Anderen doen het ook

Zondag 19 maart 2017 – Derde zondag van de Veertigdagentijd (jaar A)

Het gesprek tussen de vermoeide Jezus en de Samaritaanse vrouw die water komt putten bij de bron is om verschillende redenen merkwaardig.
Het heeft om te beginnen iets grappigs, omdat de antwoorden schijnbaar geen verband houden met de vragen die gesteld worden en Jezus en de Samaritaanse vrouw de indruk wekken straal naast elkaar heen te praten.
Niets is echter minder waar. In feite zijn wij hier getuige van een soort steekspel met woorden waarbij de mild-ironische toon langs weerskanten opvalt.

Verstoppertje spelen
Van bij de aanvang van het gesprek doet de vrouw nogal afstandelijk en zelfs een beetje uit de hoogte. En probeert ze met haar kritische opmerkingen over het geloof het gesprek te sturen en er een welles-nietes spelletje van te maken. Ze doet denken aan Pilatus en zijn beroemde (retorische) vraag: “Wat is waarheid?” Klinkt heel erg filosofisch en diepzinnig. Maar eigenlijk wordt bedoeld: ieder heeft zijn waarheid, dé waarheid bestaat niet, alles is heel erg relatief. Ik doe dus gewoon waar ik zin in heb. En dat is precies wat de Samaritaanse hier zegt tegen Jezus: ook godsdienst is relatief; de Joden zeggen dit, de Samaritanen zeggen dat.
Maar eigenlijk zijn het allemaal koekjes uit hetzelfde deeg. En ik lust geen koekjes. Dat is wat ze eigenlijk zegt. Maar Jezus laat zich door haar woorden niet van de wijs brengen en voert haar zonder veel omwegen naar de kern van haar probleem. De moeite die ze heeft met geloven komt niet voort uit allerlei diepzinnige overdenkingen, maar heeft alles te maken met haar ongeregeld seksleven.

Overgave
En dat is natuurlijk heel herkenbaar. Ik bedoel: als we het moeilijk hebben met het beleven van bepaalde normen en regels van ons geloof, dan gaan we in plaats van ons in te spannen en ons te bekeren, het geloof en de normen en waarden zelf in vraag stellen en verwerpen. “Is dat allemaal wel nodig? Waarom moet dat eigenlijk?” En, vooral: “Leven (andere) gelovigen daar zelf wel naar… ?” Maar bij Jezus pakt dat niet. En omdat Hij nooit veroordeelt kan hij dóór het pantser van de vrouw geraken. Misschien dacht ze tot dan toe wel dat ze alles over de liefde wist. Maar nu komt ze in contact met iemand die helemaal liefde is. En in zijn nabijheid en onder zijn liefdevolle blik kan ze haar verdedigende houding loslaten. Haar situatie onder ogen zien. En kan ze zich helemaal in vertrouwen overgeven aan de vergevende en genezende barmhartigheid van God.

Relativeren
En dat is precies waar iedere mens, waar ieder van ons, waar ik en u zouden moeten toe komen: dat wij ons in vertrouwen overgeven aan de genezende barmhartigheid van God. Maar daarvoor is het natuurlijk nodig dat wij beseffen dat wij vergeving en barmhartigheid nodig hebben. En precies daar wringt het schoentje. Niet dat wij onszelf als heiligen of volmaakten zien. Net zoals de Samaritaanse weten wij heel goed dat wij niet echt en zeker niet op elk vlak leven zoals het zou moeten, maar wij vinden dat eigenlijk niet zo erg. Er zijn immers mensen, de gezagsdragers, de hogepriester vooral, zij die het goede voorbeeld zouden moeten geven, die het ook niet zo nauw nemen … Niets is echter zo erg als je wentelen in zelfgenoegzaamheid.

In de kou
Dát is het wat ons afsluit van God, zijn warmte en zijn nabijheid, niet de zonde zelf. Want “geen enkele misstap, hoe zwaar ook, kan ons scheiden van de liefde van Christus”. En een ander Schriftwoord zegt: “Waar de zonde heeft gewoekerd werkt de genade mateloos”. De woestijn waar we door moeten op weg naar God hebben wij vaak zelf gecreëerd. Zolang we weigeren in te zien dat onze eigen nukkigheid ons verwijderd houdt van de warme nabijheid van God, blijven wij gevangen. En zijn wij zelf de ontwerper en de bewaker van onze kerker. De enige mogelijkheid om te ontsnappen is o. m. ophouden met in de misstappen van anderen een vergoelijking van onze eigen verkeerde levenswijze te zoeken. Want dat is bijzonder kinderachtig.

Wil
Het mag dan nog gaan om spelletjes die typisch zijn voor volwassenen, wat losjes omspringen met de echtelijke trouw bijvoorbeeld, maar het blijft bijzonder infantiel om dan af te komen met: “Anderen doen het ook”.
Niemand van ons is volmaakt. Maar je fouten relativeren en afdoen met: “Iedereen doet het” is voor een christen geen optie. Je moet correct leven omdat je dat zelf wil, omdat je integer wil zijn, opdat je rechtop voor God zou kunnen staan en iedere mens recht in de ogen kan kijken. Wat anderen doen speelt in deze geen enkele rol. Jij bent het die verantwoordelijk is voor het opruimen van alles wat die vertrouwelijke omgang met God, zijn genade en zijn vriendschap in de weg staat.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s