Uit de kast komen

Zondag 30 april 2017 – Derde Paaszondag (jaar A)

Vorige week hadden we het over het vrij recente verschijnsel dat sommige (gelovige) ouders hun kinderen niet laten dopen omdat ze “later zelf maar moeten kiezen”.
We zagen toen echter dat een gelovige opvoeding de beste garantie is om later echt te kunnen kiezen.
Vandaag zou ik het graag hebben over de noodzaak om ons geloof regelmatig onder elkaar ter sprake te brengen.
In de weken na Pasen ademt heel de liturgie het paasgeloof uit en draaien de gebeden en de lezingen uiteraard allemaal rond de Verrijzenis van Christus.
Die verrijzenis van Christus en het geloof in die verrijzenis staan als een massief gegeven in het centrum van het christelijk geloof.

Groei
Maar dat geloof is niet als een monoliet uit de hemel komen vallen.
De eerste berichten over de verrijzenis werden aanvankelijk door de apostelen resoluut afgedaan als beuzelpraat van vrouwen.
Naderhand, toen de meldingen erover bleven aanzwellen en de getuigenissen toenamen en die getuigenissen de eigen ervaringen van de leerlingen steeds meer bevestigden, lieten ze hun angst voor inbeelding varen.
De ommekeer was zelfs zo sterk dat op zeer korte tijd het aanvankelijk gefluister aanzwol tot de triomfantelijke kreet: Christus is verrezen.
God is geen hersenschim, maar een ontzagwekkende werkelijkheid.
En een mensenleven heeft wel degelijk zin en betekenis als het een gegeven leven is zoals dat van Jezus. Omdat, ondanks schijnbare ondergang, de dood op zo’n leven blijkbaar geen vat heeft.
Maar dat geloof is gegroeid. Heel snel en heel sterk. Zo sterk zelfs dat het als een vreedzame storm over wereld zou gaan. Gebracht en verspreid door mensen die zo overtuigd waren dat ze er stuk voor stuk hun leven voor gaven.

Erover spreken
Maar het is gegroeid, het is niet uit de hemel komen vallen.
Het groeide omdat mensen met elkaar erover praatten. Hun ervaringen deelden, elkaar hielpen om dingen te zien en te interpreteren, elkaar bevestigden in het geloof.
Ik denk dat het de hoogste tijd wordt dat we daar terug meer aandacht aan besteden.
Geloof kan alleen gedijen, groeien en sterker worden als het ook ter sprake wordt gebracht. En blijkbaar doen we dat in onze tijd veel te weinig.
Geloof is niet iets dat je eens en voor altijd bezit. Het is meer ook dan kennis.
Het is iets dat je beleeft en dat kleur en warmte en diepte geeft aan je leven.
En dat moet gevoed, bevestigd en gedeeld worden.
Hoeveel deugd doet het toch als iemand, waar je het niet van had verwacht, je vertelt over het geloof dat in zijn binnenste leeft. Wij hebben nood aan zo’n diepe ervaringen van herkenning en verbondenheid.

Andere tijd
De tijd dat onze maatschappij helemaal doortrokken was van het geloof, dat je bijna geen artikel of boek kon lezen, geen film kon bekijken of je kwam dat geloof tegen, de tijd dat de Kerk heel het verenigingsleven bezielde, bijna alle tijdschriften en kranten katholiek waren en jongeren ervan droomden missionaris te worden, die tijd is voorbij.
Geloof komt in de publieke ruimte nog zelden ter sprake.
En als erover gesproken wordt is het meestal in de negatieve zin.
Juist daarom is het zo belangrijk dat wij terug spreken over ons geloof.
Wij moeten niet met bijbels langs de deuren trekken, maar laat ons tenminste in onze eigen kring ons geloof terug ter sprake brengen, bij ons thuis, onder vrienden en, als het pas geeft, waarom niet, op het werk en zelfs op vakantie.
Laat ons toch minstens beginnen met het geloof terug ter sprake te brengen als wij in kerkverband samenkomen. Want zelfs daar gebeurt dat niet meer of hoogstens zijdelings.

Outen en ontmoeten
Ik kan als priester bijvoorbeeld een gans jaar bijna elke avond naar vergaderingen gaan zonder daar ooit iets te horen over geloof. Alleen maar over bouwplannen, verkoop van gronden, kasverslagen en rekeningen.
En over mediaberichten, over sport en politiek.
Vaak merk je wel, goddank, een sterke betrokkenheid op de mensen van het dorp. Maar zelden of nooit heeft iemand het over z’n geloof, over een diepe ervaring of een nieuw verworven inzicht.
En dan vraag je je toch af: waar zijn we eigenlijk mee bezig?
Mensen die zich vanuit hun christen-zijn willen geven, hebben nood aan diepe verbondenheid met gelijkgezinden. Aan warmte, diepe contacten en echte ontmoetingen op een dieper niveau.
Wij kunnen als christenen nooit nog iets betekenen voor de mensen om ons heen, als wij niet een sterke thuisbasis hebben waar wij onze geloofsbatterij kunnen opladen.

Concreet
Laat ons er iets aan doen. Laten we bijvoorbeeld vanaf nu elke vergadering in parochieverband terug beginnen met een kort geloofsgesprek, een kleine bezinning, een gezamenlijk gebed. Als Christus het middelpunt en de bezieler van onze werking en onze inzet is, dan moet Hij ook regelmatig ter sprake komen in ons midden. Anders zijn we niet goed bezig.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s