Deemoeddeemstering

Zondag 20 juni 2016, 12de zondag door het jaar (jaar C)

Vorige week zagen we hoe de explosieve toename van de welvaart en het sterk doorgedreven democratiseringsproces de mogelijkheid, de kans om vooruit te komen in het leven voor iedereen sterk heeft doen toenemen. Het gevolg daarvan is dat de doorsnee mens veel zelfbewuster is geworden en allang niet meer zijn ‘klakske’ afneemt als een persoon van aanzien hem passeert. (Voor alle zekerheid dragen wij zelfs gewoon geen klakske meer). De opzienbarende toename van de welvaart, hoe zegenrijk die ook mag zijn op zich, heeft echter ook de concurrentie en de competitie tussen de mensen erg doen toenemen. En ook het individualisme, het egocentrisme zelfs. Vaak hoor je zeggen dat de televisie de oorzaak is van de teloorgang van de gemeenschapszin, het sociale netwerk in onze dorpen, het contact tussen de mensen. Maar de televisie is alleen maar een begeleidend verschijnsel van iets dat veel fundamenteler is. De teloorgang namelijk van het besef dat men elkaar nodig heeft.

Solidair
Onze voorouders, en voor bijna ieder van ons waren dat boeren, waren helemaal doordrongen van de gedachte dat ze op elkaar aangewezen waren, elkaar nodig hadden. Dat besef was geen gevolg van filosofische overwegingen maar van pure noodzaak. Elke boer had andere boeren nodig, al was het maar om zijn eigen oogst binnen te krijgen. En dat schiep natuurlijk een sterk solidariteitsgevoel, niet zozeer uit idealisme maar uit noodzaak. De mensen waren diep doordrongen van het besef dat je het alleen niet redt. En precies dat besef maakte mensen ook nederig, bewust van eigen onmacht en beperktheid.
En ze bewonderden de trekkers die zich inzetten voor meer solidariteit, minder ongelijkheid, meer hulp voor hulpeloze mensen. Het is ter gelegenheid van de wereldmarkt tijdens het Octaaf in Lubbeek weer opgevallen hoeveel mensen er eigenlijk – zowel binnen als buiten de Kerk – bezig zijn met projecten en solidariteitsacties ten voordele van mensen uit de derde en de vierde wereld. Wij vinden dat doorgaans prima, maar zijn deze mensen die zich niet-aflatend inzetten voor hulpbehoevende medemensen, zijn dat tegenwoordig nog altijd onze idolen, zijn dat de mensen waar we naar opkijken, waar we echt willen op lijken?

Omslag
Neen. Onze idolen zijn sporthelden, mediafiguren, dat zijn mensen als Marc Coucke en Fernand Huts, mensen die succes hebben, die het maken. Onze echte idolen zijn niet mensen die goed zijn voor anderen maar die zich juist onderscheiden van anderen, die specialer zijn dan anderen, die meer kunnen, meer schitteren dan anderen. Dat zijn onze goden, onze ongenaakbare helden, hoog verheven boven gewone stervelingen. En wij spiegelen ons eraan, diep in ons hart willen wij zijn zoals zij … Is dat de reden waarom wij het zo moeilijk hebben met deemoed, met het toegeven dat we zwak en zondig zijn? Ik weet het niet. Misschien zijn de redenen die ik aanhaal niet sluitend, maar het fenomeen zelf is in ieder geval onmiskenbaar: de moderne mens heeft het enorm moeilijk om voor zijn klein-zijn uit te komen.

Biecht
Dat is ook de reden waarom de mensen de biecht radicaal afgeschaft hebben. Zelfs sterk overtuigde christenen laten het biechtsacrament helemaal links liggen. “Omdat het zo’n karikatuur geworden was”, zeggen ze. Sorry, maar dat is onzin. De manier waarop je biecht heb je volledig zelf in de hand. Wat je daar zegt en hoe je het zegt, hangt volledig van jezelf af. Als wij een lint met een strikje rond de biechtstoel gedaan hebben, dan heeft dat denk ik gewoon te maken met het feit dat wij het vertikken om minnetjes over onszelf te praten. Wij leven in een klimaat waarin je vooral moet tonen wat je kan, wat je waard bent. Jezelf op de borst kloppen en zeggen dat je eigenlijk toch maar een kluns bent, wordt zelfs als ziekelijk ervaren … Soms zeggen mensen, en dát lijkt dan wél een serieus argument, dat ze het er moeilijk mee hebben om de priester te zien als de directe vertegenwoordiger van God, en dat ze daarom de “directe lijn” verkiezen en wat ze op hun kerfstok hebben met Godzelf zoeken uit te praten. De vraag is dan alleen maar of dat praten met God zoveel anders is dan ons praten onder mensen. Of we ook in het gesprek met God het bekennen van schuld niet verwarren met het aandragen van verontschuldigen en verzachtende omstandigheden.

Essentieel
Misschien denkt u wel: is dat allemaal zo belangrijk? Als ik nu doe wat ik moet doen en het Evangelie probeer in praktijk te brengen, volstaat dat dan niet? Is dat “gezond schuldgevoel” dan zo belangrijk dat je er twee zondagen aan besteedt en volgende week nog een derde? Ik denk het wel. Omdat we hier raken aan de essentie van het godsdienstig-zijn. De religieuze mens is per definitie op zoek naar het oneindige, het absolute. Biddend probeert de christen zich open te stellen en zich te laten aanspreken door een God die absolute schoonheid is, absolute goedheid, absolute Liefde. Het spreekt vanzelf dat in Zijn nabijheid gevoelens van deemoed, berouw en de vaste wil om anders te leven normaal zijn. Je kan je dus afvragen of je überhaupt wel godsdienstig kan zijn zonder besef van eigen kleinheid. En of in de huidige goddeloosheid, het onvermogen van de hedendaagse westerse mens om zich op de borst te kloppen niet een grotere rol speelt dan de aanbidding van het geld.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s