Europa’s “superieure” levensstijl

Zondag 14 mei 2017 – Vijfde Paaszondag (jaar A)

In haar nieuwe boek deed een Vlaamse toppolitica de nogal boute uitspraak dat onze westerse, Europese manier van leven duidelijk superieur is aan alle andere. Ze heeft daarvoor bakken kritiek over zich heen gekregen. Gedeeltelijk ten onrechte. Immers, mevrouw Rutten, want daar gaat het over, heeft volkomen gelijk als ze het heeft over de rechtstaat en over de vrijheden waar wij hier in het Westen van genieten. De vrijheid van denken en spreken. De vrijheid om ons te verenigen en vrije verkiezingen te houden. De vrijheid van keuze op gebied van levensbeschouwing. De vrijheid om je seksuele geaardheid te beleven. De gelijkheid van man en vrouw. De wettelijke bescherming tegen haat en racisme, enz. Geen zinnig mens zal ontkennen dat die rechtstaat met zijn zegen aan vrijheden, rechten en kansen superieur is aan zowat alle andere politieke regimes, die alle min of meer autoritair zijn, soms zelfs een ware nachtmerrie voor de burgers van het land.

Schaduwkant
Het gepaste gevoel van fierheid dat wij, overigens niet zonder veel strijd en ten koste van heel veel leed, zo’n maatschappij hebben opgebouwd mag ons anderzijds toch ook niet al te euforisch maken. Want er is ook een serieuze schaduwkant aan onze westerse manier van leven. Als wij het hebben over onze westerse manier van leven, dan kunnen we het mooi houden door het heel zedig te hebben over onze democratische wetten en instellingen maar dan hebben we het wel niet over datgene wat onze maatschappij op de allereerste plaats onderscheidt van al de andere. En dat is onze welvaart, onze onverzadigbare drang naar consumeren, de luxe die wij ons kunnen permitteren. En die welvaart en die luxe zijn voor een groot stuk gebouwd op … de uitbuiting van de rest van de wereld.

Zalf
Natuurlijk zijn u en ben ik daar niet persoonlijk verantwoordelijk voor. Wij hebben de wereld zo niet gemaakt, wij zijn er gewoon ingegooid en hebben hem zo aangetroffen. Maar we vinden het best fijn dat we toevallig in het leukste deel van die wereld geboren zijn. Wij zijn niet persoonlijk verantwoordelijk voor het feit dat onze samenleving in de ogen van de rest van de wereld een moloch is die al de rijkdommen van de aarde naar zich toetrekt en met dat doel niet terugschrikt voor uitputting van de natuur en uitbuiting van mensen, voor onfrisse bondgenootschappen en zelfs niet voor oorlog. Wij zijn, u en ik, inderdaad niet persoonlijk verantwoordelijk.
Maar wij weten het wel, en we liggen er blijkbaar toch niet echt van wakker. Wij doen alsof de anderen gewoon pech hebben. En wij geluk. Of beter, geen geluk. Als wij het beter hebben dan zij, hebben we dat immers aan onszelf te danken. Wij zijn gewoon meer bij de pinken, wij zijn inventiever, wij weten beter van aanpakken. Terwijl men in de rest van de wereld toch eerder traag en sloom is en liever bij de pakken blijft zitten.

Macht
En zo leggen wij ons geweten het zwijgen op en wordt elk begin van zelfkritiek omgezet in gevoelens van superioriteit. Maar het enige wat echt superieur aan ons is, is onze macht en onze invloed. De macht om grote delen van de wereld voor ons te laten werken. De macht om grote delen van de wereld in dienst te stellen van onze onverzadigbare consumptiedrang.
Maar genoeg daarover. Wij hebben trouwens allang geen patent meer op dat systeem. Ook niet-westerse grootmachten verslinden driftig de natuurlijke rijkdommen van armere landen.

Doel(tjes)
Waar het ons hier vandaag vooral om te doen is, is de vraag: hebben wij westerlingen nog echt een doel in ons leven? En dan bedoel ik niet onze kleine korte-termijn-doelen zoals de volgende vakantie, de reis naar de Bahama’s, onze nieuwe pergola of tweede woonst. Want eigenlijk zijn dat allemaal mini-doeltjes die alles te maken hebben met ons voortdurend uitkijken naar nieuwe koopjes, het bezit van nieuwe hebbedingen, het ervaren van nieuwe sensaties. M.a.w. met het voortdurend huppelen van de ene consumptie naar de andere. Dat is natuurlijk ook een manier van leven, maar heeft zo’n leven ook een echt doel? Iets dat al je doen en laten kleur geeft, iets waaraan je al je handelingen toetst? Wij lopen inderdaad van het ene korte-termijndoel naar het andere. Maar is er nog een alles overkoepelend streven of zijn wij alleen nog bezig met wat de reclame ons voorschrijft: het consumeren van genietingen?

Grondhouding
Toen mijn moeder jaren geleden genoeg gespaard had voor een badkamer begon ze daarna vol frisse moed opnieuw te sparen, maar nu voor een nieuwe veranda. Ze genoot zelf ook wel van die dingen, maar haar grootste plezier was toch het welzijn van haar gezin … Elke mens wil eigenlijk alleen maar gelukkig zijn. Dat is het eigenlijke doel van elke mens. Het christendom leert ons – tegen de pletwals van de moderne reclame in – dat je alleen gelukkig wordt door te proberen anderen gelukkig te maken.
Het is je inzet voor anderen die je gelukkig maakt. Pas als je gelukkig bent vanuit je inzet voor anderen, wordt genieten van je vakantie, de reis naar de Bahama’s of de nieuwe pergola de kers op de taart. Maar er moet eerst een taart zijn. Van alleen maar kersen eten word je ziek in plaats van gelukkig.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s