Groeien

Zondag 1 oktober 2017 – 26ste zondag door het kerkelijk jaar A

De parabel van vandaag doet onmiddellijk denken aan die van de Verloren Zoon. In beide gevallen gaat het over een vader en zijn twee zonen, waarbij de zonen van elkaar verschillen als de dag en de nacht. De ene zoon werkt zich uit de naad voor zijn vader, is volgzaam en beleefd, spreekt met twee woorden en geeft altijd zorgvuldig het juiste handje. De ander is een flapuit, een fuifnummer en een nietsnut. In beide parabels is het echter juist die laatste broer die al bij al best meevalt en geprezen wordt omdat hij uiteindelijk tot inzicht komt en zich bekeert.

Onmacht
En hier eindigt de overeenkomst. Want waar in de parabel van de Verloren Zoon alle aandacht gaat naar de mateloze barmhartigheid en vergevingsgezindheid van de Vader, wordt in de parabel van vandaag de focus helemaal gericht op ons gebrekkige beoordelingsvermogen. Op het feit dat wij ons danig in mensen kunnen vergissen en dat wij dus niet te vlug met oordelen moeten klaarstaan. Alleen God doorziet een mens in hart en nieren. Wij weten nooit alles, kunnen nooit helemaal correct aanvoelen wat er leeft in het hart en in de geest van een mens. En dus is ons oordeel vaak verkeerd. Vooral ook omdat onze maatstaven om iemand te beoordelen helemaal gekleurd zijn door onze eigen voorkeuren, door wat wij goed en belangrijk vinden. En om duidelijk te maken hoe onmachtig wij zijn om anderen juist te beoordelen gebruikt Jezus weer een van die wonderlijke boutades, een van die heerlijke overdrijvingen van Hem als Hij zegt: ‘Hoeren en tollenaars zullen nog eerder het Rijk Gods binnengaan dan velen die wij achten als correcte en voortreffelijke burgers.’

Universeel
Dat is in ieder geval de kernboodschap van deze parabel: oordeel niet te vlug, en vooral, veroordeel niet te vlug want je kan er compleet naast zitten. En terwijl je die parabel herleest valt nog maar eens op hoe tijdloos het Evangelie is. Terwijl andere godsdiensten zich vaak verliezen in het opstellen van regels over hoe je moet eten en wat je mag eten, hoe je je moet kleden, wanneer en hoe vaak je moet bidden, hoe je je moet wassen zelfs … Bij Jezus vind je daar niets van terug. Bij Hem, geen regelgeving. In plaats daarvan wijst Hij naar onze bestemming, naar het doel van ons leven: het steeds dichter naderen tot God-die-Liefde-is. En Hij legt daarbij onze ziel bloot en toont ons wat ons daarbij helpt en wat ons tegenhoudt. Wat Hij ons zegt is volmaakt tijdloos en universeel. Je kan Hem nooit onder een of ander politiek of cultureel hoedje vangen. Wat Jezus van ons vraagt is dat wij altijd zouden kiezen voor het goede, voor de liefde, voor het zorgzaam en tactvol omgaan met andere mensen. Of dat we tenminste ons best zouden doen om te groeien in die richting.

Groeikansen
Want ook dat vind je voortdurend bij Jezus terug. Wij krijgen tijd om te groeien. Je vindt bij Hem het milde geduld van Iemand die weet dat ik niet volmaakt uit de moederschoot ben voortgekomen. En die mij de tijd gunt om te werken aan mezelf, om te veranderen, om steeds meer te gelijken op de droom die God over mij heeft. Ook in dat milde geduld, in de kansen die Hij ons geeft om te veranderen, toont God zich de gans Andere. Wij zijn zo niet. Als wij regelmatig fouten maken in het beoordelen van anderen of er vaak zelfs helemaal naast zitten, dan heeft dat te maken met onze neiging om iemand te beoordelen op basis van dingen die wij van vroeger al van hem of haar menen te weten. Je krijgt dan zo’n houding van: “Ach, ach, hij gaat ook nog eens iets zeggen. Ik kan al op voorhand denken wat hij gaat zeggen, ik ken hem: altijd hetzelfde gezever.” En soms denk je dat terecht.

Veranderen kán
Maar je merkt dan wel niet dat je zelf door vooroordelen gestuurd wordt. Je merkt wel het geblokkeerd zijn bij de ander maar niet je eigen verstarring. En die belet je dan te zien dat die ander misschien wel anders geworden is, anders denkt en anders handelt dan vroeger. Maar jij merkt het niet. Je “kent” hem immers. Mij maakt hij niets wijs. Welk een verrukking nochtans, te mogen zien dat mensen soms echt veranderen. Want mensen kunnen veranderen, mensen kunnen “een heel ander mens worden”. Soms abrupt, na een tragisch gebeuren, soms door langzame groei. Maar welk een plezier doet je dat toch als je dat kan vaststellen in je naaste omgeving.

Bres in de wal
Er is echter iets dat je nog gelukkiger kan maken in dit verband. Soms merk je dat mensen niet veranderen, maar dat jouw kijk op hen grondig verandert. Soms zie je hoe iemand die je in het verleden nauwelijks opmerkte heel bekwaam is op een welbepaald terrein. Of dat een man waarvan je dacht dat hij van toeten of blazen wist, eigenlijk best wel bekwaam en verstandig is. Of dat die collega veel aangenamer, of die vrouw veel sterker, of dat kind veel liever is dan je tot dan toe had gedacht.
Als het gaat om één persoon waar je een andere kijk hebt op gekregen, dan is dat best leuk en aangenaam. Maar als het gaat om meerdere mensen die je op korte tijd anders gaat bezien, dan is dat helemaal mooi. Want dat betekent dat niet zij, maar dat jij bent veranderd en gegroeid. En dat er weer een muurtje rond je heilige ik omvergevallen is.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s