Heeft smeekgebed zin?

Zondag 16 oktober 2016, 29ste zondag door het jaar (jaar C)

Vorige week hadden we het over de al dan niet schijnbare ongerijmdheden  tussen enerzijds het bestaan van een barmhartige en liefdevolle God en anderzijds de ervaring van het kwaad, de ellende en het onrecht in de wereld.
Over hoe ons geloof in God als Bodem van ontferming voortdurend aangevochten wordt in de confrontatie met natuurgeweld, ziekte en dood.
En het enige antwoord dat de Bijbel ons geeft op onze vragen, op onze verbijstering, is: blijf vertrouwen. Ook al staat het water je tot aan de mond, ook al zie je geen enkele uitweg meer, blijf vertrouwen: Ik zal er zijn. Ik waak over je, Ik laat je nooit los. Ook al stort je hele wereld in, Ik hou je vast. Wat er ook gebeurt, zelfs al moet je door de valleien van de dood, blijf vertrouwen: Ik en niemand anders heb het laatste woord. Zelfs over de dood heen. Je krijgt dus op geen enkele wijze de garantie op onmiddellijke hulp. Het enige wat ons op het hart wordt gedrukt is: blijf vertrouwen, God heeft het laatste woord. Dat is alles. Geen enkele toezegging dus dat ons gebed om hulp onmiddellijk zal verhoord worden. Alleen: blijf vertrouwen.

Klopt niet
Ook de lezing van vandaag, over de goddeloze rechter die uiteindelijk toch besluit om de opdringerige weduwe te aanhoren, brengt weinig soelaas wat dat betreft. Want wat daar gezegd wordt strookt niet met onze ervaring. Er staat dat zelfs een rechter die zich om God noch gebod bekommert uiteindelijk zwicht voor het volhardend aandringen van de weduwe en haar recht verschaft. Hoe veel te meer dan zal God geen recht doen aan gelovige mensen die dag en nacht tot Hem roepen? Dat is wat er staat. Maar onze ervaring zegt toch iets anders.
Want dagelijks zijn er op de wereld ontelbare mensen die wanhopig hun handen naar de hemel uitstrekken, maar de tegenslagen houden aan, de geliefde gaat tóch weg, het kindje gaat toch dood. Het blijft een verbijsterend maar ontegensprekelijk gegeven, dat al ons smeken, hoe vurig, hoe onophoudelijk, hoe vol geloof en passie ook, geen enkele garantie krijgt op verhoring. Het enige waarop wij vanuit ons geloof mogen vertrouwen, is dat God aandachtig en vol liefde luistert naar ons gebed.

Meer niet?
Oké. Eigenlijk wordt op die manier al in zekere zin recht aan ons gedaan. Wanneer ik de hemel bestorm met mijn smeekgebed, dan komt een deel van mijn radeloosheid voort uit de angst helemaal alleen te staan in mijn ellende. Als ik dan mag beseffen dat er Iemand vol liefde naar mij luistert, dat er Iemand is bij wie ik gehoord wordt, Iemand van wie ik er helemaal mag zijn in al mijn ellende, in al mijn murw-geslagen zijn, dan wordt op die manier al voor een stuk recht aan mij gedaan. Maar de vraag is dan natuurlijk wel: is dat alles? Is er nooit echt verhoring, krijgen wij nooit echt wat wij vragen? De enige zekerheid op verhoring die in het Evangelie te vinden is, is de stellige belofte dat wij de H. Geest krijgen als wij erom vragen. Is dat dan alles? De H. Geest. Een andere kijk op de situatie dus? En het gevoel van een Aanwezigheid die naar ons luistert. Is dat alles? Grijpt God nooit echt in? Ik bedoel: in een situatie, in de geschiedenis, in onze ellende. Kan God alleen maar ingrijpen in onze geest, in onze psyche? En is Hij onmachtig op het gebied van het fysische? Maar als dat zo is, bestaat Hij dan wel echt? Is Hij dan zelf niet een product van ons brein, een creatie van onze hersenen om ons rustig te houden? Ik stel het met opzet zo cru omdat een bepaald theologisch gekwebbel dat duidelijk schatplichtig is aan het wetenschapsfundamentalisme, die richting uitgaat …

Formeel
Ik ben christen. En omdat ik christen ben geloof ik dat God wel degelijk kan ingrijpen in de fysieke wereld en dat inderdaad soms ook doet. Er zijn niet alleen de ontelbare berichten van gebedsverhoringen, soms heel spectaculair, over de hele wereld en uit alle tijden. Maar er is vooral ook dit: in de olijfhof vroeg Jezus zelf, ten prooi aan diepe doodsangst: “Vader, als U wil, laat deze kelk aan mij voorbijgaan”. Oké, onmiddellijk voegde Hij er aan toe: niet mijn wil maar uw wil geschiede. Maar het feit dat Hij die vraag stelde bewijst dat de mogelijkheid bestond dat God zou ingrijpen. Dat God inderdaad iedere situatie op een opzienbarende manier kan keren. Maar de tragedie in de olijfhof herinnert er ons tevens aan dat God, God is. God kan heel goed op onze smekingen ingaan. En Hij zal dat ook doen. Als het past in wat Hij met ons voorheeft. Maar Hij is God. Niet wij.

Samengevat
Het smeekgebed heeft wel degelijk zin.
1. Er is Iemand die aandachtig en vol liefde naar me luistert.
2. Ook al stort mijn hele wereld in, uiteindelijk zal Hij mij recht verschaffen. Hij heeft het laatste woord.
3. De kans blijft reëel dat ik ook onmiddellijk verhoord wordt. Hij is God. Voor Hem is niets onmogelijk.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s