Godsdienst = oorlog

Zondag 28 augustus 2016, 22ste zondag door het jaar (jaar C)

Zolang hij in de oertijd leefde van het verzamelen van vruchten en van jacht en visvangst moest de mens elke dag opnieuw ervoor zorgen dat hij genoeg te eten had. Iedere mens. Er was dus geen leidinggevende klasse, want iedereen werkte voor zijn eigen levensonderhoud. En er was ook geen oorlog, want er was geen overschot en dus was er ook niets om voor te vechten. Dat veranderde radicaal bij het verschijnen van de landbouw en de boerengemeenschappen. Landbouwproducten konden opgeslagen worden en veestapels breidden zich uit. En dus was er overschot. En bijgevolg kwam er een klasse die niet hoefde te werken en die zich kon bezighouden met bestuur, met wetenschap, onderwijs en cultuur. En meteen verscheen ook de oorlog op het wereldtoneel. Want er was nu overschot, rijkdom van kudden en grond. En die rijkdom gaf aanzien en macht en wekte begeerte op. De eerste oorlogen waren gewoon rooftochten, waarbij men het vee en de grond van een minder sterke afpakte en die bij de eigen bezittingen voegde. En in wezen is oorlog, van de oertijd tot nu, altijd hetzelfde gebleven: een goed georganiseerde rooftocht. Of een wraakactie voor de ellende en de vernedering van een vorige rooftocht.

Goedkoop
En dat inzicht in het wezen van de oorlog is natuurlijk wel flagrant in tegenspraak met een van de meest hardnekkige Europese mythen. De mythe namelijk die zegt dat godsdienst aan de basis van alle oorlogen ligt. Het is een heel hardnekkige maar ook heel goedkope bewering, die door geen enkel serieus historisch onderzoek wordt ondersteund. Sterker nog: er is eigenlijk nog nooit één oorlog om echt godsdienstige redenen gevoerd. Zelfs niet de kruistochten. Deze compleet psychotische ondernemingen hadden alles te maken met machtswellust en roofzucht, met angst voor vreemde overheersing en met de hang naar roem op het slagveld. Compleet psychotisch inderdaad. Want hoe kan je dat anders noemen als kruisvaarders, na de inname van Jeruzalem en de afslachting van alle moslims in de stad, naast de verrijzeniskerk een ‘overwinningsmis’ vieren. In de naam van Jezus, een man die alleen maar vrede en liefde wilde en die trouwens juist door psychoten zoals zij aan het kruis was geslagen.

Misleiding
Hier zitten wij bij de kern van het bedrog. Als een middeleeuwse paus een kruistocht organiseert gaat hij natuurlijk niet zeggen dat hij dat doet uit machtswellust. En wanneer Hitler Rusland binnenvalt noemt hij dat ook geen rooftocht, hoewel het dat is. En als Bush Irak binnenvalt zegt hij ook niet dat hij vooral de Amerikaanse oliebelangen in de regio wil veilig stellen. In plaats daarvan heeft de eerste het over grote godsdienstige verzuchtingen, de tweede voert nationalistische idealen aan en de derde schermt met grote principes van de verlichting (democratie, freedom of speech etc.). Zelfs de 30-jarige oorlog, die geldt als het prototype van een godsdienstoorlog, had heel weinig met godsdienst van doen. Officieel ging het tussen katholieken en protestanten. Maar in werkelijkheid stonden aan de ene kant Keizer Karel, die een groot Europees Rijk wilde oprichten en mét hem al de vorsten die graag een graantje wilden meepikken. Aan de andere kant de kleinere vorsten die schrik hadden dat ze hun macht gingen verliezen. Officieel ging het tussen katholieken en protestanten, maar in werkelijkheid ging het om een chaotisch machtskluwen waarin een kat haar jongen niet meer vond. Niet alleen werd de oorlog voornamelijk uitgevochten door huurlingen die voortdurend van jasje verwisselden, maar ook de leiders veranderden regelmatig van kamp al naargelang het hen beter uitkwam. Zelfs de paus, die in die tijd ook een wereldlijk vorst was, stond op een gegeven ogenblik aan de kant van de protestanten! Kan je nagaan hoeveel dat allemaal met geloof te maken had.

Misbruik
Natuurlijk waren er onder de strijders ook mensen die hun geloof serieus namen, echt vrome mensen, maar in grote lijnen dienden de godsdienstige principes alleen maar om het cynisme te camoufleren en de buitenissige wreedheid van de oorlog een schijn van rechtvaardiging te geven. En zo is dat altijd geweest. Godsdienst is nooit de echte reden van oorlog, maar geloof wordt wel heel vaak misbruikt door oorlogsstokers. Zelfs Adolf Hitler, een van de meest rabiate atheïsten ooit, was daar niet vies van. In onze tijd wordt de mythe vooral in stand gehouden en gevoed door mensen die graag geloven dat de beschaving pas begint bij de verlichting. Zij moesten beter weten. Want ook de verlichting wordt voortdurend gebruikt en misbruikt om verschrikkelijke toestanden goed te praten. Denk aan de nietsontziende brutaliteit waarmee Europa de rest van de wereld koloniseerde en aan de mensonterende slavernij van de zwarten in Amerika: twee eeuwen lang dood en ellende voor miljoenen mensen. Twee eeuwen van mensenverachting, die zeker niet vanuit het geloof werd ondersteund maar juist vanuit het pseudowetenschappelijk verlichtingsdenken van mensen als John Locke en de eerste presidenten van de USA.

Vloek
Mensen hebben God echt niet nodig om elkaar de duivel aan te doen. Maar, naast de vaststelling van het misbruik dat o.m. van godsdienst wordt gemaakt toont historisch onderzoek nog iets anders, iets dat zo mogelijk nog meer ontstelt en verontrust: de onvermijdelijkheid van geweld. Uit heel de geschiedenis blijkt dat geen enkele staat en geen enkele beschaving het kan doen zonder structureel geweld. Gewoon om te overleven. Dat is een heel ontnuchterend maar vaststaand feit. Het is een vloek waar vroeg of laat alle religieuze en alle vredelievende mensen mee geconfronteerd worden, in alle culturen. In Egypte, Mesopotamië, in het middeleeuwse Europa, in Indië, in China, overal. Staatsgeweld is onvermijdelijk. Eveneens is het duidelijk dat de seculiere staat absoluut niet vredelievender is gebleken dan welk religieus geïnspireerd regime ook. Integendeel. Elk religieus geloof gaat er op een of andere manier vanuit dat je een andere mens moet behandelen zoals je zelf wil behandeld worden. Bovendien heb je als gelovig mens het sterke besef dat de grond van het leven de mens transcendeert, dat wij niet zelf de ultieme norm zijn. Vandaar ook de milderende, meer vredelievende impulsen die in alle tijden en in alle culturen ook altijd zijn uitgegaan van religieuze mensen. Neem dat weg en laat ideologie en staatsgezag zich alleen beroepen op wetenschap en rationaliteit en niets kan de waanzin nog inperken, zoals de 20ste eeuw ten overvloede heeft aangetoond. Om Talleyrand (met enige fantasie) te parafraseren: godsdienst uit de samenleving bannen is erger dan een misdaad. Het is een stommiteit.

Vérder kijken

Zondag 21 augustus 2016, 21ste zondag door het jaar (jaar C)

Het doorgronden van de werkelijkheid is in onze cultuur helemaal in handen gegeven van het proefondervindelijk onderzoek, van de empirische wetenschap.
Nu heeft in het Westen het rationele altijd een bijzonder sterke positie ingenomen. Denk maar aan Aristoteles, aan de middeleeuwse theologie en aan Thomas van Aquino. Maar vanaf de tijd van de verlichting zag men in de rede en de wetenschap nog het enige geldige middel om de werkelijkheid in kaart te brengen. Toen dan ook, de eeuwen die daarop volgden, de wetenschap enorme successen boekte, trad er een soort verenging op en geraakten alle andere vormen van kennisverwerving in diskrediet. In de roes van haar triomfen ging de wetenschap zichzelf uitroepen tot de enige manier om kennis te verwerven. Alles wat niet door die wetenschap kon onderzocht worden (God bijvoorbeeld) werd verwezen naar het rijk van de verbeelding. Als gevolg daarvan gingen ook nogal wat gelovigen hun koelbloedigheid verliezen. Tot op vandaag zijn er predikanten en theologen die zomaar alles overboord gooien wat niet onmiddellijk wetenschappelijk kan bewezen worden.

Apollonia
Onterecht natuurlijk. Want alles wat met God te maken heeft ontsnapt per definitie aan wetenschappelijke registratie, aan proefondervindelijke vaststellingen. Ik moet daarbij altijd denken aan die jonge paters die in de jaren 60, vlak na het concilie, onze kerken afschuimden met de belangwekkende mededeling dat we “vroeger de H. Apollonia hadden, maar nu was er de tandarts”. Ik wist toen zelfs als kind al dat er iets niet klopte van wat die wakkere borsten ons kwamen vertellen. Zusters en broers, God behoede ons ervoor dat we tuimelen in de valkuil van het anti-rationalisme of het anti-intellectualisme. D’r is absoluut niks mis met wetenschap en technologie. Wanneer ik tandpijn heb ga ik dus gewoon naar de tandarts. Maar ik weet ook heel goed dat heiligen mij dingen kunnen vertellen waar de tandarts helemaal niets vanaf weet. Wij mogen als gelovigen gerust terug wat zelfbewuster worden. Geloof kan voor ons een diepte en een volheid van leven ontsluiten waarin geen wetenschap kan doordringen.

Ouwe koek
Laat theologen en predikanten daarom al beginnen op te houden met hun ontmythologiseringsgedram. Met hun systematisch pogen om het geloof in het veel te enge doosje van de wetenschap te wringen. Waardoor ze dat geloof oneindig verschralen en de warme geborgenheid van de levende God vervangen door de kilte van abstracte ideeën. Laat men daar, na 40 jaar, toch eindelijk mee ophouden. Het is genoeg geweest. En het is bovendien allemaal zo verschrikkelijk passé. Buiten de Kerk is men al volop bezig met de “hertovering” van onze wereld. Met het terug openkomen voor een werkelijkheid die veel rijker is dan onze wetenschappelijke neus lang is. In de relatie van ontelbare tijdgenoten tot de natuur bijvoorbeeld, zit een onmiskenbaar religieus element. Terwijl wetenschappers tegenwoordig zelf zeer goed beseffen dat de pretentie van de verlichting dat de wetenschap ooit alle menselijke vraagstukken oplost, ook de morele en religieuze, dat die pretentie helemaal achterhaald is.
Recente fysische inzichten in de bevreemdende aard van materie, ruimte, tijd en energie vergroten alleen maar het mysterie. Terwijl het bewustzijn moeilijk blijkt vast te pinnen binnen het brein. Het zgn. onttoveren van de wereld blijkt nu al ingehaald door een nieuwe honger naar betovering. Honger naar de diepte van het leven. En dan kan het geloof ons gidsen.

Maria
God is diep in ons. Je komt Hem op het spoor, niet via wetenschappelijk onderzoek maar door in jezelf te keren, door gebed en contemplatie. Wie op zoek gaat naar de levende God en afdaalt in zichzelf, die moet aan het begin van zijn tocht een aantal dingen achterlaten. De kille afstandelijkheid van zijn rationele denken op de eerste plaats. Want in zijn diepste kern blijkt onze wereld een wereld te zijn van warmte en van ongedwongen omgang: niets moet opgehouden, verborgen of bewezen worden. Wij worden door de diepste Grond van het bestaan volkomen aanvaard zoals we zijn. Diep ontzag en respect gaan moeiteloos samen met heel intieme omgang met God. En ook met Maria bijvoorbeeld.
Ik hou van Maria. Ik vertel haar dingen die ik nooit aan iemand anders zou vertellen.

Schoonheid
Ik denk dat ik nochtans eerder rationeel ben ingesteld en dat ook mijn godsdienstigheid niet sentimenteel is. Maar ons verstand kan ons wel helpen bij onze beslissing om te geloven. Maar om iets over het geloof zelf te kunnen vertellen moeten we er binnengaan, het van binnenuit leren kennen. Door de ogen van het geloof blijkt onze wereld een schoonheid en een diepte te bezitten waar wij voorheen, met ons verstand alleen, geen flauw vermoeden van hadden.
Het religieuze hoort, denk ik, fundamenteel bij ons mens-zijn. Het geeft zoveel kleur en warmte, zoveel nabijheid en geborgenheid, zoveel hoop en vertrouwen, zoveel kracht om alles aan te kunnen, dat ik het verlies ervan als een verminking van mijn mens-zijn zou ervaren. Laten wij ons geloof koesteren. Het is ons kostbaarste bezit.

Radicaal mededogen

Zondag 14 augustus 2016, 20ste zondag door het jaar (jaar C)

Jezus heeft nooit aangezet tot oorlog of haat en Hij heeft ook nooit zelf oorlogen gevoerd. Ik weet dat dit bespottelijk vanzelfsprekend klinkt voor diegenen die enigszins met Hem vertrouwd zijn. Maar steeds meer mensen weten zo goed als niets meer over het christelijk geloof en je kan hen dus wijsmaken wat je maar wil. En dat wordt dan ook ijverig gedaan. Via kranten en tijdschriften, via facebook en twitter wordt de angst en de afschuw van de westerlingen voor terrorisme en jihadisme op grote schaal misbruikt om in alle toonaarden het liedje te zingen van ‘godsdienst=oorlog’. Er wordt niet gespecificeerd en niet genuanceerd. De boodschap die systematisch ingehamerd wordt is: ‘Godsdienst, elke godsdienst, betekent oorlog.’ Het is duidelijk dat dit hier in Europa alleen maar kan betekenen dat het christendom nog maar eens nagetrapt wordt.

Onderscheid
En dat is heel erg oneerlijk. Godsdiensten worden heel vaak misbruikt door machthebbers. Ze verworden dan tot ideologieën. Ideologieën die dan alleen maar dienen om machtswellust en veroveringsdrang, om onderdrukking en discriminatie te legitimeren. Ieder geloof, iedere verheven gedachte zelfs, kan door sinistere figuren misbruikt worden om allesbehalve verheven doelen na te streven. Maar dat kan je nooit op rekening van dat geloof zetten. Dat een vies paterke iets gedaan heeft met kinderen, mag dan al afschuwelijk zijn, het zegt niets over het geloof in Jezus Christus. En dat Adolf Hitler, een radicale atheïst, zijn soldaten liet rondlopen met “Gott mit uns” op hun gordel kan nooit betekenen dat er iets mis is met God. Ik denk dat wij heel zorgvuldig met dit soort gegevens moeten omspringen. En duidelijk het onderscheid moeten maken tussen het geloof en het misbruik dat ervan kan gemaakt worden.

Inquisitie
Het kan interessant zijn om in dit verband er nog eens “De gebroeders Karamazov” van Dostojewski op na te slaan. U hoeft daarom die hele turf niet te herlezen (hoewel het een van de meesterwerken uit de wereldliteratuur is). Christus keert in de 16de eeuw terug op aarde en heeft een gesprek met de grootinquisiteur van Toledo. Maar lees nog eens het “Gesprek tussen Christus en de Grootinquisiteur”. Van meet af aan besef je dat het de grootinquisiteur helemaal niet om godsdienst en geloof te doen is. Het gaat over hoe je de staat bestuurt en de mensen een rustig en tevreden bestaan bezorgt. In de eerste plaats door ze in het gareel te houden. Want mensen zijn dom en moeten geleid worden. De inquisiteur heeft de grootste minachting voor Christus, diens beroep op de menselijke vrijheid en zijn vertrouwen in de mens. “Ga toch terug naar waar je vandaan komt”, zegt de inquisiteur korzelig tegen Christus. Wij kunnen hier niks met je doen. Wij weten hoe je rust en orde moet handhaven en de mensen gelukkig kan houden met snoepjes. “Ga toch weg”, zegt de kardinaal-grootinquisiteur tegen Christus, je bent een sukkel, jij weet niets af van de mens en nog minder van het geven van leiding. Omwille van deze scène werd het boek in Rusland verboden, zowel onder de tsaren als onder het communisme. Ze wisten zeer goed waarom. Het gaat immers over staatsterreur, niet over geloof. Dat Dostojewski voor onze consumptiemaatschappij minder gevaarlijk lijkt ligt misschien niet aan zijn boeken, maar wel aan het feit dat wij al zo ver zijn dat we liever naar de snoepjes “Thuis” en “Familie” kijken dan “De gebroeders Karamazov” te lezen.

Spanningen
Terug naar Jezus nu. Ik denk dat het evident is dat Jezus het absolute tegendeel is van iemand die op oorlog en onenigheid aanstuurt. Zijn leer was er een van liefde, barmhartigheid, aandacht, tedere ontferming, … Maar wat bedoelt Hij dan met: “Vuur ben ik komen brengen op aarde”? Ik denk dat je dat onmiddellijk al begrijpt als je de tekst verder leest. Jezus vroeg van mensen bekering. Dat ze zich zouden afkeren van hun slechte gewoonten, van hun egoïsme vooral. En dat ze in plaats daarvan zorgdragend en zichzelf vergetend in het leven zouden staan. Het is duidelijk dat niet iedereen daarvoor staat te springen. En dat, wanneer je er toch wil op ingaan, er spanningen, soms heel erge spanningen komen met je omgeving.

Soft?
Jezus heeft dat zelf mogen ondervinden van de machthebbers van die tijd.
Hij bracht zijn leer in een maatschappij die helemaal verziekt was door
militant en gewelddadig nationalisme. Voor de machthebbers zowel als voor de oppositie was Hij een storende factor die een veel te “softe” boodschap bracht. Maar Jezus was niet soft, nam geen woord terug. Hij bleef volhouden dat God liefde is, dat Hij houdt van elke mens zonder onderscheid en dat wij God alleen kennen en beminnen in het liefhebben van zijn mensen. En Hij stierf nog liever zelf dan ook maar de minste toegeving te doen aan onze neiging tot geweld en overheersing. Christendom heeft alles te maken met liefde, respect en mededogen. Iedereen die in naam van dat geloof mensen tegen elkaar opzet, stelt zichzelf daarmee meteen ook buiten dat geloof. Er is immers geen groter verraad van Jezus denkbaar.

De grote “later” smoes

Zondag 7 augustus 2016, 19de zondag door het jaar (jaar C)

Hebt u dat soms ook dat u denkt: wat voor een rommel heb ik hier toch allemaal staan in mijn huis! En met rommel bedoel ik dan niet kapot of versleten materiaal, maar allerlei dingen die ik in de loop der jaren zelf gekocht of gekregen heb en waar ik eigenlijk volslagen niets kan mee doen. Allerlei zaken die strikt genomen geen enkel nut voor me hebben, alleen maar plaats innemen. En toch doe ik ze niet weg. Zo heb ik toen ik priester werd een volledige eetplaats gekregen en twee eetserviezen, maar ik heb thuis nog nooit een etentje gegeven. De keren dat je gastheer bent ga je toch gewoon naar het restaurant, zeker als je – zoals ik – alleen bent en van koken geen verstand hebt. Waarmee meteen ook gezegd is dat die kast vol kookpotten en pannen die ik van mijn moeder kreeg compleet onaangeroerd de geschiedenis zal ingaan. En zo heb ik ook een hele hoop boeken – en ik koop er nog voortdurend bij – die ik, ook als ik tweehonderd jaar wordt, nooit uitgelezen krijg. Terwijl ik van een massa plastieken hoezen niet eens weet of ze muziek dan wel films of foto’s bevatten.

Angst
Waarom doen we dat eigenlijk, ons helemaal omringen met allerlei hebbedingen waar we eigenlijk niets kunnen mee doen? Ik denk dat heel die hebberigheid van ons, die neiging om op te potten en te verzamelen, veel meer dan gewoon zoeken naar comfort, een verlangen naar veiligheid en zekerheid laat zien.
Dat het een manier is om een sluimerende angst, diep in ons, te bezweren. Dat – en ik ben geen psycholoog, ik zeg gewoon wat ik denk – dat onze angst voor de dood en de intense dreiging die van ons sterfelijk zijn uitgaat ons ertoe brengt ons te omringen met zaken die ons moeten helpen om onze sterfelijkheid te vergeten. Je kan dat ook proberen met het najagen van geld en macht, wat je ook een enorm gevoel van veiligheid zou kunnen geven. Of je kan dat proberen met je helemaal onder te dompelen in een leven van alleen maar genieten. Wat je hetzelfde gevoel van “hier komt nooit een einde aan” kan geven. Maar het einde komt onvermijdelijk. En het komt vaak zelfs plots en onverwacht, voor juist die mensen die dat einde altijd hebben weggeduwd, altijd met dingen zijn bezig geweest die hun gedachten van dat einde moesten weghouden. Ze zijn helemaal onvoorbereid. Het verdict van de dokter brengt totale ontreddering en diepe wanhoop.

Uitstellen
Wat Jezus ons vraagt is niet dat we de godganse dag alleen maar zouden bezig zijn met aan de dood te denken. Maar wel dat we bij de keuzes die we maken het besef van onze sterfelijkheid levend houden. Ons leven zal ooit eindigen. En als het zover is zal ons, onvermijdelijk, de vraag gesteld worden wat we ermee gedaan hebben. We zullen die vraag zelf stellen. Wanneer wij ons leven verdaan hebben met waardeloze dingen en we geen enkele gelegenheid te baat namen om uit te groeien tot een liefdevolle mens, zal ons eigen oordeel veel strenger zijn dan dat van God. En dat zal de wanhoop alleen maar erger maken. Vandaar de voortdurende waarschuwingen van Jezus om onze eindigheid serieus te nemen. En vooral niet alles te verschuiven naar “later”. “Later heb ik nog tijd genoeg om mij met de diepere dingen bezig te houden. Later, als ik oud en rustig ben geworden, zal ik mij wat meer bezig houden met wat God van mij vraagt.”
Maar nu moet ik mij vooral goed amuseren, van het leven genieten. En de pret vooral niet laten bederven door de tranen in de ogen van armen, van zieke en eenzame mensen. Later heb ik daar nog tijd genoeg voor. “Eerst wil ik leven …”

Nu
Maar, misschien komt er geen “later”. Bovendien, zelfs als je oud zou worden is het weinig waarschijnlijk dat je “later” ineens vanzelf anders gaat leven dan je tot dan toe altijd gewoon bent geweest. Vandaar Jezus’ raad, nogal afschrikwekkend maar wel efficiënt: leef elke dag alsof het je laatste zou zijn.
Wees nu een liefdevol mens of word het vanaf nu. Misschien krijg je die kans later niet meer. Begin er nu aan. Nu, op dit moment. Iemand heeft dit ooit genoemd “het sacrament van het heden”. Nú moet ik beslissen om een ander mens te worden. Het maakt totaal niet uit of ik 25 ben of 85. Als ik nu beslis vanaf nu een ander, een beter, een meer liefdevol mens te worden dan wordt vandaag de belangrijkste dag uit mijn leven. Dan telt gisteren niet meer of morgen. Alleen vandaag. Het sacrament van het heden. Nu, nog voor ik de kerk verlaat, moet ik beslissen een beter mens te worden.

Het slijk der aarde

Zondag 31 juli 2016, 18de zondag door het jaar (jaar C)

Het is moeilijk bidden met een overvolle maag. Maar ook een lege maag is niet bevorderlijk voor de concentratie tijdens het gebed. Vandaar dat men het in onze kloosters al eeuwenlang houdt bij eerder sobere, maar gezonde en gevarieerde maaltijden: er komt voldoende eten op tafel maar schransen en brassen hoort er normaal gezien niet bij. Ik denk trouwens dat er in de geschiedenis maar weinig godsdienstige stromingen te vinden zijn die niet een zekere soberheid in eten en drinken zien als een noodzakelijke voorwaarde om tot enige vorm van geestelijk leven te komen.

Voorbehoud
Het christendom is zeker niet de leer van de onthouding: niets in heel de schepping heeft Jezus ooit onrein, niet-koosjer of niet-halal verklaard.
Maar het christelijk geloof zegt wel dat te veel belang hechten aan eten en drinken je hindert als je serieus wil bezig zijn met de diepere vragen van het leven en met de dingen van God. Met geld, welstand en rijkdom is dat precies hetzelfde. Het christendom is daar niet tegen op zich, maar het maakt wel een duidelijk voorbehoud voor als die dingen een te voorname plaats in je leven innemen. Omdat ze je dan inderdaad van het wezenlijke kunnen afhouden.
Heel de geschiedenis door heeft de Kerk een erg realistische houding t.a.v. geld aangenomen. Om nog eens het voorbeeld van de kloosters te nemen: het doel van een klooster is de kloosterling zo optimaal mogelijk de kans te geven om een serieuze relatie met God uit te bouwen. En dat kan alleen maar als hij/zij gespaard blijft van zorgen betreffende eten, kleding en huisvesting. Daar zorgt het klooster dus voor.

Pragmatisch
Maar als er geen geld is kan je natuurlijk ook niet met een klooster beginnen. Er is dus veel geld nodig om een aantal mensen de kans te geven een leven van gebed en inzet voor anderen te leiden zonder dat ze zich voortdurend zorgen moeten maken over rekeningen die betaald moeten worden. De Kerk heeft dus altijd een erg nuchtere houding aangenomen tegenover geld, het nooit op voorhand veroordeeld. Maar altijd bleef er het voorbehoud dat te veel met geld bezig zijn, je afhoudt van wat echt belangrijk is in het leven. En daarin volgt ze volledig de Heer. Zowel wat betreft de nuchtere benadering als wat betreft het voorbehoud is ze volledig in eenklank met Jezus. Jezus had, om het voor één keer toch maar eens heel duidelijk te zeggen, Jezus had niets tegen welstand of welstellende mensen. In de jaren 60 heeft men wel eens geprobeerd om van hem een sociaal-revolutionair, een kampioen van het proletariaat maken. Maar dat is onzin.
Jezus preekte naastenliefde, zorg voor de mens in nood, de arme, de zieke, de mens in de kou. Maar Hij was geen demagoog die zich richtte tegen welstellende mensen. Een groot deel van zijn vrienden bestond uit wat je tegenwoordig middenstanders en hoger geschoolden zou noemen. Het was ook niet zijn bedoeling om een sociale beweging in het leven te roepen of grote hulpacties op touw te zetten.

Bevrijder
Jezus was op de eerste plaats de Verlosser van de mens. Hij wil de mens, elke mens, rijk of arm, verlossen. Hij wil hem verlossen van alles wat hem klein houdt en tot slaaf maakt. Zijn doel voor elke mens is wat Paulus later noemen zal: de glorierijke vrijheid van de kinderen Gods. Jezus wil ten diepste mensen bevrijden. En Hij wil dat doen door hen vertrouwd te maken met de liefde van de Vader, die zoveel van ons houdt dat Hij ons voortdurend en zelfs voor eeuwig naar zich toe wil trekken. Maar het is moeilijk praten over de liefde van God tegen een mens die honger heeft, of ziek is of eenzaam en verdrietig. En daarom roept Hij ons op om God in ons te laten werken en om die liefde van de Vader gestalte te geven. Om voor onze medemensen in nood “zo goed als God” te zijn.
En om, precies door zo te doen, zelf bevrijd, zelf verlost te worden.

Grondwet
Wat Jezus ons leert en wat door de ervaring keer op keer bevestigd wordt is dat wij, precies door onze inzet voor anderen, zelf bevrijd worden. Dat wij alleen echt gelukkig worden in de mate dat wij proberen andere mensen gelukkig te maken. Dat is de grondwet van het Christendom. En hier blijkt ook onmiddellijk het relatieve van geld en bezit. Geld is alleen maar nuttig in zover het ons van het levensnoodzakelijke kan voorzien en het leven ook aangenamer kan maken.
Belangrijk dus. Maar wanneer geld en bezit een afgod worden, het hebben ervan een doel op zich is, dan wordt het een verslaving. En er is niets op deze wereld dat echt en duurzaam geluk meer in de weg staat dan een verslaving. Omdat verslaving, zeker de verslaving aan geld, al het andere, ook liefde en vriendschap, wegdrukt en uitholt. En uiteindelijk het leven zelf helemaal laat verschrompelen tot een lege doos.