Westerse radicalisering

Zondag 12 juni 2016, 11de zondag door het jaar (jaar C)

Ik heb ooit eens op tv een merkwaardig verhaal gehoord uit de mond van een Engelse journalist die, hoewel zelf ongelovig, voor een reportage in Rome een Mis bijwoonde van de paus. Hij wist natuurlijk wel – we hebben het nu over de jaren 60 – dat de paus op de meest plechtstatige wijze zijn intrede maakte in een draagstoel, omgeven van waaiers met struisvogelpluimen, een ritueel dat helemaal leek afgekeken van het hofceremonieel bij de farao’s. En misschien moest hij er als ongelovige alleen maar een beetje om grinniken. Maar wat wel een verpletterende indruk op hem maakte was dat de man die zojuist nog was binnengedragen als een God, even later bij de Consecratie zichzelf vernederde en knielde als een slaaf voor een stukje brood. En de journalist besefte dat voor katholieken dit kleine stukje brood hemelhoog verheven is boven iedereen en alles wat op aarde macht en aanzien heeft. Omdat in dit kleine stukje brood Jezus zelf in ons midden komt. En omdat iedere gelovige, staande voor de oneindige liefde en barmhartigheid, voor de absolute heiligheid van God, diep doordrongen raakt van zijn eigen schamelheid en onwaardigheid.

Moeilijk
Tenminste, dat was zo tot voor kort. Mensen van vandaag hebben nogal wat moeite met het uiten van gevoelens van schamelheid en onmacht, van onwaardigheid, schuld en zonde. Laatst nog zei een dame me dat ze het echt niet leuk vond om telkens vóór de communie te moeten zeggen: “Heer ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt”. En eigenlijk is dat toch wel eigenaardig. Want als je gelooft dat God inderdaad pure Liefde is, wat is er dan moeilijk aan om te erkennen dat je als mens meestal zwaar onder de maat blijft? En toch kost het ons veel moeite om dat te erkennen. Een eerste verklaring is misschien dat, onder invloed van protestantisme en jansenisme, mensen in het verleden nogal eens opgezadeld werden met een vals schuldbewustzijn. Een tijdje geleden kreeg ik nog een parochieblad uit de jaren 50 in handen met daarin een “stichtelijk woordje” over de “straffende goddelijke rechtveerdigheid” en het noodzakelijk geachte “uitboeten van de zonden”. Als je nu zo’n tekst leest kan je moeilijk een glimlach onderdrukken. Maar tegelijk besef je dat de mensen in die tijd daar niet vrolijk van werden. Het is niet meer dan gezond dat we op die zaken momenteel een alleszins mildere kijk hebben. Niet het minst omdat ons godsbeeld een grondige wijziging heeft ondergaan. Al kan er geen liefde zijn zonder rechtvaardigheid, toch is het in onze dagen vooral de barmhartige kant van God die ons aanspreekt en waar wij ons bij voorkeur op richten.
Misschien dat ook daarom dat “Heer ik ben niet waardig” een beetje raar voor ons klinkt. En wellicht zijn er nog vele andere redenen waarom wij zo moeilijk met schuld en onmacht kunnen omgaan, want de mens is nu eenmaal een complex wezen.

Egocentrisme
Maar de voornaamste reden van ons degout is zeker wel het feit dat wij leven in een maatschappij waarbinnen de geest van competitie zo onvoorstelbaar sterk is toegenomen dat we ons geen deemoed meer kunnen permitteren. Het “ik” heeft de indruk dat het van alle kanten belaagd wordt en het wil vooral staande blijven en zichzelf op de kaart zetten. Natuurlijk heeft die geest van competitie en concurrentie altijd wel al bestaan, zeker in onze joods-christelijke cultuur. Die geest is trouwens ook altijd de motor van de vooruitgang geweest. Maar hij was nooit zo algemeen, zo onbarmhartig en verstikkend als vandaag. Uiteraard  vond een boer het 100 jaar geleden ook wel fijn als hij bekend stond voor zijn prachtige kalveren of als iemand die de rechtste voren met zijn ploeg kon trekken, of het beste fruit afleverde of als niemand anders in het dorp met paarden kon omgaan zoals hij. Daar was hij dan trots op. Maar daar bleef het dan ook bij. Hij moest daarbovenop niet ook nog eens het grootste huis, de snelste wagen en de meest adembenemende schoonheid tot echtgenote hebben.
De competitie en de concurrentie was niet totaal. Ik kon als boer best hebben dat mijn buurman wijd en zijd bekend was voor zijn kennis van de witloofteelt. Zolang iedereen maar wist dat je voor een malse big niet bij hem maar wel bij mij moest zijn.

Radicalisering
Op dit ogenblik heeft de consumptiemaatschappij en de mentaliteit die daar het gevolg van is gemaakt dat wij strijders geworden zijn op vele fronten. De reclame die ons inpompt dat wij recht hebben op het beste op elk terrein maakt dat het leven één grote competitie geworden is en dat wij geruisloos veranderen in concurrenten van elkaar op zowat elk denkbaar gebied. O.K., ik ga hier weer geen pees spannen tegen de consumentenmaatschappij. Straks gaat iemand nog denken dat ik terug wil naar vroeger en dat wil ik helemaal niet. Ik wil er alleen maar op wijzen dat dit ook enorme gevolgen heeft voor het geloof. In een maatschappij van concurrentie en competitie is het voor iedereen zaak geen krimp te geven, staande te blijven, je sterk voor te doen, de ander te overtroeven. Het spreekt vanzelf dat in zo’ n klimaat naakt en nederig en om vergeving vragend voor God te gaan staan volkomen absurd wordt.
We zitten dus met een probleem. Volgende week gaan we daar dieper op in.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s