Het slijk der aarde

Zondag 31 juli 2016, 18de zondag door het jaar (jaar C)

Het is moeilijk bidden met een overvolle maag. Maar ook een lege maag is niet bevorderlijk voor de concentratie tijdens het gebed. Vandaar dat men het in onze kloosters al eeuwenlang houdt bij eerder sobere, maar gezonde en gevarieerde maaltijden: er komt voldoende eten op tafel maar schransen en brassen hoort er normaal gezien niet bij. Ik denk trouwens dat er in de geschiedenis maar weinig godsdienstige stromingen te vinden zijn die niet een zekere soberheid in eten en drinken zien als een noodzakelijke voorwaarde om tot enige vorm van geestelijk leven te komen.

Voorbehoud
Het christendom is zeker niet de leer van de onthouding: niets in heel de schepping heeft Jezus ooit onrein, niet-koosjer of niet-halal verklaard.
Maar het christelijk geloof zegt wel dat te veel belang hechten aan eten en drinken je hindert als je serieus wil bezig zijn met de diepere vragen van het leven en met de dingen van God. Met geld, welstand en rijkdom is dat precies hetzelfde. Het christendom is daar niet tegen op zich, maar het maakt wel een duidelijk voorbehoud voor als die dingen een te voorname plaats in je leven innemen. Omdat ze je dan inderdaad van het wezenlijke kunnen afhouden.
Heel de geschiedenis door heeft de Kerk een erg realistische houding t.a.v. geld aangenomen. Om nog eens het voorbeeld van de kloosters te nemen: het doel van een klooster is de kloosterling zo optimaal mogelijk de kans te geven om een serieuze relatie met God uit te bouwen. En dat kan alleen maar als hij/zij gespaard blijft van zorgen betreffende eten, kleding en huisvesting. Daar zorgt het klooster dus voor.

Pragmatisch
Maar als er geen geld is kan je natuurlijk ook niet met een klooster beginnen. Er is dus veel geld nodig om een aantal mensen de kans te geven een leven van gebed en inzet voor anderen te leiden zonder dat ze zich voortdurend zorgen moeten maken over rekeningen die betaald moeten worden. De Kerk heeft dus altijd een erg nuchtere houding aangenomen tegenover geld, het nooit op voorhand veroordeeld. Maar altijd bleef er het voorbehoud dat te veel met geld bezig zijn, je afhoudt van wat echt belangrijk is in het leven. En daarin volgt ze volledig de Heer. Zowel wat betreft de nuchtere benadering als wat betreft het voorbehoud is ze volledig in eenklank met Jezus. Jezus had, om het voor één keer toch maar eens heel duidelijk te zeggen, Jezus had niets tegen welstand of welstellende mensen. In de jaren 60 heeft men wel eens geprobeerd om van hem een sociaal-revolutionair, een kampioen van het proletariaat maken. Maar dat is onzin.
Jezus preekte naastenliefde, zorg voor de mens in nood, de arme, de zieke, de mens in de kou. Maar Hij was geen demagoog die zich richtte tegen welstellende mensen. Een groot deel van zijn vrienden bestond uit wat je tegenwoordig middenstanders en hoger geschoolden zou noemen. Het was ook niet zijn bedoeling om een sociale beweging in het leven te roepen of grote hulpacties op touw te zetten.

Bevrijder
Jezus was op de eerste plaats de Verlosser van de mens. Hij wil de mens, elke mens, rijk of arm, verlossen. Hij wil hem verlossen van alles wat hem klein houdt en tot slaaf maakt. Zijn doel voor elke mens is wat Paulus later noemen zal: de glorierijke vrijheid van de kinderen Gods. Jezus wil ten diepste mensen bevrijden. En Hij wil dat doen door hen vertrouwd te maken met de liefde van de Vader, die zoveel van ons houdt dat Hij ons voortdurend en zelfs voor eeuwig naar zich toe wil trekken. Maar het is moeilijk praten over de liefde van God tegen een mens die honger heeft, of ziek is of eenzaam en verdrietig. En daarom roept Hij ons op om God in ons te laten werken en om die liefde van de Vader gestalte te geven. Om voor onze medemensen in nood “zo goed als God” te zijn.
En om, precies door zo te doen, zelf bevrijd, zelf verlost te worden.

Grondwet
Wat Jezus ons leert en wat door de ervaring keer op keer bevestigd wordt is dat wij, precies door onze inzet voor anderen, zelf bevrijd worden. Dat wij alleen echt gelukkig worden in de mate dat wij proberen andere mensen gelukkig te maken. Dat is de grondwet van het Christendom. En hier blijkt ook onmiddellijk het relatieve van geld en bezit. Geld is alleen maar nuttig in zover het ons van het levensnoodzakelijke kan voorzien en het leven ook aangenamer kan maken.
Belangrijk dus. Maar wanneer geld en bezit een afgod worden, het hebben ervan een doel op zich is, dan wordt het een verslaving. En er is niets op deze wereld dat echt en duurzaam geluk meer in de weg staat dan een verslaving. Omdat verslaving, zeker de verslaving aan geld, al het andere, ook liefde en vriendschap, wegdrukt en uitholt. En uiteindelijk het leven zelf helemaal laat verschrompelen tot een lege doos.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s