Dat moeilijke vergeven

Zondag 7 mei 2017 – Vierde Paaszondag (jaar A)

Het kruis van Christus, zegt Paulus, is voor joden een ergernis en voor heidenen een dwaasheid. Wij christenen echter, zijn al 2000 jaar lang zo vertrouwd met dat kruis dat wij nog nauwelijks stilstaan bij het ongerijmde, het absurde zelfs van een Zoon van God, Godzelf in een gedaante van een mens, die door mensen wordt gehoond en gemarteld, en uiteindelijk ook op de meest vernederende wijze omgebracht. Pas in deze tijd heeft het toegenomen contact met moslims ons het verbijsterende daarvan opnieuw leren inzien. Moslims zien Jezus als een profeet. Maar zijn kruisdood ontkennen ze. Zij kunnen niet aannemen dat een profeet van God zich zo zou laten doen door mensen. Voor niet-christenen is een gekruisigde Christus inderdaad een loser, een mislukkeling … Maar ook bij de apostelen moet die kruisiging toch enorm veel weerzin en weerstand opgeroepen hebben. Zij hadden vurig in Jezus geloofd en alles voor Hem achtergelaten. Zij geloofden dat Hij inderdaad de Zoon van God was. Maar toen ze Hem hoorden roepen aan het kruis, toen ze Hem zagen sterven, moederziel alleen, door God en mens verlaten, stortte hun wereld in.

Verrijzenis
Er moet toen iets formidabels gebeurd zijn. Iets zo geweldig dat het moeilijk onder woorden te brengen is. De evangelies proberen ons met de verrijzenisverhalen iets te laten vermoeden van de overhoophalende ervaringen die de apostelen na Jezus’ dood opdeden en die de totale metamorfose moeten verklaren. Van schichtige beunhazen, benauwd van hun eigen schaduw, werden zij ineens de onverschrokken verkondigers van een leer die op korte tijd het machtige Romeinse Rijk op vreedzame wijze overwon. Het is duidelijk dat voor de leerlingen de verrijzenis van Jezus een feit is, en meteen ook het sluitstuk van hun verkondiging. Nog straffer is echter het feit dat ze die geblokte overtuiging bijna moeiteloos weten over te brengen op de menigte, die precies door dat geloof de eerste Kerk zou gaan vormen. Belangrijk is het daarbij te zien dat niet de idee van een leven na de dood voor de toehoorders onverteerbaar was. De meeste mensen, in die tijd, geloofden in een voortbestaan na de dood.

Gekruisigde God
Wat zo onvoorstelbaar, bijna uitzinnig moet geklonken hebben, en toch werd aanvaard, was dat de verrezene niet zomaar de geest van een overledene was, maar dat de verrezen Christus de opgestane Zoon van God was, de Heer over levenden en doden. Dat deze Jezus, deze Zoon van God, liever vrijwillig de dood inging dan geweld te gebruiken, dat in deze geslagen en vernederde mens, Godzelf was gekruisigd. Nog eens, wij zijn door 2000 jaar christendom zo vertrouwd met dat geloof dat het bijna absurde van die gedachte ons ontgaat. Wij staan er niet bij stil dat het woord “God” in alle andere gevallen juist staat voor “ongenaakbaar”, “hoog verheven” en “almachtig”. Zelfs in het gewone spraakgebruik: als wij het hebben over filmgoden of sportgoden dan hebben wij het over wezens die zo knap zijn in hun vak dat ze torenhoog verheven zijn boven de gewone stervelingen … Dat God zich in de Mens Jezus aan ons liet kennen als Iemand die liever zelf stierf dan iets af te doen aan zijn boodschap van geweldloosheid, barmhartigheid en liefde, is een bijna onnatuurlijke, door geen mens te bedenken gedachte.

Geweldloosheid
En dat brengt ons dan bij de vraag, het probleem eigenlijk, van hoe geweldloos een christen moet zijn. Moet je nu echt je andere wang aanbieden als iemand je een mep verkoopt? U begrijpt dat dit een ongelofelijk belangrijke kwestie is die je zo maar niet in een kort stukje kan behandelen. Maar in grote lijnen zou je, denk ik, dit kunnen stellen.
Jezus breekt met het oeroude beginsel van “oog om oog, tand om tand”.
Je mag volgens hem kwaad niet met kwaad bestrijden. Een christen zoekt geen vergelding, geen wraak, maar heeft de plicht om het kwaad dat hem wordt aangedaan te vergeven. Het is de enige manier om de duivelskring van agressie, wraak en weerwraak te doorbreken. Maar dat vergeven is een van de moeilijkste punten uit Jezus’ leer. En hoewel vergeven gemakkelijk als een zwakte kan worden gezien, moet je over een ijzersterke persoonlijkheid beschikken om het te kunnen.

Rechtvaardigheid
Het spreekt natuurlijk vanzelf dat die aansporing om te vergeven geen uitnodiging is om je neer te leggen bij onrechtvaardigheid. Zelfverdediging, opstand tegen tirannie en zelfs bepaalde oorlogshandelingen om erger onheil te voorkomen, zijn voor een christen volkomen gerechtvaardigd.
Maar altijd zullen wij voor ogen moeten houden dat God zich niet aan ons getoond heeft als een almachtige en wraakzuchtige albeheerser. Maar in de gestalte van een mens die een en al liefde en barmhartigheid was. Die het geknakte riet niet brak en de kwijnende vlaspit niet doofde. Die zieken genas en verschoppelingen terug binnenhaalde. En die zelfs van op dit kruis gebeden heeft voor zijn beulen. Van zijn volgelingen wordt eigenlijk niets anders verwacht. Maar of dit haalbaar is voor mensen als u en ik … ? Een christelijk advies in deze zou kunnen zijn: eis rechtvaardigheid, ook voor jezelf. Maar neem geen wraak. Nooit. Geen wraak nemen is – hoe moeilijk het ook is – een vorm van vergeven die voor ieder van ons haalbaar is.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s