk hoogstaand mens en zijn leer een voortreffelijk geheel van normen en waarden. Ze denken op die manier het geloof meer verstandelijk aanneembaar en dichter bij de tijd te brengen. Ik denk dat ze zich vergissen.
Onze westerse wereld baadt momenteel in een zee van positivistisch rationalisme. Uiteraard komen we daar ooit wel een keer uit. En dan zal blijken dat het christendom als ethische leer zo goed als verdween in de smeltkroes van duizenden concurrerende systeempjes. Maar dat het christendom als geloof overeind is gebleven. En dan niet als een vaag geloof van “er is iets”, maar geloof in de Menswording. Geloof in God die op een welbepaald moment in onze geschiedenis de gestalte van een kwetsbare mens heeft aangenomen: Jezus Christus.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s