Smoesjes

Zondag 17 juli 2016, 16de zondag door het jaar (jaar C)

Op de vraag “wie is mijn naaste?”, antwoordt Jezus: Van ieder die mijn hulp nodig heeft wordt ik de naaste. Het is een radicale stellingname die helemaal ingaat tegen onze diep ingewortelde neiging om zelf te bepalen voor wie we goed willen zijn en voor wie niet.
Niet ik bepaal wie mijn naaste is, zegt Jezus, maar de mens in nood maakt mij tot zijn naaste. Ik wordt gewoon zijn naaste door het feit dat hij hulp nodig heeft en ik hem die kan geven.
Het is inderdaad een radicale opvatting want het betekent dat de ellende, de armoede, het verdriet en de pijn van alle mensen die op mijn weg komen en die ik zou kunnen helpen, mijn zaak wordt.

Schuld
Het betekent dus ook dat het feit dat ik niet verantwoordelijk ben voor de ellende van een medemens mij niet ontslaat van de plicht om hem te helpen.
En laat dát nu net het punt zijn waar wij altijd op terugkomen als wij naar redenen zoeken om mensen niet te moeten helpen: het is niet onze schuld dat die mensen arm zijn of ziek of vervolgd of uitgebuit worden zeggen we dan.
Een raar argument eigenlijk als je bedenkt dat als mijn zoon of mijn dochter ziek is, ik hemel en aarde beweeg om hen te helpen, terwijl het toch ook niet mijn fout is dat ze ziek zijn. En op dezelfde manier help ik een goeie vriend die financieel aan de grond zit en bezoek ik mijn oma die wat stilletjes zit weg te kwijnen bij haar thuis of in het bejaardentehuis, hoewel het ongeluk van die mensen niet mijn schuld is.
Het is duidelijk dat het argument “het is niet mijn schuld” niet klopt en alleen maar de echte reden moet verhullen: het feit namelijk dat ik mij veel minder betrokken voel bij het leed van kinderen in Bangladesh dan bij dat van mijn eigen kinderen.
En hoewel Jezus dat juist in vraag stelt (wij zijn allen broeders en zusters) is die houding wel begrijpelijk omdat ze in onze natuur ligt. Het hemd is altijd nader dan de rok.

Naïef
Er zijn echter andere en veel kwalijker argumenten om niets te moeten doen voor mensen in nood.
Eén ervan is (en dat is eigenlijk hetzelfde als het vorige maar een beetje aangepast): laat diegenen die via uitbuiting, oorlog en tirannie schuld hebben aan de ellende van zovele mensen, laat die ervoor opdraven.
Maar, hoe onzinnig is toch dat argument. Eigenlijk zeggen we dan, als we even teruggaan naar het verhaal van de barmhartige Samaritaan, laat de rovers die de ongelukkige reiziger overvallen, bestolen en voor dood achtergelaten hebben, laat die terugkomen en hun slachtoffer verzorgen en alles weer goedmaken. Dat is een nogal naïeve redenering.
Er zijn nu eenmaal naast goede mensen ook rovers, bandieten, uitbuiters en tirannen. Dáár moet je uiteraard geen medelijden van verwachten. Die moeten alleen maar met kracht bestreden en gestraft worden. Maar ondertussen is het aan goede mensen om het leed dat die anderen aanrichten zoveel mogelijk te lenigen.

Rijken
Een ander zeer vaak gehoord argument is: laat de rijken ervoor opdraaien, die kunnen dat beter doen dan wij. Het is een populistisch argument dat gevoed wordt door de mythe dat de mensheid bestaat uit edelmoedige gewone mensen aan de ene kant en hardvochtige rijken aan de andere kant. En ook dat is natuurlijk onzin.
Er zijn bijzonder edelmoedige rijke mensen en er zijn bijzonder vrekkige en hebzuchtige “gewone” mensen. En omgekeerd.
Bovendien is van enkele superrijken in ieder geval geweten dat zij het allergrootste deel van hun bezit besteden aan het bestrijden van de armoede. En dat doen maar weinige “gewone mensen” hen na.

Plakken
Een ander vaak gehoord argument is: als ik wist dat de mensen het echt in handen kregen zou ik geven. Maar om die reden niets geven is ook niet juist. Want zelfs al moet je rekenen op 8 à 10% administratiekosten, en zelfs al zou er van mijn 100 euro , door de corruptie in de arme landen maar 10 of 20 euro tot bij de mensen geraken dan is dat altijd nog veel beter dan niets.
Ook met het argument dat bvb. na de tsunami in Zuid-Oost Azië , het ingezameld geld niet uitgedeeld werd aan de getroffen mensen maar dat men er allerlei infrastructuurwerken mee heeft gefinancierd, en “het geld dus toch weer naar de rijken is gegaan”, houdt geen steek.
Geld uitdelen kan je maar één keer. Maar heropgebouwde hotels en fabrieken zorgen voor de toekomstige broodwinning van de getroffenen en dat is veel duurzamer.

Kerkschatten
En dan is er, nu we toch bezig zijn, natuurlijk ook nog de koningin van alle dooddoeners: Waarom verkoopt de Kerk niet al haar kunstschatten om de opbrengst aan de armen te geven? Het antwoord is: omdat dit een onnozel en zelfs misdadig gebaar zou zijn.
Een onnozel gebaar: Omdat zij met de opbrengst ervan al de armen van de wereld misschien één keer een deftig maal zou kunnen geven. En dat was het dan. Alles op en gedaan met zingen.
Neen dan is de rol die de Kerk nu al 2000 jaar speelt in het bewust maken en het vormen van mensen die zich helemaal geven aan het lenigen van nood, oneindig veel belangrijker.
Maar het zou bovendien ook een misdadig gebaar zijn: Al die kunstschatten zijn wereld- erfgoed, ze zijn van ieder van ons, de Kerk beheert ze alleen maar. Ze kan ze trouwens ook niet verkopen.
Moesten die kunstschatten toch verkocht worden en in privécollecties en kluizen van filmsterren en oliebaronnen terechtkomen dan zou dat een misdaad tegen de mensheid zijn.

Lieve mensen, hier stop ik. Ik weet dat ook op mijn argumenten af te pingelen valt.
Wat ik alleen maar wil zeggen is: Welk argument ook wordt aangevoerd om onze broeders en zusters in nood niet te moeten helpen, het wordt, allemaal ontmaskert als cafépraat als wij Jezus recht in de ogen durven kijken….

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s