Terug naar de kern

Zondag 20 november 2016, 34ste zondag door het jaar (jaar C) – Feest van Christus Koning

“Jezus Christus, Koning van het heelal”, dat is nog altijd de officiële naam van het feest van vandaag. Bij de Chiro zongen ze dan vroeger altijd van “aan U, O Koning der eeuwen”. Een zweem van bombastische retoriek, van klaroengeblaas en trommelgeroffel heeft altijd al rond dit feest gehangen.
En dat komt gewoon omdat het ontstond in de jaren 20 van de vorige eeuw. En wel als christelijk antwoord op de overal opkomende fascistische en communistische jeugdbewegingen. Van dat fascisme en dat communisme is intussen alleen nog een afschuwelijke herinnering over. Terwijl de Kerk, hier in het Westen, een nooit geziene crisis doormaakt. Niet alleen heeft de Kerk veel te laat de enorme invloed van de massamedia onderkend. Maar, mede daardoor, heeft ze ook de verwoestende kracht leren kennen van zowel het alles naar beneden halend relativisme als van het hautaine wetenschapsfundamentalisme. Twee levenshoudingen waarvan de massamedia helemaal doortrokken zijn.
Twee ogenschijnlijk tegenstrijdige houdingen, die geen enkele andere opvatting naast de hunne dulden en die heel het publieke domein beheersen.

Jezus
Voor gelovigen is ondertussen, meer nog dan voorheen, duidelijk geworden dat Jezus Christus in het centrum van ons geloof staat. Niet een of andere theologie, niet een Kerk of een strekking, maar de persoon van Jezus Christus zelf. Dat wil dus zeggen, niet meer of niet minder, dat je christen bent in de mate dat je een persoonlijke band hebt met Jezus Christus. Ik had willen zeggen “relatie”, maar dat klinkt dan zo zwaar en zelfs een beetje raar, en toch is het precies dat wat ik bedoel. Ik ben alleen maar christen in de mate dat Jezus echt iets betekent in mijn leven. In de mate dat ik Hem bij alles in mijn leven betrek. In de mate dat ik met Hem spreek, zowat alles in mijn leven met Hem bespreek. In de mate dat ik -dat vooral- mij door Hem laat vormen, laat omvormen. In de mate dat ik naar zijn ingevingen luister en erop inga. In de mate dat ik toelaat dat Hij tot leven komt in mij. Er zijn mensen die -vaak beroepsmatig- hun hele leven praten over God, zonder dat ze in God geloven, hoewel ze dat zelf soms niet doorhebben. Het grote en ook enige criterium in deze is niet of je praat over God maar of je ook praat tegen God, of je m.a.w. bidt. Dat is hét criterium van geloof.

Alibi
Ik denk dat wij de laatste vijftig jaar veel te veel gepraat hebben over God.
Geloven was zo’n beetje hetzelfde geworden als praten over God. Maar in feite was dat praten over God heel vaak een alibi, iets dat het echt geloven moest vervangen. U kent het wel: de Bijbelgroepen, de discussiegroepen, de studiedagen, forums en colloquia. Met onderwerpen als: “De leek in de Kerk”, “De vrouw in de Kerk”, “Geloof en wetenschap”, “Progressief en conservatief”, enz. En dat mag dan allemaal erg interessant en soms zelfs nuttig geweest zijn, vaak diende het ook ter vervanging van het geloven zelf. Ik denk ook aan de honderden Vlamingen die in Leuven godsdienstwetenschappen (het woord alleen al!) gingen studeren en waarvan er velen juist daar hun geloof verloren. Omdat het geloof er niet verhelderd werd en doorgegeven, maar integendeel als een curiosum VAN BUITENAF bestudeerd werd. Zoals je een taal bestudeert, of een préhistorisch skelet dat ergens opgedolven werd.

Kerkgebouwen
Op dit ogenblik zie je zeer duidelijk weer zo’n alibi-item opduiken.
Wij moeten kost wat kost voorkomen dat wij de volgende tien jaar ons laten meeslepen in eindeloos gepraat en gediscussieer over “Wat met onze kerken?”
Wij zijn een kleine gemeenschap geworden. Als wij het geloof hier in het Westen willen doorgeven aan de komende generaties, dan moeten we ons helemaal op dat geloof concentreren. Dan moeten wij onze broers en zusters in het geloof bevestigen en versterken. Een hechte en warme gemeenschap worden.
En wegen zoeken om het geloof door te geven aan onze kinderen. Ook via onze scholen. Dan kunnen wij dat gehakketak over kerkgebouwen missen als kiespijn. Wij moeten ons terug helemaal concentreren op het geloof. En op het centrum van dat geloof: de persoon van Jezus Christus. Gebouwen zijn bijkomstig.

Begrip
Ik zeg dit uiteraard als gelovige. Ondertussen heb ik natuurlijk heel veel respect en sympathie voor kerkfabrieken en gemeentebesturen die gewetensvol zoeken naar een oplossing voor het probleem van de “overtollig” geworden kerkgebouwen. Maar puur gezien vanuit het geloof, zijn kerkgebouwen bijkomstig: het hele kerkelijke leven mag daar niet op toegespitst worden. Zeker niet op het krampachtig willen behouden van elke kerk. Soms hoor je zeggen: we moeten onze kerken behouden voor als er later terug een heropleving komt. Dat is, zacht gezegd, geen goed argument. Als er later een heropleving komt (waar ik sterk in geloof) dan staan er onmiddellijk terug nieuwe kerken in ons landschap. Op dit ogenblik hebben wij echt geen tijd en energie meer om ons nog bezig te houden met iets anders dan met het geloven zelf. Het gaat vandaag om de toekomst ervan. Het geloof in Jezus Christus, met wie je als gelovige een persoonlijke relatie wil opbouwen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s