Schepper van toekomst

Zondag 5 juni 2016, 10de zondag door het jaar (jaar C)

Vandaag twee, op z’n zachtst gezegd, opzienbarende verhalen. Zowel in het verhaal van Elia en de zoon van de weduwe van Sarefat als in dat van Jezus en de zoon van de weduwe uit Naïm gaat het om een dode die terug tot leven gebracht wordt.
Of u nu die verhalen letterlijk aanneemt of eerder kiest voor een meer symbolische verklaring, dat maakt gewoon niet uit, omdat het hier gaat om het teken dat gesteld wordt en dat teken overstijgt beide interpretaties. Ik vind dat een geruststellende gedachte.

Aanwijzing
Waar het om gaat is dat die verhalen ons iets proberen mee te geven over het wezen van God en over zijn relatie tot zijn mensen. Op de eerste plaats leren ze ons iets over de oneindige barmhartigheid van God. Over hoe Hij naar ons kijkt met ogen vol liefde en genegenheid. Hoe Hij in al onze miserie ons wil helpen.
En in het geval van deze twee weduwen doet Hij dat op een opzienbarende manier. Weduwen die geen zonen hadden waren in het Israël van die tijd veroordeeld tot een bedelstaf. Bij al het immense verdriet van een moeder die haar zoon verliest kwam dus ook nog eens het afschuwelijk uitzicht op het moeten verder leven als een paria. Maar het gaat dus om een teken. In het Israël van die tijd waren er immers duizenden weduwen en velen onder hen hadden geen kinderen of hadden hun kinderen zien sterven door ziekte of oorlog.
Zoals er ook ontelbare blinden, kreupelen en melaatsen waren waarvan er dan enkele door Jezus genezen werden. Al de anderen niet … U ziet meteen het probleem.

Exemplarisch
Als God zijn liefde had moeten bewijzen via dodenopwekking en genezing, dan had Hij iedereen moeten genezen en dan had Hij er moeten voor zorgen dat er niet eens zoiets als lijden en dood zou bestaan. Maar zo is het duidelijk niet. Hij stelt gewoon een teken. Bij een enkeling. Als wil Hij zeggen: “Ook al kan je dit als mens moeilijk begrijpen omdat je voortdurend geconfronteerd wordt met lijden en dood en kan je daar zo moeilijk een liefdevolle God achter zien, toch is het zo, ik hou zielsveel van jou”. En het teken dat Hij stelt aan een enkeling is niets anders dan een daad van Hem die wij herkennen en die ons wel degelijk doet denken aan een barmhartige en liefdevolle Vader. Het is een teken waarmee Hij zegt tegen ieder van ons: “Er is zoveel onbegrijpelijk voor jou. Maar ondanks de hardheid van het leven en dus de schijn van het tegendeel, Ik hou wel degelijk hartstochtelijk van jou, wat je ook overkomt. Ik ben je Vader, jij bent mijn oogappel, Ik laat je nooit in de steek.”

Uitweg
En het tweede kenmerk, de tweede eigenschap van God waarvan deze opwekkingsverhalen een teken zijn, is dat God in de meest uitzichtloze situatie toekomst voor ons openbreekt. Als mens worden wij voortdurend geconfronteerd met onze eindigheid, botsen wij voortdurend op onze grenzen.
Als wij in onze joods-christelijke traditie God vooral zien als Bevrijder, dan heeft dat daarmee te maken. Met de ervaring namelijk dat er voor God geen muren bestaan waar geen opening kan in gemaakt worden. Al lijkt de situatie waarin wij ons bevinden reddeloos verloren, al is ons elk zicht op redding ontnomen, al is de laatste vluchtweg dichtgeslibd, God schept onverwacht weer nieuwe mogelijkheden; brengt licht aan in de diepste duisternis; laat koren groeien op grond die helemaal verdord was. God is diegene die ons verlossen kan uit elke kerker waarin wij, vaak door eigen toedoen, dreigen weg te kwijnen.
En het is belangrijk dat mensen dit soort ervaringen opdoen tijdens hun leven.
Dat ze ervaren dat vertrouwen op God altijd op een of andere manier uitredding brengt. Heel vaak niet op de manier die wij gewild en verhoopt hadden.
God laat zich niet door ons dicteren hoe Hij ons helpen moet. Maar Hij helpt ons wel degelijk. Alleen begrijp je het vaak alleen maar achteraf, soms zelfs behoorlijk lang na de feiten. Maar het is dus heel belangrijk dat wij die ervaring opdoen. Dat wij in ons eigen leven of in het leven van mensen die ons dierbaar zijn heel duidelijke momenten kunnen aanwijzen waarin God ons reddend nabij is geweest. Waarom is dat zo belangrijk?

Muur
Omdat we ooit in ons leven voor een muur komen te staan waar niemand overheen kan kijken. Zolang er leven is, is er hoop, zeggen de mensen.
En van die hoop kunnen ze zich een voorstelling maken. Als je ziek bent heb je een zeer goed beeld van de gezondheid waar je naar verlangt. En als je arm bent kan je je heel goed voorstellen wat welstand betekent. En bovendien is het ook allemaal heel goed mogelijk: een zieke kán gezond worden en een arme moet niet noodzakelijk heel zijn leven arm blijven. Er is dus hoop. Maar de dood is de ultieme muur. Daar is geen kruid tegen gewassen. En niemand die de achterkant gezien heeft keerde ooit terug. Het is dus van het grootste belang dat wij, uit eigen ervaring of van heel betrouwbare getuigen weten: God is een bevrijdende, barmhartige God die altijd nieuwe toekomst voor ons schept. Een God die zo van me houdt, die laat me niet vallen, ook niet als ik sterf.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s