Intiem samenspel

Zondag 23 juli 2017 – 16de zondag door het kerkelijk jaar A

De parabel van de zaaier heeft het uiteraard en op de eerste plaats over de groei van het Rijk Gods onder de mensen. Over hoe het tot stand komt, over het geduld dat men daarbij aan de dag moet leggen. Over de moeilijkheden die daarbij telkens weer opduiken. Maar het gaat dus wezenlijk over het Rijk Gods. Over het Rijk dat God onder de mensen tot stand brengt. En als zodanig wil het ook een krachtig tegengif zijn tegen elke politieke of sociaal-economische pretentie. Het Rijk Gods heeft totaal niets te maken met één of andere heilsstaat die ooit eens zal verwezenlijkt worden dankzij menselijke inspanningen. Die heerlijke toekomst die machthebbers de mensen nogal eens voorhouden, wordt in de regel trouwens nooit bereikt. Maar de voorspiegeling ervan is altijd nuttig om de huidige inspanningen en offers, soms zelfs om tirannie en concentratiekampen te “verantwoorden”. Het is daarom belangrijk van meet af aan te stellen dat het Rijk Gods geen politieke of sociaal-economische verwezenlijking is. Meestal zelfs geen permanente toestand. Het Rijk Gods licht op, dáár waar tussen mensen in een gemeenschap, in een parochie, in een gezin, God, zichtbaar mag worden. Dwz., waar mensen liefdevol met elkaar omgaan. Waar de zorg voor elkaar de hoogste prioriteit heeft.

Tandem
Het Rijk Gods is dus wezenlijk iets dat God onder ons tot stand brengt. Maar, zoals altijd, wil God ons daarbij nodig hebben. Zoals altijd gaat het ook hier weer om dat subtiele samenspel tussen de goddelijke genade en de menselijke bereidheid, de menselijke wil om erop in te gaan en er aan mee te werken. Misschien kunnen we vandaag eens de focus verleggen naar het individu. Eens kijken hoe het Rijk Gods gestalte krijgt in het binnenste van de individuele mens. Want je gaat natuurlijk nooit werken aan de totstandkoming van het Rijk Gods in je omgeving als dat Rijk niet eerst gegroeid is in je eigen binnenste. Misschien kunnen we daarom nog het best de parabel over het mosterdzaadje in de akker nemen. Ervan uitgaand dan dat Jezus, zijn woord en zijn manier van leven het mosterdzaadje is en wij de akker waarin het gestrooid wordt. Het moge dan van meet af aan duidelijk zijn dat akkers die, om welke reden dan ook onvruchtbaar en ongeschikt zijn om vruchten voort te brengen, dat ook niet zullen doen, hoezeer de zaaier ook zijn best doet. Je mag er natuurlijk niet te vlug de brui aan geven maar soms moet je als zaaier ook durven zeggen, hier heeft zaaien geen zin meer. Tenminste, zo redeneren wij als wij, de zaaier zijn.

Teleurstelling
En God? Redeneert die ook zo? Kijkt God ook zo naar ons? Wij gaan er altijd vanuit dat God met ogen vol liefde naar ons kijkt. Maar het kan toch niet anders of Hij moet zo langzamerhand zijn geloof in ons beginnen te verliezen. Wat gaat er- als ik zo’n menselijke trekken voor God mag gebruiken- wat gaat er in Hem om als Hij naar ons kijkt en ons ziet bezig zijn? Een oneindige liefde afgewogen tegen een oneindige teleurstelling.
Het gebeurt nogal eens dat wij kwaad zijn op God. Soms omwille van serieuze slagen die het leven ons toebrengt. Meestal echter om kleine tegenvallertjes. Maar zelden, om niet te zeggen nooit staan wij erbij stil welk een gigantische teleurstelling wij zijn voor God. Voortdurend. Van ’s morgens tot ’s avonds. En nu heb ik het niet over mensen die niet in Hem geloven maar over ons, mensen die zich gelovig noemen. Hoe wij voortdurend, van ’s morgens tot ’s avonds, leven of Hij er niet is. Hem tussen haakjes en op de kast zetten. Hem negeren, Hem laten weg sudderen in zijn hemel. Want wij zeggen wel dat wij het moeten doen, dat God ons wil nodig hebben, dat wij zijn liefde onder mensen gestalte moeten geven. En dat is allemaal heel mooi en fraai maar het blijft lege praat zolang wij niet werken aan onszelf. Zolang wij niet onszelf omvormen tot een vruchtbare akker waarin zijn woord als zaad kan gedijen.

Relatie
Dat zal echter nooit gebeuren zolang ons geloof alleen maar een “mening” is. Vaak zijn wij katholiek of christen zoals we zelfstandige zijn of vegetariër of lid van de Heemkundige Kring. Wij staan achter de waarden en principes die leven in die bepaalde groep en dat kleurt een facet van ons leven, maar dat is het dan ook. We geloven in God zoals wij geloven in de opwarming van de aarde of het bestaan van leven op andere planeten. Ons geloof is oprecht en we komen er ook voor uit maar terzelfdertijd is het ook maar een opvatting, een mening, die ons eigen persoonlijk leven niet echt fundamenteel bepaalt. Het simpele feit ligt daar dat, wil dat geloof echt een diepgaande invloed hebben op ons leven dan moeten wij God ook echt in ons bestaan binnen laten. Concreet wil dat zeggen dat wij moeten proberen ons zo vaak mogelijk bewust te zijn van zijn aanwezigheid. Wat wil God nu van mij? Kan ik Hem zien in wat er gebeurt? Het zijn vragen waar ik alleen maar een antwoord op weet als ik vertrouwd ben met het Evangelie. En als ik ook regelmatig met Hem spreek. M.a.w., als ik een echte relatie met Hem probeer op te bouwen. Het klinkt hoog gegrepen, maar het gaat eigenlijk om iets vrij eenvoudigs. Het gaat er om op een vertrouwvolle en vertrouwelijke manier om te gaan met God zoals een kind omgaat en praat met z’n papa. Je kan dat moeilijk ingewikkeld noemen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s