Verrijst de hele schepping?

Zondag 2 oktober 2016, 27ste zondag door het jaar (jaar C)

Vandaag worden wij er door de profeet Habakuk weer eens aan herinnerd dat de wereld nu eenmaal niet in elkaar steekt zoals wij dat zouden willen en dat ons leven lang niet altijd even idyllisch verloopt. We horen die eeuwig terugkerende en misschien zelfs vooral voor religieuze mensen uiterst pijnlijke vraag naar het waarom van lijden en onrecht. Als God bestaat, waarom moeten dan zoveel onschuldige mensen sterven? Waarom is er zoveel onrecht? Waarom steekt de natuur zo wreed in elkaar? Waarom is er überhaupt ziekte, honger en dood? En waarom altijd ik? Waarom lijkt het ongeluk mij wel te achtervolgen? Ik doe niemand kwaad, ik probeer als een goed mens te leven en ik krijg de ene dreun na de andere te verwerken. Waarom eigenlijk? En hoelang nog? Het antwoord dat God geeft in Habakuk is: blijf vertrouwen. Geef de moed niet op. Blijf geloven in de toekomst: Ik kom. Ook al zie je nu geen enkele uitweg meer, blijf geloven, vertrouw op mij, uiteindelijk zal u recht worden gedaan en wordt elke duisternis teruggedreven.

Hemel?
Het boek Habakuk is grotendeels geschreven in een tijd dat de joden nog niet geloofden in een persoonlijk voortbestaan na de dood. In die richting lagen de verwachtingen dus niet. Maar intussen gingen mensen wel dood aan ziekten, rampen, oorlogen en uitbuiting. Wat de joden van Gods ingrijpen verwachtten moet dus meer een soort marxistische heilsverwachting geweest zijn: ook al ga ik nu persoonlijk ten onder, ooit zal ons volk het beter hebben. Je kan het vergelijken met de miljoenen immigranten die de voorbije eeuwen in de Verenigde Staten aan land gingen. Velen van hen waren doordrongen van de Bijbel. Ze waren de armoede en de slavernij van hun vroeger land ontvlucht en Amerika was voor hen het Nieuwe land van Belofte. Ze wisten zeer goed dat ze bijzonder hard zouden moeten werken en duizend moeilijkheden overwinnen. Ze zouden zelf nog heel veel armoede en ontbering kennen, maar hun kinderen en kleinkinderen zouden het goed hebben. En dat geloof en dat vertrouwen hield hen recht, dat maakte dat ze doorzetten.

Individueel
Zeshonderd jaar na Habakuk verscheen het Christendom. En mét het Christendom maakte ook de persoon, het individu, zijn opwachting in de geschiedenis. En meteen werd ook de heilsverwachting meer individueel ingekleurd. De vraag werd ineens veel meer: hoe zit dat met mij? Dat het volk, de mensheid het morgen beter zal hebben is goed. Maar als ik nu, volkomen onschuldig, aan ziekte, oorlog en onrecht ten onder ga is er dan ook voor mij persoonlijk gerechtigheid? En ook als ik veel minder tragisch maar heel gewoon doodga, is er dan ook een hemel voor mij? Want ook mijn leven was hard en lang niet altijd even prettig. En is die hemel er dan automatisch of moet ik die verdienen? Het zijn vragen waar het christelijk geloof genuanceerd op antwoordt.
Deels bevestigend: ja, dankzij het leven, de dood en de verrijzenis van Jezus ligt voor iedereen de weg open naar eeuwig leven. En, neen, het is geen automatisme. Als je voortdurend kiest voor het kwaad en elke kans op bekering bewust van de hand wijst, kies je zelf voor niet-leven, kies je zelf voor de dood.

Vermenselijking
Ik denk dat het belangrijk is om daarbij te zien dat, zowel bij Jezus als in het Oude Testament, goed en kwaad alles te maken hebben met onze houding t.a.v. anderen. “Ik had honger en je hebt me (niet) te eten gegeven, ik was naakt en je hebt me (niet) gekleed”, enz. Je zit dus niet goed of slecht te wezen in jezelf. Het is je houding tot andere mensen, tot de natuur en tot God die bepaalt of je goed leeft of slecht. M.a.w. waardig om opgenomen te worden in het eeuwig leven ben je in de mate dat je hebt bijgedragen tot het ‘vermenselijken’ van de grote wereld, of tenminste van je eigen kleine wereld, je eigen omgeving. Heb je er tenminste af en toe voor gezorgd dat Gods licht en warmte konden doordringen in de kleine stukjes duisternis van je eigen wereldje? Maar als dat zo is, moeten we dan de Verrijzenis niet een beetje minder zien als een super-individueel gebeuren, moeten we de collectieve dimensie ervan dan niet serieus herwaarderen?

Schepping
Ik denk dan aan Paulus, die – zoals 2000 jaar later Teilhard de Chardin – gans de schepping op weg zag naar verrijzenis en voltooiing. Ik denk aan Jean-Luc Dehaene die altijd zei: het gaat in het eeuwig leven niet over individuele heiligen maar over de ‘Gemeenschap van de heiligen’. En ik denk dan aan de ontwapenende eenvoud van paus Franciscus, die tegen een jongetje dat ontroostbaar was over het verlies van zijn hondje zei: “Maar beste jongen, je hondje is ook in de hemel …” Zusters en broers, als je hier en nu werkt aan het ‘vermenselijken’ van de betrekkingen van de mensen onderling, aan de strijd tegen alle lijden en onrecht en aan het goed beheer van de schepping, dan maak je het jezelf niet gemakkelijk. Je moet dan rekenen met tegenkrachten. Maar het helpt je enorm, als je kan geloven dat dit het doel is van elk mensenleven, meewerken aan de opgang van de hele schepping naar God. En het maakt je helemaal sterk als je gelooft dat het dát is wat God van je wil én dat Hij je zal helpen als je daaraan werkt. Totdat ooit het einddoel onweerstaanbaar doorbreekt en God alles in allen zal zijn. Dat Hij dan bij je is, ook als het moeilijk wordt. Ook als je het gevoel hebt van nergens hulp te krijgen. Hij is er, je bent nooit alleen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s