Verder zien

Zondag 27 november 2016, 1ste zondag van de Advent (jaar A)

De evangelisten maken nogal eens gebruik van apocalyptische verhalen, verhalen met schrikwekkende visioenen over wat er gaat gebeuren op het einde der tijden. Het was in Jezus’ tijd een heel populair genre, de mensen waren er gewoon op verzot. Wij daarentegen hebben daar duidelijk minder behoefte aan. De beelden over rampen, hongersnood en oorlogen die dagelijks onze huiskamer binnenkomen, de horror van de reële wereld zoals die nu is, overtreft duidelijk de fictie over wat het einde ervan zou kunnen zijn.

Waakzaamheid
Jezus maakt gebruik van dit populaire genre, niet om mensen schrik aan te jagen, dat zou ingaan tegen zijn hele manier van zijn, maar als een middel om ons tot uiterste waakzaamheid aan te sporen. De waarschuwing om erop bedacht te zijn dat de dood ons op elk moment en totaal onverwacht kan treffen komt niet alleen overeen met onze ervaring in onze eigen omgeving, maar ze wordt ook regelmatig herhaald in het Evangelie. De reden daarvan laat zich raden. Het bedoelde effect is zeer waarschijnlijk dat we op elk moment van ons leven klaar zouden zijn om Jezus te ontmoeten en niet alleen maar aan het einde van ons leven. En dat we er dus voortdurend werk van maken om ons, naar het woord van Paulus, “te ontdoen van de werken van de duisternis om ons te wapenen met het Licht”. Zodat we, op elk moment, klaar zijn om Jezus te herkennen en God in ons leven binnen te laten. Want Jezus komt echt niet alleen maar als ons rolletje af is, Hij komt voortdurend kloppen aan onze deur om, op de meest onverwachte momenten en op de meest ongewone manieren, ons leven binnen te komen.

Verschuiven
Maar zolang wij nog niet echt aan het eind van ons Latijn zijn, hebben wij wel andere dingen aan ons hoofd dan te wachten op Jezus. En Hij kan uiteindelijk alleen maar kloppen. Wij moeten Hem opendoen. Dat is de consequentie van onze vrijheid. Een vrijheid die eigenlijk een soort van permanente troonsafstand van God inhoudt. Maar Hij heeft het zelf zo gewild. Een veelvoorkomend gevolg van die vrijheid is natuurlijk dat wij nogal eens de neiging hebben om alles wat te maken heeft met God, met bekering, met christelijk en liefdevol leven, zoveel mogelijk te verschuiven naar het laatste deel van ons leven. Hoewel niemand van ons weet wanneer dat laatste deel begint of eindigt.
Dat is overigens een erg zwakke houding, die voor Jezus niet echt kan. Een christen zou een mens uit één stuk moeten zijn. Iemand die consequent in zijn daden toont wat hij in geloof belijdt. Niet morgen, maar vandaag.

Hoe?
Wij moeten dus voortdurend alert zijn op het komen van God in ons leven, het aankloppen van Jezus aan onze deur. Om echt alert te kunnen zijn moeten we natuurlijk op de eerste plaats weten waar we moeten naar uitkijken. Want Jezus is geen opera-God die verschijnt met veel theatereffecten van rook en donder en bliksem. Als Hij komt is dat altijd op een enigszins verborgen manier. Als Hij komt is dat vaak in een misleidende gedaante. Wat meteen ook verklaart waarom zelfs zijn beste vrienden Hem niet meteen herkenden toen Hij aan hen verscheen vlak na zijn verrijzenis. Die verhullende gedaante – want misleidend is een wat negatief woord – die verhullende gedaante waarin Hij ons tegemoetkomt, kan letterlijk van alles zijn. Het kan een vriend zijn, een collega. Het kan de blik van een kind zijn. Maar evengoed een boek dat ons ontroert, een film die ons leven een stuk verandert, een foto, een dood blad op de grond. Alles wat ons even doet ophouden met hollen, alles dat maakt dat wij even opkijken van onze dagelijkse slobber. Alles wat ons laat openkomen voor dingen die belangrijker zijn en dieper gaan dan eten en drinken en geld en carrière. Alles wat ons even een blik  gunt in de werkelijkheid achter de werkelijkheid. Alles wat ons even een blik gunt in de echte werkelijkheid, niet de fantasie ervan.

Waarom?
Ook de reden waarom Jezus komt kan heel verschillend zijn. Het kan zijn om ons te troosten, om ons geloof in Hem te verdiepen, om ons voor kwaad te behoeden, om ons inzicht te geven of om ons gewoon gelukkig te maken.
In de advent gaat onze aandacht echter vooral naar Jezus die in ons leven komt als een appél. Als een dringende oproep om Hem te zien in de armste, in de meest hulpbehoevende van onze broeders. Jezus die aan ons verschijnt in de gedaante van een vluchteling die zijn hand naar je uitsteekt, een zieke die je angstig en vertwijfeld aankijkt, een vrouw die in de steek gelaten werd, een man die zijn werk en goede naam verloor. Jezus vereenzelvigt zich met hen. In hen komt hij vragend naar ons toe. Om bijstand en begrip. Om hulp. En terwijl je je openstelt om Jezus zelf te zien in de mens die vragend naar je toekomt, terwijl je bezig bent met in te gaan op het appél en hulp te bieden aan de arme die met uitgestoken handen naar je toekomt, voltrekt er zich iets wonderlijks aan jezelf.
Diep in jou gebeurt de overgang van advent naar Kerstmis. Terwijl je ingaat op het appél van de mens-geworden God, gebeurt die menswording voor een stuk opnieuw, diep in jezelf.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s