Rare voorbeeldfiguren

Zondag 18 september 2016, 25ste zondag door het jaar (jaar C)

Het Evangelie over de “onrechtvaardige rentmeester” is misschien wel het meest onbegrijpelijke stukje uit heel het Nieuwe Testament. Het verbijstert en het zet je – zeker bij een eerste lezing ervan – gegarandeerd op het verkeerde been. De rentmeester die hier door Jezus geprezen wordt is immers een doortrapte schurk, een door-en-door corrupte kerel. Je zou voor minder geshockeerd zijn. Want het gaat hier om een ordinaire dief en bedrieger, die geld van zijn baas verduistert en verbrast. En die, wanneer hij betrapt wordt, bliksemsnel reageert en van kwaad naar erger gaat. Opnieuw licht hij zijn baas op voor enorme bedragen, maar dit keer om vrienden te maken en die aan hem te binden voor de dag dat hij op straat zal staan. Hoewel … vrienden? Geld kent geen vrienden. Maar, als ze hem al niet helpen omdat het zijn vrienden zijn, dan kan hij hen altijd nog chanteren want hij maakt ze tot medeplichtigen. En voor geen klein beetje …

Vindingrijk
Natuurlijk kan het niet dat Jezus zo iemand tot voorbeeld stelt. Maar je moet de tekst wel enkele keren grondig lezen eer je beseft wat er echt bedoeld wordt. Jezus stelt deze man helemaal niet tot voorbeeld, en nog minder datgene wat hij doet. Ook nadat Hij een bepaald facet van zijn handelswijze onder de aandacht gebracht en geprezen heeft blijft hij de man een onrechtvaardige, een kind van de duisternis, een schurk noemen. Waar Jezus ons wil op wijzen is hoe onvermoeibaar, vindingrijk en uitgekookt “kinderen van de duisternis” hun doel zoeken te bereiken. En dát is waar het Jezus om te doen is. Kinderen van het licht kunnen daar, wat dat betreft, een voorbeeld aan nemen. Wanneer wij, Jezus’ volgelingen, ons doel willen bereiken, wanneer wij dichter bij God willen komen en later, na onze dood, helemaal bij Hem willen zijn, dan mogen wij ons echt wel een beetje meer inspannen. Wat meer vindingrijk zijn. Het niet allemaal op zijn beloop laten. En inderdaad, als wij eerlijk zijn moeten wij toegeven dat onze ijver om uit te groeien tot liefdevolle mensen het vaak niet haalt bij de ijver, de slimheid en de verbeeldingskracht van mensen die met duistere zaakjes bezig zijn. En nochtans kan gewoon alles voor het goede worden aangewend.
Zoals we twee weken geleden nog zagen: voor een christen is alles koosjer en halal, niets van het geschapene is alleen maar slecht, alles kan ten goede worden aangewend.

Geldgod
Zelfs geld, deze onrechtvaardige mammon, deze bron van zovele ruzies, haat, jaloezie en ellende, zelfs geld kan worden aangewend om mensen te bevrijden, om hen te helpen, om hen een menswaardig leven te geven. Maar omdat Jezus ons door en door kent, zegt Hij er uitdrukkelijk bij: “Je kan niet God dienen en de mammon”. Je moet geld gebruiken in plaats van het te aanbidden.
En dat is dan speciaal bedoeld voor de slimme jongens onder ons. En meer bepaald de vrome slimme jongens onder ons. Ik herinner mij dat er bij ons op het seminarie een man was, een late roeping, die in het burgerleven keukens verkocht. Hij had zich ernstig voorgenomen die activiteit later als priester rustig verder te zetten. “Want van de armoepree van een pastoor kan je nauwelijks leven”, zei hij. “En als ik wat kan bijverdienen heb ik tenminste wat geld om aan goede werken te besteden”. Kijk, met dat soort redeneringen kan je misschien veel mensen beduvelen en misschien ook jezelf wat wijsmaken, maar niet de Kerk. Want die is ervaringsdeskundige in dat soort dingen. En je eigen zwakke plekken herken je altijd onmiddellijk en feilloos bij een ander. De man is dan ook geen priester geworden. Geld is een handig en zelfs noodzakelijk ruilmiddel, maar ook niet meer dan dat. En het mag zeker niet je leven beheersen.

Verslindend
Nu zijn er natuurlijk maar heel weinig mensen die bereid zijn om toe te geven dat hun leven door geld en geldzucht beheerst wordt. En toch, als we heel eerlijk zijn en scherp naar ons doen en laten durven kijken, moeten we toegeven dat we er allemaal min of meer door aangetast zijn. Min of meer. Natuurlijk zijn wij allemaal geen geldwolven. Maar in deze door-en-door materialistische samenleving van ons, zijn wij allemaal een beetje gebeten door dezelfde hond.
Alleen is onze verering van de Mammon heel vaak verborgen achter een “Nobel Doel”. We zijn daar heel vindingrijk in. Maar zelfs het oude vrouwtje dat heel karig leeft om toch zoveel mogelijk “achter te laten” voor haar erfgenamen heeft, ondanks de schijn, God geruild voor de Mammon. Ze verwacht eigenlijk nog iets van haar geld. Dat haar geld haar, zij het dan postuum, toch nog een beetje waardering en dankbaarheid zal opleveren. En dat is helemaal niet verwonderlijk. Want geld is inderdaad een god. Heel duidelijk. Een god met goddelijke allures en ambities. Een god die uiteindelijk elk facet van je leven doordringt. Een god die geen enkele andere god en zeker niet de God van Jezus naast zich duldt. Waar de geldgod gediend wordt, sterft de christelijke God in het hart van de mens. En sterft uiteindelijk ook de mens in de mens …
Je kan inderdaad niet God dienen en de Mammon.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s