Onze andere Moeder

Zondag 11 juni 2017 – Feest van de H. Drie-eenheid (jaar A)

Je kan gerust en zonder de minste aarzeling stellen dat in de geschiedenis van de mensheid er nooit één vrouw geweest is die even geliefd, bewonderd en vereerd geweest is als Maria. Zelfs in onze tijd, nu de verafgoding van sportvedetten, filmdiva’s en mediafiguren vaak buitenissige proporties aanneemt, kan geen enkele van deze beroemdheden zich meten met Maria, met de enorme aantrekkingskracht die dit meisje uit Nazareth ook vandaag uitoefent op de harten van miljoenen mensen. En toch weten wij zo goed als niets over haar. Niet via de evangelisten en ook niet via de verslagen van andere tijdgenoten en ooggetuigen. En ook wetenschappelijk onderzoek of archeologische vondsten kunnen ons niet helpen. Wat dat betreft weten we meer over een schedel die ergens in Tanzania wordt opgegraven dan over de vrouw die tot in de verste uithoeken van de wereld vereerd wordt als de Moeder van God. Daardoor is de verleiding ook altijd groot geweest om Maria allerlei opvattingen en werkzaamheden toe te dichten die in werkelijkheid meer zeggen over ons dan over haar.

Bevrijder
Speciaal het “Magnificat” is altijd een rijke inspiratiebron voor onze fantasie gebleken. Maria wordt dan de sterke vrouw, de feministe, de patrones van de bevrijdingstheologie. Maar het Magnificat, waarin bezongen wordt hoe machtigen van hun troon zullen worden gestoten en eenvoudige mensen tot aanzien gebracht, heeft het niet over Maria maar over het bevrijdend optreden van God.
Het Magnificat is een gebalde en bijzonder krachtige verwoording van de kern van het joods-christelijke denken over God. Iemand heeft het ooit genoemd: de Marseillaise van het christendom. God wordt er in voorgesteld als Diegene die niet enkel oproept om goed te zijn voor elkaar, maar die mensen ook daadwerkelijk wil bevrijden uit elke vorm van onderdrukking en slavernij.
In het centrum van het jodendom staat de bevrijding van het volk uit het slavenhuis van Egypte. Dat is de oerervaring van Israël. Er is maar één God. Al die andere goden zijn nepgoden, die mensen onderdrukken en tot slaaf maken. Dat klinkt weinig verdraagzaam maar dat is wel het fundamenteel aanvoelen. Al de andere goden, ook de hedendaagse geld- en genotsgod, hebben wijzelf geschapen. En, hoe leuk ze ook lijken, uiteindelijk vernietigen ze ons. De ene ware God is fundamenteel een Bevrijder van mensen, op de eerste plaats van het volk Israël. Het christendom heeft dat inzicht verbreed naar alle mensen toe en naar ieder individu in het bijzonder.

Joods
En dat vind je dus wél bij Maria: de verwondering, de huiver, de verbijstering bijna dat “Hij die machtig is” zich ontfermd heeft over een klein eenvoudig meisje zoals zij en grote dingen aan haar heeft gedaan. Het fundamentele inzicht dat God een bevrijdende God is danken wij aan de joden. En het respect voor dat feit verklaart waarom wij christenen het Oude Testament blijven meezeulen, ook als daar nogal wat dingen in staan waar wij niet mee akkoord kunnen gaan. Christenen erkennen dus niet alleen de biologische evolutie in de Schepping (Darwin) maar ook de evolutie in het denken, ook in het denken over God. Het steeds beter begrijpen van de Openbaring. En zij hebben respect voor hun joodse roots.
Jezus was als mens een joodse man, die doordrongen was van het joods gedachtegoed. Hij heeft dat gedachtegoed verdiept en vernieuwd, maar je kan niet spreken van een totale breuk. Je kan integendeel de hele geschiedenis van Israël zien als een eeuwenlange voorbereiding van zijn komst. Wij erkennen dus dat het christendom schatplichtig is aan het jodendom, net zoals de verlichting op haar beurt ondenkbaar is buiten het christendom. Omdat dat laatste nogal eens ontkend wordt door vrijzinnigen en deze gedachte toch wel belangrijk is voor ons zelf-verstaan, komen we hier later op terug.

Omgang
Maar laat ons nu terugkeren naar Maria. Als je uit teksten zoals het Magnificat zo goed als niets kunt afleiden over Maria, behalve dan haar dankbare verwondering om wat God voor haar deed, hoe kunnen we dan iets over haar zeggen? Het simpele feit ligt daar dat wij nooit iets over haar kunnen zeggen, totdat we beginnen met iets te zeggen tégen haar. Pas als wij leren vertrouwelijk met haar omgaan, tegen haar spreken, bidden tot haar, beginnen wij te beseffen wie ze is en wat ze voor ons betekent. Maria is de vrouw die onnoemelijk dicht bij God staat en die tegelijk, naar de uitdrukkelijke wens van Jezus, ook onze moeder is. Eens dat wij daar diep van doordrongen zijn is alles gezegd. Dan gaan wij steeds meer en spontaan naar haar toegaan, op haar vertrouwen, onze vragen en problemen aan haar voorleggen. En ook al zal Maria, net zomin als onze biologische moeder, al onze problemen oplossen, we zullen steeds meer beseffen dat wij een Moeder in de hemel hebben die ongelofelijk veel van ons houdt. Er is op de hele wereld niets dat je zoveel grond onder de voeten geeft, je zo stevig op je poten zet, je zo intens gelukkig maakt als het besef dat iemand heel veel om je geeft en van je houdt. Maria houdt van ons en begrijpt ons, zoals alleen een moeder dat kan.

Recht op
Wij zouden echt ook met onze kinderen opnieuw meer moeten spreken over haar. Zij hebben daar recht op. Speciaal in deze tijd nu er zoveel gebroken gezinnen zijn, zoveel kinderen in instellingen leven, zoveel kinderen verwaarloosd worden. Maar ook als je een liefhebbende aardse moeder hebt blijft Maria belangrijk: ze is immers tegelijk de moeder van God en onze moeder. En dat wil toch wel iets zeggen! Of om in het wat meer hedendaagse termen te zeggen: houden van Maria is gezond. Zowel voor je ziel als voor je lichaam.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s