Vluchten van ‘God’ naar ‘iets’

Zondag 5 maart 2017 – Eerste zondag van de Veertigdagentijd (jaar A)

Begin jaren 60 werd het kerkelijk verbod op het eten van vlees op vrijdagen en vastendagen opgeheven. De sterk stijgende welvaart had het mogelijk gemaakt om bij het vasten de traditionele bakharing te vervangen door kabeljauw en krab en bijgevolg verloor het “vlees derven” zoals dat heette, elke betekenis. Omdat wij de dingen graag eenvoudig houden hebben we dan maar ineens de hele vasten afgeschaft. Wij maakten komaf met de gedachte dat wij ons op die dagen vrijwillig iets ontzeggen dat te maken heeft met het genieten van eten en drinken, comfort en ontspanning. Om ons des beter te kunnen concentreren op de zaken van God. Die eeuwenoude, zelfs duizenden jaren oude religieuze idee van vasten en gebed werd resoluut verlaten en vervangen door het meer “wereldse” geven van geld aan Broederlijk Delen.

Alibi
Nu is er geen haar op mijn hoofd dat eraan denkt om minnetjes te doen over Broederlijk Delen. Maar het steunen van Goede-Doel-Acties (en wij worden er tegenwoordig door overspoeld) kan een heel hoog alibi-gehalte hebben. Tussen twee feestpartijen in geef je nog vlug een cent aan een of ander project en klaar is Kees. Het doet me soms heel erg denken aan de vroegere “aflaten”. Je hoeft in niets je manier van leven te veranderen. Je geeft wat geld en alles is in orde. Je geweten is zuiver. Door geld te geven koop je m.a.w. de verplichting af om je leven te veranderen, de verplichting om je te bekeren en om een ander mens te worden. Om jezelf niet langer als het centrum van de kosmos te zien. Je schaft dus gewoon de centrale Vasten-gedachte af: je bekeren. Je afkeren van een leven waarin alles rondom jouw persoontje draait, en je toekeren naar een leven waarin God en de andere mensen een centrale plaats innemen. Maar die plicht tot bekering, tot permanente bekering zelfs kan je zomaar niet afschaffen. Het is een absoluut kerngegeven in het leven van een christen. Je kan dat zomaar niet afkopen met het geven van wat geld aan het goede doel.

Grondhouding
Geld geven is trouwens te gemakkelijk. En bijgevolg ook verleidelijk. Soms dient het zelfs niet eens om te helpen maar om juist gerust gelaten te worden. Hebt u nog nooit de verleiding gekend om geld te geven terwijl u het nut ervan niet inzag. Of terwijl u van de mensen die u erom vroegen vermoedde dat ze u waarschijnlijk wilden rollen. Dat het waarschijnlijk oplichters waren die allesbehalve arm en behoeftig waren. Toch was de verleiding groot om hen content te stellen. Om er vanaf te zijn, of omdat je in het oog werd gehouden. Of erger nog, uit angst. Omdat het u nogal ongure types leken waarvan u dacht: als ik het hen nu niet geef komen ze het straks misschien zelf halen. Het spreekt vanzelf dat dit niet direct een christelijke houding is. Om goed te begrijpen wat voor bekering het vasten van ons vraagt is het nodig dat wij terug vertrouwd geraken met de grondhouding van de godsdienstige mens. Die grondhouding krijgt vorm vanuit de gedachte dat God, God is. Niet wij. Dat wij “maar” mensen zijn, geschapen en gewild door God en van Hem afhankelijk.

Vlucht
Het is een bijzonder moeilijk verteerbare gedachte voor de hedendaagse mens. Vandaar de populariteit van het “ietsisme”. “Er is iets”. “Ik geloof wel niet meneer, maar d’er is iets. “God” is blijkbaar wat hoog gegrepen maar “iets” dat kan dus blijkbaar wel. Want dat “iets” laat je niet alleen gerust maar het beweegt zich ook zodanig aan de periferie van je bestaan dat het in feite niets betekent en zeker onze eigen goddelijkheid niet hindert. Maar is dat geen vlucht? Want ofwel bestaat God niet en dan moet je dat ook onder ogen durven zien en daar mee leren leven, ofwel bestaat Hij wel, maar dan is Hij meteen ook het allerbelangrijkste gegeven in het menselijk bestaan. Zeker als God, zoals in het christendom, gezien wordt als Iemand die in ons leven wil binnenkomen en die zelfs de eeuwigheid voor ons openlegt.

Moeilijk
Ik begrijp dat “ietsisme” eerlijk niet. Ik zeg dat niet om zo’n beetje de hoofdschuddende wijze uit te hangen die mompelt van “hoe is ’t mogelijk, hoe is ’t mogelijk”. Neen, ik begrijp dat echt niet. Al die mensen die onomwonden uiting geven aan hun ongeloof maar die je even later in een rustig gesprek toevertrouwen dat ze wel degelijk geloven “dat er iets is”, dat er iets is “dat ons overstijgt”. Maar dat ze zich daar niet kunnen mee bezighouden, dat ze daar geen tijd voor hebben of, dat het hen eigenlijk niet interesseert … Dat begrijp ik dus echt niet. Hoe kan je je niet interesseren aan iets waarvan je zegt te geloven dat het bestaat en waarvan je kan vermoeden dat het zowel onze oorsprong als onze bestemming is? Maar goed, ieder moet dat voor zichzelf uitmaken. Maar van christenen mag dan toch in ieder geval verwacht worden dat ze dat “iets”, dat ze God wel degelijk heel belangrijk vinden in hun leven.

Bekering
Zo belangrijk dat elke verwijdering van Hem als iets tragisch ervaren wordt. En dat de terugkeer naar God als we zijn afgedwaald, dat bekering, permanente bekering zelfs een absolute must is voor de gelovige. En daarvoor dient het vasten. Om ons te oefenen in het terug dichter bij God komen. Zodanig dat wij op Pasen niet alleen de verrijzenis van de Heer maar ook ons eigen herboren-zijn kunnen vieren. Geld geven aan een mooi project kan daar een belangrijk deel van zijn. Maar oneindig veel belangrijker is dat je met Pasen als een herboren christen, als een nieuwe mens uit de veertigdagentijd te voorschijn komt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s