Gods plezier in ons

Zondag 29 januari 2017, Vierde zondag door het jaar (jaar A)

Vorige week zagen we hoe van het geloof in Gods liefdevolle nabijheid een sterk bevrijdende kracht kan uitgaan. Omdat het naakte feit van zijn bestaan meteen ook zin geeft aan ons leven. Het bestaan van een oneindig barmhartige God naar wie wij op weg zijn en in wie ons uiteindelijk geluk gelegen is, geeft betekenis aan alles wat ons overkomt in ons leven. Zelfs de meest ontredderende ervaringen kunnen dan, bij alle pijn die ze veroorzaken, tevens gezien worden als een kans om te groeien naar Hem toe. Een kans om los te komen van alles wat ons klein houdt en opsluit, van alles wat ons belet te ademen en te bewegen, van alles wat ons hindert om vrij en gelukkig te zijn. Om helemaal de mens te worden die God zich gedroomd heeft. De absoluut unieke mens die Hij geschapen heeft en die Hij nu elke dag nog verder aan het scheppen is. Want om echt die oorspronkelijk gedroomde mens te kunnen worden moeten wij wel van het een en het ander worden bevrijd, in de allereerste plaats van de zware druk om ons anders voor te doen dan we zijn. Laten we het daar vandaag eens over hebben.

Anderen behagen
Je moet eens nagaan hoezeer wij ons gedwongen voelen om onszelf aanvaardbaar te maken voor anderen. Op elk vlak, in iedere situatie.
Dat heeft daarom lang niet altijd te maken met vals spelen. Met slijmen of met op een bedrieglijke manier een voordeel willen binnenhalen. Neen, het gebeurt ook tussen heel eerlijke mensen, tussen geliefden, tussen ouders en kinderen. Wij willen voortdurend geaccepteerd, aanvaard en goed bevonden worden. En daarom doen wij voortdurend ons best om niet afgewezen te worden. Om “in” te zijn, om er bij te horen. Wij kleden ons er zelfs naar, wij houden ons op de hoogte van de allernieuwste trends op elk gebied; wij praten nu eens volks en dan weer “politiek correct”, al naargelang het gezelschap waarin wij ons bevinden; en we zijn als de dood en bereid om in alles toe te geven om te voorkomen dat onze kinderen ons in het vakje zouden stoppen van “ouderwets en echt niet meer van deze tijd”. En eigenlijk is er aan die manier van ons om ons aan te passen en te behagen en geaccepteerd te worden niks abnormaals. Mensen gaan nu eenmaal liever om met mensen die ze aardig vinden, mooi, intelligent, vlot, geestig en ga zo maar door. En omdat wij nu eenmaal in die mensenwereld leven, en niet meteen alle deuren voor onze neus willen zien dichtgaan, passen wij ons aan en doen wij ons best om tenminste aan de meeste verwachtingen te voldoen. En dat brengt natuurlijk ook heel veel stress en onzekerheid met zich mee.

Onvoorwaardelijk
Er is één iemand voor wie wij nooit op de tippen van onze tenen moeten lopen, en dat is God. Het zou ook nogal raar zijn als wij ons voor Hem anders zouden willen voordoen dan we zijn. Hij kent ons immers door en door. Hij kent ons beter dan wij onszelf kennen. Maar het mooie is: Hij aanvaardt ons zoals we zijn. God wil wel dat we groeien en Hij wil ons daarbij helpen. Maar Hij aanvaardt ons volledig zoals we zijn. Daar is geen voorwaarde bij, geen “maar”… Als wij voor God staan, staan we volledig naakt en alle maskers vallen weg. Maar Hij aanvaardt ons, Hij houdt van ons zoals we zijn. God heeft plezier in ons bestaan. Hij kijkt met genoegen naar alles wat ik doe. Naar mijn plezier en mijn berouw, naar mijn werk, mijn inzet én naar mijn hansworsterijen. Hij houdt echt van mij.

Wereld
Als ik daarvan helemaal doordrongen ben, kan ik misschien ook de moed opbrengen om achter de maskers en ook dwars door de schijn van de wereld heen te kijken. Want nog moeilijker dan de eigen maskers te laten vallen is het, de wereld zoals hij werkelijk is in de ogen te kijken. Niet de schijnwereld van glitter en plezier, maar de wereld zonder maskers. De echte wereld. Dat vraagt moed, want wat we daar te zien krijgen bederft onze eetlust en onze nachtrust.
Timothy Radcliffe beschrijft hoe hij tijdens een reis door Nigeria in streken kwam waar duizenden melaatsen leven langs de weg en bedelen en zich tegen de ramen van de wagen duwen en hun wonden laten zien. De wegen zijn slecht, schrijft hij, en het duurt soms uren eer je door zo’n menigte melaatsen heen bent.
Het ergst om te zien zijn de ogen van de kinderen, vervuld van hoop en pijn. Ze zullen hier hun hele leven langs de kant van deze weg staan. Ze hebben geen andere toekomst. Durf ik in hun ogen kijken? Ik moet de neiging onderdrukken om harder te rijden, vanwege het onverdraaglijk verdriet in hun ogen.
Dat is ook onze wereld. En dat is helemaal iets anders dan de wereld van het Voetbal en “Tomorrowland”.

Bocht
Je kan dat probleem natuurlijk “oplossen” op de manier zoals we dat meestal doen: door, tussen twee feesten in, ook nog wat geld te geven aan het Goede Doel. Maar om tegemoet te komen aan Jezus’ oproep om echt barmhartig, vergevend, zuiver en vrede-brengend in het leven te staan, moeten wij denk ik een echte bocht maken. Kappen met de mechanismen die ons gerust moeten houden, tevreden met de wereld, tevreden met onszelf. Kappen met de schijn.
Om echt liefdevol en barmhartig in het leven te staan moeten wij veel durven loslaten: alles wat wij menen nodig te hebben om iemand te zijn, om door anderen aanvaard te worden. Ophouden met het ophouden van schijn. Omtrent de wereld en omtrent onszelf. En dat kunnen wij alleen maar als wij er diep van overtuigd zijn dat God, dat de Grond van ons bestaan genoegen beleeft in het feit dat wij er zijn. Dat God niet van ons houdt zoals een ambachtsman houdt van zijn product. Maar dat Hij echt plezier heeft in het feit dat wij er zijn. Dat Hij nieuwsgierig kijkt naar wat we doen. Zoals wij kijken naar onze kinderen. Hij houdt van ons. Hij heeft ons tenslotte gemaakt.

Training nodig

Zondag 22 januari 2017, Derde zondag door het jaar (jaar A)

In de Kerk, in onderricht en catechese, hebben wij het altijd over de “Blijde Boodschap”. Een niet bepaald hippe vertaling van het Griekse evangeleion, dat “Goed Nieuws” betekent, en dan meer bepaald het goede nieuws dat Jezus aan de wereld bracht. Omdat dat evangelie zo ongelofelijk rijk en veelomvattend is, kan men er altijd ook maar een klein aspect van belichten. Het gevaar is dan niet denkbeeldig dat je uiteindelijk vanwege de bomen het bos niet meer ziet. En daarom is het goed je af en toe ook eens de vraag te stellen: wat is nu de kern van dat Evangelie, van die Blijde Boodschap?

Gods wezen
Ik ben geen theoloog en nog minder een Bijbelgeleerde maar als ik daar als gewone gelovige moet op antwoorden dan zou ik zeggen: “De kern, dat is op de allereerste plaats: de bevestiging dat God er is”. Wat niet of niet langer een evidentie is. De bevestiging van het bestaan van God. En ten tweede, nog belangrijker: dat die God geen almachtige en/of onverschillige kracht is, maar een liefdevolle Vader. Een God die zoveel van ons houdt dat Hij als een echte vriend, als een minnaar bijna, in ons leven wil binnenkomen. D.w.z. zonder ons te dwingen. Een God die ons zoekt te bevrijden van alles wat ons geluk in de weg staat. Als wij Hem toelaten in ons leven dan gebeurt er iets heel merkwaardigs. Dan merken wij al vlug dat juist de dingen die ons van Hem verwijderd houden ons eigen geluk in de weg staan. Of anders gezegd: dat juist alles wat wij menen nodig te hebben om gelukkig te zijn, zowel God als ons eigen geluk in de weg staat. Het is zowat mijn persoonlijk dada om hier de oerzonde van de mens, de erfzonde als u wil, te situeren. In de halsstarrige neiging om – tegen ons verstandelijk inzicht en ons moreel aanvoelen in – toch altijd weer ons geluk te gaan zoeken in hebben en heersen, in grijpen en slaan.

Erfzonde
Ik denk echt dat dát de oerzonde is. Heel goed weten dat een bepaalde houding of handeling verkeerd is en het toch doen. En dan heb ik het over onze grondhouding in ons streven naar geluk. Er is niet alleen de eenvoudige volkswijsheid die ons zegt dat geld niet gelukkig maakt. Zowat alle wijsgeren, schrijvers, religieuze en ook niet-religieuze denkers bevestigen dat. En ook ons eigen verstand zegt ons dat liefde en vriendschap uit ons leven verdwijnen en onze leefwereld verschrompelt als wij alleen maar leven voor onszelf en alles naar ons toe willen halen. Ook onze ervaring wijst in diezelfde richting. Wie van ons heeft nog nooit ondervonden dat diepe voldoening, levensblijheid en geluk samenhangen met iets betekenen voor anderen, met een ander gelukkig proberen te maken? En toch kunnen wij zo moeilijk weerstaan aan de verleiding alleen maar voor onszelf te zorgen, onszelf naar voren te dringen en de ander weg te duwen. Om, in het ergste geval, zelfs helemaal bezeten te geraken van een wild om zich heen slaand egoïsme, dat niet alleen anderen maar ook onszelf helemaal ten gronde richt.

Destructieve kracht
Ik hou van de term “erfzonde”. Niet in de mythische betekenis, als zou de erfzonde het gevolg zijn van de zonde van de eerste mensen. Maar wel in de zin dat wij er zelf niet helemaal schuld aan hebben: het zit in ons. Iedere mens krijgt die streving mee bij zijn geboorte. Het is een kracht die een belangrijke rol gespeeld heeft in de evolutie en die ons gemaakt heeft tot wie we zijn: de heersers over de schepping. Maar blijkbaar is die kracht ons vaak ook te sterk. Voert ze ons soms regelrecht naar ons ongeluk. Is ze in staat niet alleen de natuur aan ons te onderwerpen maar ook onszelf tot slaaf te maken. Als wij toegeven aan die zonde, alles naar ons toehalend, alles verslindend, dan maken wij de wereld om ons heen tot een woestenij. Dan beseffen wij in heldere momenten maar al te goed dat het geluk op die manier toch altijd harder loopt dan wij.

Verlossing
En het is precies uit dat doodlopend steegje dat Jezus ons wil bevrijden. Hij biedt ons aan God in ons leven binnen te laten, waardoor de goden en demonen die ons tot slaaf maken verdwijnen als een kwade droom bij het ontwaken.
Nu moeten we wel afspreken dat de God van Jezus in je leven binnenlaten iets anders is dan: “Ik ga vanaf nu wat vaker in de Bijbel lezen of wat meer naar de Mis gaan”. Uiteraard is dat goed op zich. Maar God in je leven binnenlaten is vooral een kwestie van handelingen stellen die door liefde geïnspireerd zijn in plaats van door egoïsme. Je mag daarbij gerust wat geduld hebben met jezelf en jezelf wat tijd gunnen. Je gaat niet zomaar van de ene dag op de andere een totaal ander mens worden. Maar je probeert het steeds vaker. En na een tijd gaat je ingesteldheid veranderen. En gaat het goed willen zijn voor anderen je normale reflex worden.

Toegift
En ondertussen merk je dat gelukkig-zijn niet iets is dat je kan veroveren.
Maar dat het een toegift is, iets dat je erbij krijgt als je leven gericht is op anderen. En terwijl je die weg bewandelt merk je dat God je helpt, je heel nabij is. Het is tenslotte zijn weg die je dan gaat.

Van gekleurd tot gelogen

Zondag 15 januari 2017, Tweede zondag door het jaar (jaar A)

Vorige week hadden we het erover dat de God die zich in Jezus Christus laten kennen heeft, zin en betekenis geeft aan ons leven. En dat het geloof in Hem een krachtig antigif is tegen wanhoop en depressie. Dat het je een diepe onderstroom van geluk bezorgt die niet ongedaan gemaakt wordt door al het nare dat je overkomt in je leven. Immers, de gedachte dat alles wat je overkomt, een weg naar Hem zal blijken te zijn, dat we eens helemaal geborgen zullen zijn in Hem, maakt ons ook vrij. Omdat die gedachte helemaal ingaat tegen de beklemmende angst van de moderne mens, geworpen te zijn in een zinloos bestaan, in een eindeloos stil en doelloos heelal. En daarom hebben alle mensen het recht om minstens over dat geloof te horen. Omwille van de bevrijdende kracht die ervan uitgaat. Omwille van het levenselixir dat het voor hen kan betekenen.

Stilgevallen
Je vraagt je af hoe het dan komt dat de evangelisatie- en missioneringsgedachte hier in Vlaanderen helemaal stilgevallen is. Nog maar pas geleden stuurden wij duizenden missionarissen de wereldzeeën op om het Evangelie te brengen tot aan de uiteinden van de aarde. Terwijl wij het nu nog nauwelijks doorgeven in onze eigen kring. In een oproep om daarover eens na te denken eindigde ik vorige week met de nogal uitdagende vraag: “Waarom zitten wij hier in Vlaanderen alleen maar angst te hebben voor al die moslims die hier komen wonen en doen wij geen enkele poging om hen Jezus en het Evangelie te leren kennen?” Ik wil onmiddellijk toegeven dat het mij vooral om het schokeffect te doen was. Het is echt niet mijn bedoeling u op te roepen om alle moslims in uw buurt te bekeren. Maar wel dat wij eens zouden stilstaan bij het feit dat veel christenen in West-Europa zelfs te zwak zijn geworden om hun geloof nog door te geven aan hun eigen kinderen. En daar mag toch iets aan gedaan worden.

Desinformatie
Het verbazend snel verlopen secularisatieproces heeft ons serieus van onze melk gebracht. Maar nu wordt het echt tijd dat wij terug wat assertiever worden. Assertiever, niet agressiever! Ik zal wel de laatste zijn om christenen aan te sporen om in te gaan op de soms erg lage aanvallen tegen het geloof in de sociale media, aanvallen waarvan de toon vooral veel over de auteur vertelt.
Maar waar we ons wel moeten tegen afzetten is de onjuiste informatie in de gewone media. De fictie, de pulp, de leugens en halve waarheden die voortdurend verteld worden over kerk en geloof, in boeken en tijdschriften, op radio en tv, en zelfs in het onderwijs. Natuurlijk, als je als Kerk 2000 jaar lang over een uitzonderlijk grote macht hebt beschikt kan het niet dat je alleen maar goeie dingen hebt gedaan, dat je nooit misbruik gemaakt hebt van die macht.
Macht corrumpeert zelfs de grootste heilige. Maar men moet wel eerlijk blijven. En ook het goede vertellen. En ook het slechte van de “anderen”. Nu wordt het allemaal zo ziekelijk eenzijdig gebracht.

Selectief
Neem nu de kruistochten en de inquisitie, waar men ons voortdurend mee rond de oren slaat en waarover wij ons voortdurend schaapachtig op de borst zitten te slaan. Natuurlijk wil ik die niet goedpraten. Maar, kan daar echt niet objectiever over gesproken worden? Waren de kruistochten in wezen zoveel verschillend van wat het Westen nu met IS doet? Ook de kruistochten waren een antwoord van Europa op de voortdurende invallen en slachtpartijen door moslims in christelijke landen. En de inquisitie, natuurlijk was dat iets verschrikkelijks, zoals er altijd verschrikkelijke dingen gebeuren als ideologieën botsen. Maar de Spaanse inquisitie – zoals die in ons collectieve geheugen is gebrand – is, zoals modern historisch onderzoek uitwijst, heel sterk gekleurd door de Engels-protestantse propaganda. Cromwell liet in zijn katholiekenhaat soms op één dag meer mensen ombrengen dan de Spaanse inquisitie gedurende haar hele bestaan. Maar daar hoor je nooit iets over. Net zomin als over de eerste genocide in de geschiedenis. Toen, eind 18de eeuw, in de Vendeé tienduizenden mannen, vrouwen en kinderen werden afgeslacht. In de naam van Jezus? Neen. In naam van de Verlichting. Wie hoort daar ooit iets over?

Bedrieglijk
Dat onze tijdgenoten zich steeds minder voor geschiedenis interesseren, maakt dat men zowat alles uit het verleden kan verdraaien zonder dat mensen het merken. “Godsdienst is oorlog”, hoor je dan. Laat ons toch serieus blijven.
Ik ben oprecht democraat maar ik heb niet de indruk dat de huidige seculiere staten vredelievender zijn dan de vroegere religieus-geïnspireerde monarchieën. En van de twee meest moderne en door en door atheïstische ideologieën, het nazisme en het communisme, kan je alleen maar zeggen dat ze alle grenzen hebben verlegd wat betreft mensonterende wreedheid. Laatst zei iemand mij nog maar eens: “Wat hebben ze ons vroeger toch allemaal wijsgemaakt?” Ik heb hem geantwoord: “Ge moest eens weten wat ze u nu allemaal wijsmaken.” Want die man had het over communie op de tong en palmtakken tegen de bliksem. Maar dat heeft niets te maken met bedrog. Wel met verandering van inzicht en aanvoelen. Maar tegenwoordig merk je regelmatig op tv – als er al eens iets positiefs gezegd wordt over ons geloof – in een Amerikaanse film bijvoorbeeld, hoe dat in pure sovjet-stijl wordt weggezuiverd in de ondertiteling. En dat is bewust bedrog.

Weerbaarheid
Wij moeten dat af en toe toch eens hardop durven zeggen. Ik ga daar niet blijven over preken. Maar één keer mag het toch eens gezegd worden. Onze media hier in Vlaanderen zijn helemaal in handen van niet-katholieken. Velen onder hen zijn antikatholiek en weinig objectief in hun berichtgeving. En daarom moeten wij kritisch blijven bij alles wat ze ons voorschotelen. Katholieken hebben op dit ogenblik de Verlichting en de secularisatie helemaal verteerd. Voor ons moeten er geen kruisen hangen in openbare gebouwen. Maar wij moeten wel voor onszelf hetzelfde respect opeisen dat wij hebben voor anderen. En ingaan tegen de voortdurende desinformatie over ons geloof. Op de eerste plaats voor onze eigen mensen. Opdat zij via degelijke informatie en serieus godsdienstonderwijs terug fier kunnen zijn op hun geloof.
Dat is de eerste voorwaarde om zelfs maar te kunnen denken aan een nieuwe evangelisatie.

Hoop

Zondag 8 januari 2017, Openbaring van de Heer – Driekoningen (jaar A)

Waarschijnlijk omdat wij in het Westen meer openstaan voor romantiek en sentiment, is de geboortedag van het kindje Jezus hier bij ons het centrale kerstfeest geworden. Dat was niet altijd zo. En in het oosters christendom, dat altijd al meer naar mystiek neigde, is het openbaringsfeest van vandaag, Gods verschijnen in de wereld, God die zich in Jezus laat kennen als het Licht van de wereld, het centrale kerstfeest gebleven. Mensen zijn altijd al op zoek geweest naar de zin van het leven. Hééft het leven wel zin? Of kan je het afdoen met die beroemde zin van Shakespeare in Macbeth: “Het leven is een stom verhaaltje, verteld door een idioot, met veel geraas en gebrul, zonder ook maar de minste betekenis (signifying nothing).” Heeft het leven zin en betekenis, of is het alleen maar een absurde gril van blinde natuurkrachten?

God van Jezus
We zitten hier bij de kern zelf van het christendom en het antwoord van ons geloof is hier dan ook ondubbelzinnig en klaar. Ons leven, elk menselijk leven, heeft wel degelijk zin. En alles wat ons in dat leven overkomt heeft betekenis, ook al zien wij de betekenis niet en al lijken bepaalde gebeurtenissen betekenisloos en absurd. Alles heeft betekenis. Maar alleen omdat God er is. En dan niet zomaar om het even welke God, maar de God die zich in Jezus Christus aan ons heeft laten kennen. Een God die alles wat ons overkomt, ook ons lijden, in zich opneemt en er zin en betekenis aan geeft. Als die God niet bestaat heeft de oude Macbeth gelijk en is het leven, hoezeer ook overgoten met rijkdom en macht, niets anders dan een onnozel vertelseltje, een absurd opstootje in een eindeloos stil en stom heelal, zonder de minste zin of betekenis.

Kern
Wij geloven dat alles wat gebeurt, alles wat ons overkomt, zin en betekenis heeft. Dát is de kern van wat het kerstgebeuren en heel het Evangelie ons willen vertellen. De kern van het Goede Nieuws dat zij ons brengen. Of, om een wat meer klassieke term te gebruiken: de kern van de Blijde Boodschap. De essentie van dat nieuws, van die boodschap, is niet dat we het leven nu maar moeten ondergaan, later is er immers toch een hemel. Of ook niet dat wij hier hard moeten werken aan een hemel-op-aarde. Dat mag dan allemaal wel waar zijn, maar dat is niet de kern. De essentie van het christelijk geloof is de verzekering dat God zoveel van ons houdt en zo sterk op ons betrokken is dat wij er mogen op vertrouwen dat alles wat ons overkomt, alles wat gebeurt – alles – zin en betekenis heeft.

Bevrijdend
Dat besef gaat je niet meteen constant euforisch maken. Het leven kan je inderdaad nog altijd serieuze slagen toebrengen. Ziekte en dood blijven bestaan. Haat, geweld en onderdrukking ook. Ons geloof voert niet naar die gemaakte blijheid die sommige religieuze mensen zo kan ontsieren. Maar het is wel een krachtig antigif tegen wanhoop. En het geeft je een diepe onderstroom van geluk die niet ongedaan gemaakt wordt door al het nare dat je overkomt.
Omdat je beseft dat alles wat je meemaakt een weg naar Hem zal blijken te zijn. Ooit zullen we helemaal geborgen zijn in GOD en zal blijken dat alles een betekenis had. Die gedachte maakt ook vrij. God is niet iemand die ons scherp in ’t oog houdt en ons dicteert wat we moeten doen en laten. God is een God die ons juist volkomen vrij maakt: juist omdat Hij er is, bestaat er voor ons geen definitieve nederlaag. En precies dat is het Goede Nieuws waarvan ons vandaag gezegd wordt dat het bestemd is voor alle volkeren die door de drie koningen, de drie wijzen, gesymboliseerd worden. Terwijl de sektarische joodse tiran in Jeruzalem alleen maar probeert zijn macht te behouden, vinden mensen van alle talen, op zoek naar verlichting, de weg naar Jezus.

Evangelisatie
Het feest van de Openbaring is daardoor meteen ook een oproep tot evangelisatie en missionering. Alle mensen, van alle tijden en volkeren, zijn voortdurend op zoek naar zin en betekenis in hun leven. Als wij ervan overtuigd zijn dat de God van Jezus de ultieme zingever is, dan is het ook onze plicht om mensen te helpen op hun weg naar Hem. Maar er mag hier geen misverstand bestaan. God wil gevonden worden, niet opgelegd. De sporen in ons leven die naar Hem wijzen zijn eerder bescheiden, zoals ook het licht van de ster dat de wijzen leidde, eerder bescheiden is. Dat licht verplicht niet, zoals de brandende zon dat doet. En dus moet ook onze evangelisatie en onze missionering op dezelfde manier gebeuren. Wij moeten mensen helpen, van waar ze staan, niet overdonderend, niet verplichtend, de weg tonen naar Jezus. We moeten dat doen met oneindig veel respect, net zoals Jezus dat deed.

Vraag
Maar we moeten het wel doen. Doen we dat? Neen. Waarom niet? Waarom zitten wij hier bijvoorbeeld alleen maar angst te hebben van al de moslims die hier komen wonen? En doen wij geen enkele poging om hen Jezus te leren kennen? Laten we daar deze week eens over nadenken. Zie het als huiswerk.
Huiswerk is zelden plezant.

De Moeder van God

Zondag 1 januari 2017, Heilige Moeder Gods (jaar A)

Voor de laat-Romeinse en de Byzantijnse keizers was het van buitengewoon belang dat Jezus Christus op de eerste plaats gezien werd als God en niet als mens. Ze keerden zich resoluut tegen elke strekking die de menselijkheid van Jezus benadrukte en ze hebben ongetwijfeld ook geprobeerd de concilies in die richting te beïnvloeden. De reden hiervoor ligt voor de hand. Als christelijke keizer was hun eigen macht en majesteit een reflectie van Diegene die ze vertegenwoordigden: Jezus Christus. En daarom kon Jezus voor hen niet genoeg God zijn en moest Maria uiteraard ook vooral gezien worden als de Moeder van God. Om dezelfde reden werd Christus in de basiliekmozaïeken altijd afgebeeld als de Pantocrator, de almachtige heerser over het universum. En ook Maria werd, vooral in de eerste eeuwen, bij voorkeur afgebeeld als de Theotokos, de moeder Gods, hemelhoog verheven boven de gewone mensen.

Vertrouwelijk
Maar die “gewone mensen” hebben zich daar nooit door laten vangen. Natuurlijk geloof je als christen wel degelijk in de Menswording. Geloof je dat in de mens Jezus, God zelf zich heeft uitgedrukt en laten kennen. Dat in Jezus, God als mens onder ons gekomen is. En in die zin is Jezus dus wel degelijk God zelf of Beeld of Icoon van God. En kan je Maria zonder enige terughoudendheid Moeder van God noemen. Maar in de geloofspraktijk van de gewone mens werd Jezus al vlug Onze-Lieve-Heer. En Maria werd “Onze-Lieve-Vrouw” en “Moeder Maria”. Iemand waar christenen heel vertrouwelijk mee omgingen. Een omgang getekend door intimiteit en kinderlijk vertrouwen.
Zo ga je niet om met een godin. Wel met je moeder … Christenen hebben altijd intuïtief aangevoeld wat Jezus bedoelde toen Hij tegen Johannes zei: “Ziedaar uw moeder”. Ook zonder de hulp van theologen voelden ze feilloos aan dat Jezus hier zijn eigen moeder aanstelde tot moeder van al zijn mensen. Opdat wij, ook in hemelse zaken, zouden kunnen rekenen op de tactvolle nabijheid en de liefdevolle genegenheid die alleen een moeder je kan geven.

Bijgeloof
Ach, natuurlijk zijn er ook hier af en toe wel uitwassen geweest. Is er overigens ook maar één menselijke activiteit waar dat niet het geval is? Er zijn inderdaad ook altijd mensen voor wie Maria de plaats van God en Jezus heeft ingenomen. En voor wie de grens tussen geloof en bijgeloof vervaagd is. Maar men moet daar niet te vlug verkeerde conclusies uit trekken en het verschijnsel zeker niet generaliseren: het gaat hier om een verwaarloosbare minderheid. Nu we het er toch over hebben: iets wat vaak over het hoofd wordt gezien is dat bijgeloof zich bijna altijd manifesteert in kringen die met Kerk en geloof niets te maken hebben. Bijgeloof komt vooral voor bij mensen die bij voorkeur zelfs met een zekere minachting spreken over het christelijk geloof en de religieuze praktijk.
Maar ondertussen lezen ze gretig elke horoscoop die ze in handen krijgen, lopen ze rond met een klavertjevier in hun portefeuille en krijg je ze op een vrijdag de 13de met geen paarden de deur uit.

Nabij
Er is natuurlijk ook een meer gezonde argwaan ten aanzien van de Maria-devotie, bijvoorbeeld vanuit de hoek van onze protestantse broeders. Ze hoeven zich echter niet al te veel zorgen te maken. De nogal vertrouwelijke omgang van katholieken met Onze-Lieve-Vrouw draagt er in niet geringe mate toe bij dat ook de afstand tot Jezus en tot God kleiner voor hen wordt. En dat kan alleen maar positief zijn. Zeker in het licht van het kerstgebeuren, waar “de Eeuwige zich overlevert aan de tijd, de Almachtige weerloos wordt als een kind, de Geest vlees wordt in een mens” (H. Servotte). Het is duidelijk dat God ons echt nabij wil zijn. Dat wij onze kinderlijke fantasieën over God moeten achterlaten en ophouden Hem te zoeken in macht en majesteit.

Doel
Het kind in de kribbe heeft daar afstand van gedaan en is in ons midden aanwezig als de kwetsbare, vragende uitnodiging om lief te hebben. En om, zodoende, echt kinderen van God te worden. Want dat is de uiteindelijke bedoeling: dat wij van schepselen waar Hij van houdt (zoals van al het geschapene), echte kinderen, aangenomen zonen en dochters van God zouden worden. Een grotere intimiteit is nauwelijks denkbaar. Maar ondertussen zitten wij wel met een soort “Zeus-en-Jupiter-complex” dat wij gedurende duizenden jaren hebben opgebouwd, een godsbeeld van superlatieven: oneindig machtig, oneindig dit en oneindig dat en, bovenal, oneindig boven ons en oneindig ver van ons verwijderd. De omgang met Maria kan die afstand een beetje overbruggen. Zij wordt onmiddellijk en spontaan herkend als een van ons en tegelijk als de Moeder van God. Vertrouwelijke omgang met haar zal ons daarom ook bijna automatisch binnenvoeren in een meer intieme omgang met God. En dat is toch het uiteindelijke doel.