Het geduld van de zaaier

Zondag 16 juli 2017 – 15de zondag door het kerkelijk jaar A

De parabel van de zaaier houdt een hele geruststelling in voor predikanten, godsdienstleerkrachten en gelovige ouders.
Zij hebben immers als taak de persoon en de woorden van Jezus kenbaar te maken en toe te lichten. Maar of hun inspanning ook effectief vruchten zal dragen, hangt niet af van henzelf, maar alleen van God.
Zoals in het graan zit de groeikracht in het Woord zelf.
Maar dat Woord moet natuurlijk wel gezaaid worden.
Als de boer niet het juiste zaaigoed aan de aarde toevertrouwt, dan zal na verloop van tijd zo ongeveer van alles uit de grond opschieten, behalve deugdelijk graan. Zo is dat ook met het geloof.

Religieus gevoel
Mensen worden geboren met een zekere openheid voor religieuze indrukken.
Als daar niet het Woord van Jezus opgelegd wordt is de kans groot dat wij blijven steken in een sfeer van geneeskrachtige stenen, astrologie en de kristallen bol van Madame Zaza.
Vage religiositeit moet gekerstend worden om niet te verzanden in gevoeligheid en bijgeloof.
Op precies dezelfde wijze moet de mens vanuit de natuur cultuur scheppen, de natuur “cultiveren”, er iets uit puren dat de mens waardig is en hem tezelfdertijd ook verheft, hem helpt om boven zichzelf uit te stijgen.
De natuur is de onmisbare basis en moet met het grootste respect behandeld worden. Maar een tak van een boom blijft gewoon een stuk hout totdat een mens er een blokfluit van maakt en het stuk hout een onmisbaar instrument wordt voor de uitvoering van een opera van Verdi.
Dat religieus gevoel van verbondenheid, verbondenheid met de natuur, met de aarde, de kosmos, met de mensen en met God is typisch menselijk.
Een prima gevoel dus.
Er zijn tegenwoordig wel mensen die er prat op gaan dat ze geen enkel religieus gevoel hebben. Maar, zoals bij alles wat je mist, zou een zekere bescheidenheid hier meer op zijn plaats zijn. Religieuze gevoelens horen bij ons mens-zijn.

Evangelische oproep
Van de andere kant mag je in dat vaag-religieuze niet blijven steken.
Dat oer-religieuze kan je inderdaad af en toe wel een goed gevoel geven maar niemand anders dan jezelf heeft daar iets aan. Een heel steriele vorm van verbondenheid dus als jij alleen er iets aan hebt.
Sinds Jezus zouden wij moeten weten dat echte godsdienstigheid, zoals echte kunst, ons uit tilt boven onszelf.
Primaire, vage religiositeit is vaak niet meer dan een doekje voor het bloeden.
In tijden van oorlog en angst, van armoede en onwetendheid kan religie ons een zekere vastigheid geven. En hoop en rust en vertrouwen en veiligheid.
Maar het Evangelie van Jezus is juist een geweldige oproep om uit onze loopgraven en bunkers te komen, om al onze zekerheden en beveiligingsmechanismen te verlaten, uit onze schelp te komen en liefdevol naar de ander toe te gaan.
En als er nu 2 dingen zijn die totaal niet samengaan dan is het wel liefde aan de ene kant en zorgen voor je eigen rust en veiligheid aan de andere kant.
Liefde is immers per definitie uitbundig, royaal en roekeloos.
Natuurlijk schenkt het geloof dat Jezus ons bracht sterke geborgenheid en vrede in ons leven. Meer dan het kneuterig bezig zijn met onszelf ons ooit kan geven.
Maar sinds Jezus zouden wij moeten weten dat echte, dat christelijke godsdienstigheid ons uit onze schelp jaagt en ons aanzet om ons te geven aan anderen.

Onverenigbaar
Wij zouden het moeten weten. Maar. . . eigenlijk weten we het.
En maar al te goed zelfs.
Ik denk dat dát één van de echte redenen is van geloofsafval in het westen in deze tijd.
Mét de stijgende welvaart, op zich een zegen, begonnen ook een aantal veel minder fraaie verschijnselen in onze samenleving naar boven te komen: verregaand individualisme, carrièrisme, egoïsme, narcisme.
En ik denk dat mensen maar al te goed doorhebben dat toegeven aan die dingen helemaal onverenigbaar is met het evangelie. En ze kiezen dan maar voor datgene wat hen het aangenaamst lijkt.
Mensen beseffen meer dan vroeger dat het evangelie geen “religie” is, geen doekje voor het bloeden. Maar juist een oproep tot solidariteit met anderen, zeker als je het zelf goed hebt. En daar “passen” velen voor. . .
Iemand zei me ooit: het is moeilijk zedig te blijven als je omgeving een seksboetiek geworden is. Op dezelfde wijze wordt het moeilijker om solidair te zijn met mensen op de sukkel als je alle mogelijkheden hebt om jezelf van ’s morgens tot ’s avonds te verwennen en te genieten van alles en nog wat, van alles wat de welvaart je te bieden heeft.
Jezus lijkt dan een pretbederver. . .

Geduld
En toch moeten wij zijn woord blijven zaaien. En ons troosten met de gedachte dat Hij de groeikracht geeft.
Waarschijnlijk hebben wij westerlingen onze plots verworven welvaart nog niet goed verwerkt. En duurt het nog een tijdje eer wij doorhebben dat jezelf verwennen met hebbedingen wel leuk kan zijn af en toe, maar niet blijvend gelukkig maakt.
Eens we dat door hebben komt God automatisch weer in het vizier.
Ondertussen moeten wij, gelovigen, geduld hebben.
Wachten tot de euforie om Sinterklaas wat wegebt. Er zit niks anders op.
Denk aan die wondermooie woorden van Roland Holst:
Ik zal de halmen niet meer zien, noch binden ooit de volle schoven.
Maar doe mij in de oogst geloven waarvoor ik dien.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s