Open komen

Zondag 11 december 2016, 3de zondag van de Advent (jaar A)

Daar heb je hem weer, hoor ik mijzelf denken, ieder jaar opnieuw als wij tijdens de advent geconfronteerd worden met de figuur van Johannes de Doper. Johannes was een bijzonder kleurrijke figuur. Met zijn kameelharen pak en zijn dieet van sprinkhanen en wilde honing kan je hem moeilijk anders dan een excentrieke figuur noemen. Maar, misschien was hij ook op dat punt een voorloper. En wist hij, 2000 jaar geleden al, wat nu algemeen geweten is: dat als je wil dat de mensen naar je luisteren je eerst de aandacht moet trekken door een beetje raar te doen. Bovendien was Johannes niet vies van enig populisme. Hij wist blijkbaar goed dat als je gezagdragers pijnlijk scherp te kijk zet, dat je dan onmiddellijk brede volkslagen mee hebt. Onvoorzichtig genoeg kon Johannes het schelden echter niet laten als hij eenmaal bezig was en begon hij na een tijdje ook zijn eigen fans uit te maken voor addergebroed. En dat doe je beter niet als je lang wil leven. U voelt dat ik weinig moeite doe om mijn gebrek aan sympathie voor Johannes de Doper te verbergen.

Verschil
Omdat Johannes onmiddellijk aan Jezus voorafgaat en Hem ook aankondigt is hij als het ware verdwaald in het Nieuwe Testament. Maar Johannes is 100% oudtestamentisch en 100% Joods. Hij toont in ieder geval weinig verwantschap met de Jezusbeweging die de omknellende banden van het Joodse Messiasgeloof zou afgooien.
Een Joods Messiasgeloof waarvan het Jihad-gehalte toch wel echt te hoog was om op enige affiniteit met Jezus te kunnen aanspraak maken. Beiden, Johannes en Jezus, kondigen de komst van het Rijk Gods aan, maar hoe verschillend is hun visie daarop. Johannes is niet alleen excentriek in zijn voorkomen en zijn manier van leven, ook de woorden en de beelden die hij gebruikt zijn choquerend en angstaanjagend. Volgens hem kan het Rijk Gods alleen maar gevestigd worden als eerst de maatschappij er helemaal voor klaargemaakt is: als de zondaars zich bekeerd hebben of over de kling zijn gejaagd. Het is een typisch ideologische kijk op de komst van het Rijk Gods. Een ziekte die elk godsdienstig geloof voortdurend bedreigt: het gelijkstellen ervan met politieke acties.

Bekering
Voor Jezus moet noch jijzelf, noch de maatschappij eerst bekeerd worden voordat het Rijk Gods kan komen. Voor Hem valt die komst helemaal samen met de bekering. Wanneer ik mij bekeer houdt dat een dubbele beweging in. Het is mij afkeren van en mij toekeren naar. Het houdt in dat ik mij afkeer van mijn natuurlijke gerichtheid op mezelf om mij toe te keren naar de ander. Dat ik mijn hebzucht, mijn heerszucht en agressiviteit aan banden leg om open te komen voor een meer liefdevolle manier van leven. En hoe meer ik open kom voor die andere manier van leven, hoe meer er iets gaat oplichten van het Rijk Gods.
Ik zeg met opzet “open komen”. Want ik moet die andere manier van leven die bekering inhoudt niet uitvinden of als een opgave, als een verplicht nummertje invoeren. Neen, die andere manier van leven is al, als verlangen, diep in mij aanwezig. Het moet alleen maar bovengehaald worden.

Snoeien
En zelfs dat doet God. Ik moet alleen maar meewerken. Ik moet – om een wat ondergesneeuwd woord terug naar boven te halen – ik moet alleen maar met de Genade meewerken. Want bekering is een genade, is een geschenk. Maar ik kan er serieus aan meewerken door aandachtig te letten op mijn doen en laten, mijn spreken en mijn handelen. En om stap voor stap alles weg te snoeien wat de genade, het komen van God in mijn leven kan tegenwerken. Want dat is wat bekering inhoudt: het komen, het toelaten van God in mijn leven, waardoor ik op een heel andere manier ga leven. Waardoor ik de tranen, de nood en de vragen ga zien in het gelaat van de ander. En ik met heel mijn leven een antwoord word op de vraag van Kaïn: “Ben ik soms de hoeder van mijn broeder”? Helemaal aan het begin van de Bijbel vraagt God aan Kaïn, die zijn broer vermoord heeft, waar is uw broer. Waarop Kaïn geïrriteerd antwoordt: ben ik soms de hoeder van mijn broeder. Welnu, al die duizenden bladzijden Bijbel die daarop volgen zijn één lang uitgesponnen antwoord op die vraag. En dat antwoord is: “Ja, ik bén de hoeder van mijn broeder.” En de dag dat ik, dankzij mijn bekering ook als zodanig ga leven, breekt er iets door van het Rijk Gods in mijn leven, en in dat van mijn onmiddellijke omgeving.

Niet ingewikkeld
Mijn bekering is niet zozeer een voorwaarde opdat het Rijk Gods zou komen, ze valt er mee samen. Mijn bekering = de komst van het Rijk Gods.
Ik moet dus geen landen en zeeën doorkruisen om de komst van het Rijk Gods voor te bereiden. Ik moet gewoon nadenken en stappen zetten die mijn persoonlijke bekering dichterbij kunnen brengen. En die bekering is vaak veel eenvoudiger en gemakkelijker dan algemeen wordt gevreesd. Soms gaat het er gewoon om, een paar dingen te laten. Bekering, dat is soms niet meer dan gewoon een paar dingen niet langer doen. Meer niet. Kleine stappen, maar met enorm deugddoende gevolgen voor mezelf en voor anderen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s