Vrees niet, Ik ben het

Zondag 13 augustus 2017 – 19de zondag door het kerkelijk jaar A

De eerste lezing brengt ons vandaag het verhaal van de godsontmoeting die de profeet Elia heeft op de berg Sinaï, de Horeb, de berg waarop Mozes de 10 geboden ontving. Het is een merkwaardig verhaal, zeker voor het Oude Testament. Een Oud Testament, dat bijwijlen helemaal zwanger lijkt van overweldigende tekenen en gewelddadige scènes, van indrukwekkende natuurlijke en tegennatuurlijke fenomenen en ijzingwekkende oorlogstaferelen. Midden al dat kolkende gewoel blijkt de godsontmoeting zelf van een totaal andere orde te zijn. Al die indrukwekkende verschijnselen, al die uitingen van natuurlijk geweld en menselijke macht, zijn duidelijk begeleidende verschijnselen. Dáárin is God niet. Hier wordt duidelijk dat ze alleen maar opgevoerd worden om dát uitdrukkelijk te zeggen: daarin is God zeker niet.

Buitengewone
God is inderdaad van een heel andere orde, hij transcendeert volledig onze werkelijkheid, alles wat wij kunnen kennen of onderzoeken. Hij is de Gans-Andere. Hij is diep in ons en tegelijk overstijgt Hij ons volledig. Al van in de oertijd zoeken mensen Hem in buitengewone verschijnselen, in donder en bliksem. Ze zoeken Hem in opvallende natuurfenomenen of in verschijnselen die juist helemaal tegen de natuur ingaan en die als wonderbaarlijk en miraculeus worden ervaren. Bij Mariaverschijningen vind je dat ook altijd terug. Een donderslag bij heldere hemel, een bron die uit het niets begint op te wellen, de zon die naar beneden lijkt te tuimelen, een nooit geziene stortbui die onmiddellijk opdroogt, het zijn voor mij even zovele knipoogjes van de hemel. God weet dat wij rare snuiters zijn die houden van sensatie. Hij kent ons, Hij heeft ons tenslotte zelf gemaakt.

Poëtisch
Maar het is een soort hemelse mise-en-scène, al die verschijnselen zijn aandachttrekkers en hebben op zich geen enkele betekenis. Elia laat ze allemaal kalm aan zich voorbijgaan: donder en bliksem, storm, lawaai en gedruis: het beroert hem allemaal niet. Hij weet dat je in die dingen God niet moet gaan zoeken. Maar dan hoort hij het zachte suizen van een bries. En dan bedekt hij zijn gelaat, want hij weet dat God op dat moment
voorbijgaat. Het is een wondermooie en poëtische omschrijving van een godsontmoeting. Als God voorbijgaat word je helemaal vervuld van zijn aanwezigheid. Een omvormende aanwezigheid die je raakt tot in het diepste van je ziel. En toch lijkt het op het suizen van een zachte bries. Het is het meest overhoophalende, meest sensationele wat ons ooit kan overkomen, en tegelijkertijd in niets en op geen enkele wijze vergelijkbaar met iets wat wij doorgaans onder sensatie verstaan.

Gêne
En terwijl ik dit neerschrijf overvalt mij plots de drang om u op het hart te drukken dat ik in geen geval de indruk wil wekken dat ik regelmatig grote godsopenbaringen heb. En dat is verkeerd. Dit soort gegeneerd zijn van mij wijst erop dat die ouwe bombastische voorstellingen van godsopenbaringen taaie knapen zijn. We moeten daar komaf mee maken.
Mensen hoeven zich helemaal niet te generen om te zeggen dat ze soms Gods aanwezigheid in hun leven voelen. Via een gebeurtenis, een plots inzicht, een onverwachte troost. Moest God zich niet af en toe laten voelen in ons leven, dan zou hij ook gewoon weinig belang voor ons hebben. Wij moeten alleen maar ophouden met zijn aanwezigheid te verbinden met bombastisch vertoon want precies dáárdoor, door onze verkeerde verwachtingen, mislopen wij vaak de momenten dat Hij echt voor onze deur staat. Wij zien en voelen en horen Hem niet, gewoon omdat wij Hem heel anders verwachten.

Onmacht
Vaak denk ik zelfs dat verslaggevers van godsopenbaringen en godsontmoetingen, waaronder de evangelisten, zich nogal eens verliezen in het beschrijven van een wonderlijk decor omdat de ontmoeting zelf zo moeilijk te beschrijven valt. Iets gelijkaardigs vind je in de beschrijving van het leven van een heilige. Omdat de schrijver zelf geen heilige is, kan hij ook niet onder woorden brengen wat er omgaat in het hoofd en het hart van de heilige. En dus verliest hij zich maar in het uitgebreid verslag brengen over allerlei wonderlijke of op zijn minst opmerkelijke gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden in het leven van een heilige. Dát kan je tenminste plastisch beschrijven en bovendien weet je dat dát vooral ook je lezers interesseert. Maar dat is zeker niet de kern, dáár gaat het niet om.

Nabijheid
Wanneer Jezus over het water wandelt of met één enkel dwingend gebaar de storm op het meer tot bedaren brengt, dan tart hij daarmee zowat alle wetten van de fysica, een heel knap stukje dus van magie en tovenarij.
Maar in werkelijkheid is het allemaal puur decorum. Wat de verhalen ons écht willen zeggen is dat Jezus ons altijd nabij is, ons nooit in de steek laat.
Ook als onze wereld lijkt in te storten, ook als wij van het ene ongeluk in het andere rollen, ook als het liefste in ons leven ons wordt afgenomen, ook als wij gekweld worden door ontroostbare bitterheid, dat dan, dat dan vooral, Hij ons nabij is, ons heel nabij is, ons draagt en van ons houdt.
En dat niet, dat nooit onze ellende het laatste woord heeft, maar Hij alleen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s