Geen eenzame ridders

Zondag 3 juli 2016, 14de zondag door het jaar (jaar C)

De evangelielezing van vandaag is niet direct de gemakkelijkste. Niet omdat ze moeilijk te begrijpen zou zijn. Maar eerder omdat ze moeilijk te verteren is. Ze heeft het in niet mis te verstane bewoordingen over de radicaliteit die van een christen verwacht wordt. Een radicaliteit die het “een beetje goed voor elkaar zijn” ver achter zich laat. Het gaat trouwens niet eens over goed zijn voor elkaar. Het gaat niet over concrete daden maar over een fundamentele ingesteldheid. Werken aan het Rijk Gods, en dat is de taak van iedere christen, is je inzetten voor een wereld waarin mensen liefdevol en bevrijdend met elkaar omgaan.
Wat Jezus ons vandaag zegt is dat die inzet totaal moet zijn, dat die inzet geen halfslachtigheid duld.

Celibaat
Diezelfde radicaliteit vind je ook bij Paulus die zelfs zo ver gaat te stellen dat, als je je echt wil geven voor het Rijk Gods, je eigenlijk beter ongehuwd blijft. Het is duidelijk dat Paulus dit niet letterlijk bedoeld want even verder stelt hij dat té lange onthouding ook niet goed is (1 Kor 7.5). Wat hij wil zeggen is dat je als gehuwde op de eerste plaats moet zorgen voor je gezin. En dat de liefde voor je nabestaanden en allerlei familiale bezigheden en aandachtspunten prima zijn op zich, maar toch ten koste gaan van je inzet voor het bredere plaatje. Dat, met andere woorden, de radicaliteit die het Evangelie van ons vraagt nog veel meer moeite kost voor iemand die gehuwd is dan voor iemand die wel niet het geluk kent van een warm gezinsleven, maar die er ook niet de eisen en de zorgen van kent. Maar het gaat hier inderdaad om een nuchtere vaststelling van een erg praktisch ingestelde Paulus.  Mensen die hierin persé een pleidooi willen zien voor het verplichte celibaat verwijs ik naar diezelfde nuchtere Paulus die stelt dat te lange onthouding de bekoring tot ontucht alleen maar groter maakt en dus niet aan te raden is.

Hulp
Maar goed, het gaat hier vandaag niet over de voor- en nadelen van het celibaat maar over de radicaliteit die verwacht wordt van diegenen die zich willen inzetten voor het Rijk Gods. En, nogmaals, het gaat niet zozeer om het stellen van grote daden maar om een innerlijk gericht zijn op de totstandkoming van dat Rijk. Met hart en ziel gericht zijn op die vredevolle wereld waarin mensen liefdevol zorg dragen  voor elkaar is veel belangrijker dan af en toe geld geven aan een goed werk en voor de rest een leven leiden waarin jij het middelpunt bent van je salon. En hier komen we in aanraking met een religieus fenomeen dat je moeilijk kan begrijpen als je doordrongen bent van de hedendaagse opvatting dat je als mens zo ongeveer alles zelf in handen hebt. En dat je niet alleen verantwoordelijk bent voor je daden, maar dat ook je ingesteldheid door je opvoeding, je omgeving en vooral ook door jezelf gestalte wordt gegeven.
Het is een opvatting die volledig voorbijgaat  aan de mogelijkheid dat ook God daarin een rol kan spelen. Ook mensen die godsdienstig zijn opgevoed moeten daarvoor oppassen. Vaak zijn ze zo doordrongen van de gedachte dat ze moeten werken aan zichzelf, dat ze zichzelf van alles moeten ontzeggen om via wilskracht en discipline te komen tot een grotere inzet en een evangelische levensstijl. Ook zij houden veel te weinig rekening met wat men traditioneel ” Genade” noemt. Het directe ingrijpen van God in je leven.

Geschenk
Vorige week hebben we het gehad over het opmerkelijk verschijnsel dat wanneer je naakt en berouwvol voor God gaat staan, Hij je diepste roerselen ogenschijnlijk ongenadig aan het licht brengt. Ogenschijnlijk ongenadig. Want, omdat deze “operatie – ontluistering” door God wordt geleid, is het een bijzonder bevrijdend gebeuren. En je ervaart het ten diepste als een genade: een gave, een geschenk. Zo mogelijk nog meer wonderlijk is het feit dat God ook je ingesteldheid fundamenteel verandert. God. Niet jijzelf. Zolang je probeert je natuurlijke gerichtheid op jezelf af en toe te doorbreken en anderen op de eerste plaats te stellen, blijft het een timmeren aan een moeilijke weg, blijft het een zaak van inspanningen, van vallen en opstaan, van wilskracht en telkens opnieuw beginnen. Het kan echter gebeuren dat je op een dag merkt bij jezelf dat je – zo maar ineens – fundamenteel anders gericht bent: dat je, met heel je persoon, alleen nog maar wil goed zijn voor anderen. Niet af en toe iets doen voor anderen, neen, fundamenteel er willen zijn voor anderen. Waarbij, zonder de minste inspanning, ineens een bron van geluk wordt wat je tot dan zag als een opgave. En dat is Genade. Dat bewerk je niet zelf. Dat “gebeurt” aan je. En je kan er alleen maar in verwondering en dankbaarheid naar kijken. En er voor bidden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s