De Moeder van God

Zondag 1 januari 2017, Heilige Moeder Gods (jaar A)

Voor de laat-Romeinse en de Byzantijnse keizers was het van buitengewoon belang dat Jezus Christus op de eerste plaats gezien werd als God en niet als mens. Ze keerden zich resoluut tegen elke strekking die de menselijkheid van Jezus benadrukte en ze hebben ongetwijfeld ook geprobeerd de concilies in die richting te beïnvloeden. De reden hiervoor ligt voor de hand. Als christelijke keizer was hun eigen macht en majesteit een reflectie van Diegene die ze vertegenwoordigden: Jezus Christus. En daarom kon Jezus voor hen niet genoeg God zijn en moest Maria uiteraard ook vooral gezien worden als de Moeder van God. Om dezelfde reden werd Christus in de basiliekmozaïeken altijd afgebeeld als de Pantocrator, de almachtige heerser over het universum. En ook Maria werd, vooral in de eerste eeuwen, bij voorkeur afgebeeld als de Theotokos, de moeder Gods, hemelhoog verheven boven de gewone mensen.

Vertrouwelijk
Maar die “gewone mensen” hebben zich daar nooit door laten vangen. Natuurlijk geloof je als christen wel degelijk in de Menswording. Geloof je dat in de mens Jezus, God zelf zich heeft uitgedrukt en laten kennen. Dat in Jezus, God als mens onder ons gekomen is. En in die zin is Jezus dus wel degelijk God zelf of Beeld of Icoon van God. En kan je Maria zonder enige terughoudendheid Moeder van God noemen. Maar in de geloofspraktijk van de gewone mens werd Jezus al vlug Onze-Lieve-Heer. En Maria werd “Onze-Lieve-Vrouw” en “Moeder Maria”. Iemand waar christenen heel vertrouwelijk mee omgingen. Een omgang getekend door intimiteit en kinderlijk vertrouwen.
Zo ga je niet om met een godin. Wel met je moeder … Christenen hebben altijd intuïtief aangevoeld wat Jezus bedoelde toen Hij tegen Johannes zei: “Ziedaar uw moeder”. Ook zonder de hulp van theologen voelden ze feilloos aan dat Jezus hier zijn eigen moeder aanstelde tot moeder van al zijn mensen. Opdat wij, ook in hemelse zaken, zouden kunnen rekenen op de tactvolle nabijheid en de liefdevolle genegenheid die alleen een moeder je kan geven.

Bijgeloof
Ach, natuurlijk zijn er ook hier af en toe wel uitwassen geweest. Is er overigens ook maar één menselijke activiteit waar dat niet het geval is? Er zijn inderdaad ook altijd mensen voor wie Maria de plaats van God en Jezus heeft ingenomen. En voor wie de grens tussen geloof en bijgeloof vervaagd is. Maar men moet daar niet te vlug verkeerde conclusies uit trekken en het verschijnsel zeker niet generaliseren: het gaat hier om een verwaarloosbare minderheid. Nu we het er toch over hebben: iets wat vaak over het hoofd wordt gezien is dat bijgeloof zich bijna altijd manifesteert in kringen die met Kerk en geloof niets te maken hebben. Bijgeloof komt vooral voor bij mensen die bij voorkeur zelfs met een zekere minachting spreken over het christelijk geloof en de religieuze praktijk.
Maar ondertussen lezen ze gretig elke horoscoop die ze in handen krijgen, lopen ze rond met een klavertjevier in hun portefeuille en krijg je ze op een vrijdag de 13de met geen paarden de deur uit.

Nabij
Er is natuurlijk ook een meer gezonde argwaan ten aanzien van de Maria-devotie, bijvoorbeeld vanuit de hoek van onze protestantse broeders. Ze hoeven zich echter niet al te veel zorgen te maken. De nogal vertrouwelijke omgang van katholieken met Onze-Lieve-Vrouw draagt er in niet geringe mate toe bij dat ook de afstand tot Jezus en tot God kleiner voor hen wordt. En dat kan alleen maar positief zijn. Zeker in het licht van het kerstgebeuren, waar “de Eeuwige zich overlevert aan de tijd, de Almachtige weerloos wordt als een kind, de Geest vlees wordt in een mens” (H. Servotte). Het is duidelijk dat God ons echt nabij wil zijn. Dat wij onze kinderlijke fantasieën over God moeten achterlaten en ophouden Hem te zoeken in macht en majesteit.

Doel
Het kind in de kribbe heeft daar afstand van gedaan en is in ons midden aanwezig als de kwetsbare, vragende uitnodiging om lief te hebben. En om, zodoende, echt kinderen van God te worden. Want dat is de uiteindelijke bedoeling: dat wij van schepselen waar Hij van houdt (zoals van al het geschapene), echte kinderen, aangenomen zonen en dochters van God zouden worden. Een grotere intimiteit is nauwelijks denkbaar. Maar ondertussen zitten wij wel met een soort “Zeus-en-Jupiter-complex” dat wij gedurende duizenden jaren hebben opgebouwd, een godsbeeld van superlatieven: oneindig machtig, oneindig dit en oneindig dat en, bovenal, oneindig boven ons en oneindig ver van ons verwijderd. De omgang met Maria kan die afstand een beetje overbruggen. Zij wordt onmiddellijk en spontaan herkend als een van ons en tegelijk als de Moeder van God. Vertrouwelijke omgang met haar zal ons daarom ook bijna automatisch binnenvoeren in een meer intieme omgang met God. En dat is toch het uiteindelijke doel.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s