Grootheid van de mens

Zondag 26 november 2017 – 34ste zondag door het jaar (jaar A) – Feest van Christus Koning

Vorige week hebben wij het uitgebreid gehad over onze talenten. En meer bepaald over het kostbaarste talent dat we bezitten: het talent, het vermogen om in contact te komen met God. Op een manier zoals een persoon contact opneemt met een andere persoon: door te spreken, te luisteren, door er een relatie mee op te bouwen. Dat maakt meteen ook de grootheid uit van de mens. Hij is inderdaad het enige wezen op aarde (en misschien wel in de hele kosmos) dat op die manier in contact kan treden met God. Al moet hier onmiddellijk aan toegevoegd worden dat dit alleen maar mogelijk is omdat God zich in een persoon, in een mens, aan ons heeft laten kennen. Zonder Jezus kunnen wij ons geen enkele voorstelling maken van God. Dat kunnen we nu nog niet trouwens. Wij kunnen God onmogelijk met ons verstand (of ons gevoel) vatten of doorgronden. Wij weten niet hoe Hij er uitziet of hoe Hij zich verhoudt tot andere levensvormen en planeten.
Maar dankzij Jezus begrijpen wij wel waarom Hij ons gewild heeft, hoe Hij ons droomt en hoe Hij van ons houdt als van de appel van zijn oog. En dat is ons genoeg. Daarmee is ook gezegd waarom het zo belangrijk is dat wij Jezus zien als een icoon van God: een mens waarin God zichtbaar werd voor ons. Was Jezus alleen maar een profeet of een groot moreel leraar, dan was Hij voor ons van weinig nut.

Doorgeefluik?
Een direct gevolg nu van het feit dat wij ons als mens voor God kunnen openstellen, is dat God doorheen ons kan werken. Als wij dat willen. En dat Hij, zoals wij vorige week zagen, alles gaat doen om ons ertoe te verleiden te groeien naar Hem toe. Om te groeien in liefde. Om steeds meer liefdevol in het leven te staan. Dat is het doel van ons leven: groeien in liefde. Eens dat je daar oog voor hebt, ga je merken dat God werkelijk alles kan gebruiken en alle wegen kan ombuigen om in jou en door jou zijn doel te bereiken. Zelfs ziekte en dood kan Hij gebruiken om meer liefde in de wereld te brengen. Iets wat Theresia van Lisieux aan het eind van haar leven deed uitroepen: “Tout est grâce!” Alles is Genade! Maar mét die bijna euforische vaststelling rijst er natuurlijk ook meteen een gigantisch probleem. Want als wij, wanneer wij goed zijn of iets goeds tot stand brengen, alleen maar een soort voertuig of een doorgeefluik zijn van de goddelijke liefde, waar zit dan de grootheid van de mens?

Persoonlijkheid
Ik herinner mij een interessant gesprek hierover tussen de ongelovige schrijver Umberto Eco en kardinaal Martini van Milaan. Ik ben de tekst verloren, hou er dus rekening mee dat ik niet exact kan citeren. Maar het antwoord van Martini luidde ongeveer als volgt.
Elke liefde komt inderdaad van God. Maar de grootheid van de mens zit hierin dat hij er zich vrijwillig voor kan openstellen of ze afwijzen. God respecteert de menselijke vrijheid om Hem toe te laten of af te wijzen. De grootheid van de mens ligt niet zozeer in zijn liefdevolle werken maar in het feit dat hij bekwaam is, het vermogen bezit om met God mee te werken. Om a.h.w. een partner te zijn van God. En om daar zelf voor te kiezen! Dat vermogen heeft hij natuurlijk van God gekregen, maar hij bezit het wel. En God respecteert het. En dat maakt de grootheid uit van de mens. Bovendien, zou C. S. Lewis er aan toevoegen, is de mens natuurlijk veel meer dan alleen maar een doorgeefluik van de goddelijke liefde. Zijn door God geïnspireerde daden worden helemaal ingekleurd door zijn eigen superindividuele persoonlijkheid. Het lijkt er zelfs op dat hoe dichter je bij God komt, hoe meer je persoonlijkheid uit de verf komt in plaats van afgevlakt te worden. Je moet dat maar eens nagaan: er zijn geen mensen die sterker van elkaar verschillen dan heiligen.

Eindeloos groeien
En een tweede zaak die we vorige week behandelden en die misschien niet genoeg uit de verf kwam, is die idee van het groeien in liefde. Als God liefde is, dan kan het doel van ons leven alleen maar zijn dat wij groeien in liefde. Dat wij aan het eind van ons leven met voldoening kunnen zeggen dat wij van een klein bangelijk en egoïstisch wezentje zijn uitgegroeid tot iemand die zijn geluk vindt in het liefdevol omgaan met mensen. Een idee daarbij die mij persoonlijk bijzonder dierbaar is, is de gedachte dat je kan groeien tot op de dag van je dood. Ik vind dat een bijzonder kostbare gedachte voor als je ouder wordt. Deze week nog hoorde ik een ouder wordende actrice op de radio zeggen: wie zegt dat de ouderdom een mooie leeftijd is, met eigen charmes, is een leugenaar. Je begrijpt direct van waaruit iemand zoiets zegt: na je veertigste is je leven voorbij. Leven is immers jong zijn, mooi en lenig. Je amuseren in het uitgaansleven. Succes hebben op het voetbalveld en bij de meisjes. En als dat allemaal niet meer kan of minder, is het leven voorbij. Dan is het alleen nog lijdzaam toekijken, dromen van vroeger, wachten op de dood. Welnu, dat is pure onzin. Wij mogen ons dat niet laten wijsmaken. Dat is de oneindig lusteloos en depressief makende visie die de vermaak-industrie de mensen heeft ingepompt. Maar het is pure onzin.

Kansen
Natuurlijk brengt ouder worden allerlei kwaaltjes en ongemakken mee. Maar waarom zouden wij niet méér kijken naar de kansen die het ouder worden je geeft. En dan bedoel ik helemaal niet dat je als je ouder wordt rustig kan genieten van de natuur of van een goed boek of van een stuk gâteau in Scherpenheuvel. Dat ook natuurlijk. Maar er is nog iets veel belangrijkers: je krijgt de kans om dingen recht te zetten. Als ik nu overdenk – en ik kan natuurlijk alleen maar spreken voor mezelf – hoe ik vroeger leefde, dan ben ik oneindig dankbaar dat ik oud mag worden. Omdat ik nu durf te zien hoeveel arrogantie er stak achter mijn jeugdig enthousiasme; hoeveel leegheid zich kan verbergen achter het vlinderen van de ene topervaring naar de andere, en hoeveel hardheid en liefdeloosheid er kan schuilen onder een sensuele natuur. Ouder worden geeft je de kans dat in te zien en te proberen het goed te maken. En dáár gelukkig om te zijn. Ook voor die ontdekking ben ik Jezus bijzonder dankbaar.

 

Genieten van het leven

Zondag 19 november 2017 – 33ste zondag door het kerkelijk jaar A

Een bijzonder opmerkelijke anekdote in de parabel van vandaag: een dienaar die het geld van zijn baas moest beheren krijgt een forse uitbrander omdat hij de hem toevertrouwde som niet heeft uitgezet bij de bankiers. Het lijkt wel of Jezus hier beleggingsadvies geeft. Waarschijnlijker is echter dat je dit met een flinke korrel zout moet nemen. En dat we hier te maken hebben met dezelfde ironische ondertoon als in die uitspraak van hem dat “je aan de keizer moet geven wat de keizer toekomt”. Zeker is in ieder geval dat het christendom het fenomeen interest altijd met de grootste argwaan heeft bekeken. Tot diep in de middeleeuwen was interest vragen voor geld dat iemand van je leende een zware zonde. En dat was niet eens zo gek bekeken. Want de redenering was: wie geld nodig heeft, zit in nood. En interest vragen voor dat geld betekent: zelf beter worden van de miserie van anderen. Rente vragen was voor christenen dus verboden. Een opvallend historisch gevolg hiervan was de opkomst van de Joodse bankiers. Want de koningen en de Kerk hadden voor hun projecten en hun werking heel veel geld, en dus ook geldschieters nodig. En de Joden vielen uiteraard niet onder het christelijk verbod, vandaar de kunst van de Fuggers en de Rothschilds van deze wereld. Dat christelijk verbod werd trouwens met de tijd steeds soepeler geïnterpreteerd, zeker toen in de bloeitijd van de middeleeuwen de handel steeds belangrijker werd.
En het verbod werd zelfs helemaal weggespoeld bij de komst van het protestantisme, meer bepaald van het Calvinisme, dat aan de basis ligt van het kapitalisme.

Talent
Na deze wat droge inleiding met allerlei historische akkefietjes kunnen we dan nu het serieuzere werk aanvatten. En wel met de vraag: “Als het er Jezus in deze parabel niet om te doen was om ons een paar gouden tips voor een succesvolle belegging aan de hand te doen, waar had Hij het dan wel over?”
Om te beginnen is het belangrijk te weten dat een talent niet zomaar een muntstuk of een beetje geld was. Als men het in het Israël van Jezus’ tijd had over een talent, dan ging het over ± 50 kg goud. Een heel vermogen dus, een geweldig fortuin. Het is duidelijk dat voor Jezus goud en zilver weinig betekenis hebben. En dat het goede dat je met geld kan doen nauwelijks opweegt tegen het kwaad dat de jacht erop aanricht. Talenten staan hier gewoon symbool voor: geweldig kostbaar. Voor Jezus, en voor alle christenen, is het grootste talent van de mens het vermogen om in contact te treden met God.

Uniek
Wij zijn de enige wezens die weet hebben van zijn bestaan. En die het kostbare vermogen bezitten om Hem bewust in ons leven binnen te laten, met Hem te praten, een relatie met Hem aan te gaan. Wij zijn de enige wezens die beschikken over de mogelijkheid om naar God toe te groeien, om steeds meer te worden wie Hij is: pure liefde. Dat is het kostbare talent, het unieke vermogen dat steeds verder moet ontwikkeld worden, het vermogen om naar God toe te groeien. Om steeds meer op Hem te gelijken.
Om uiteindelijk helemaal in zijn leven te worden opgenomen. Omdat wij steeds meer geworden zijn wie Hij is: leven gevende liefde. Dat vermogen om in relatie te treden met God is het meest kostbare talent dat wij bezitten.
En het mooie is: wij worden juist gelukkig in het ontwikkelen van dat talent.
Ik vind het altijd heel raar als ik lees dat ouders hun opgroeiende kinderen het advies meegeven: je moet je amuseren. Je moet genieten van het leven, het is al zo kort. Het advies is natuurlijk breed bedoeld. Eigenlijk wil zo’n ouder zeggen: wij zijn open en modern. Wij gunnen je best een pleziertje. Maar de kans is groot dat ze daarmee ook het signaal afgeven dat het leven op zich saai, leeg en zinloos is. En dat het dus nodig moet opgevuld worden met zoveel mogelijk plezante dingen. Maar is zo’n leven van genieten en amuseren de juiste weg naar levensvervulling en geluk? Ik denk dat, heel oprecht, niet. Ik denk dat de weg van alleen maar zich amuseren en genieten feilloos voert naar onvoldaanheid, naar depressies en naar zelfmoord.

Kleine rechtzetting
Er bestaat blijkbaar een wijdverbreid misverstand. Nogal wat mensen die niet geloven, denken dat gelovigen mensen zijn die zich niet durven amuseren en niet mogen genieten. Dat ze maar vlug iets anders denken.
Wij amuseren ons en genieten van al de goeie dingen van het leven even hard als andere mensen. Maar misschien zijn wij juist de slimme genieters, de echte epicuristen. Omdat wij geloven en beseffen dat het voelen dat je groeit, dat je een beter mens wordt, je een nog veel dieper geluk schenkt dan eten, drinken, reizen en seks. Wij beseffen dat God niet alleen Liefde is maar ook Geluk. Dat liefde gelukkig maakt. En dat houden van je vrouw en van je kinderen, genieten van de nabijheid van je vrienden, genieten van zelf iets te kunnen betekenen voor wie je nodig heeft, een veel dieper geluk schenkt dan het bevredigen van behoeften. Wij beseffen dat je pas echt van het leven geniet als je ophoudt met daar krampachtig naar te zoeken. Natuurlijk zijn er evengoed mensen die niet geloven en ook tot dat inzicht komen en ernaar leven. Maar voor gelovigen die sterk verbonden leven met Jezus is dit geen moeizaam verworven inzicht maar gewoon de zee waarin ze zwemmen, de biotoop waarin ze leven.

De Grote Leugen

Zondag 12 november 2017 – 32ste zondag door het kerkelijk jaar A

Honderd jaar geleden werd communistenleider Lenin door de geheime diensten van het Duitse keizerrijk Rusland binnengesmokkeld. Ze rekenden op hem en op de enorme hoeveelheden goud die ze hem toestopten om de tsaar ten val te brengen, de Russische verdediging te ontredderen en het land te dwingen tot een vernederende ‘vrede’. Daarna zouden enorme hoeveelheden Duitse troepen vrijkomen om ingezet te worden aan het westelijk front. Dat was het plan dat “Seine Keizerliche Hoheit” in Berlijn voor ogen had en precies zó is het ook gebeurd. Vol minachting voorbijgaand aan de christelijke idealisten, nationalisten, socialisten en liberalen die op dat ogenblik de revolutie aan het voltrekken waren, koos de Duitse elite bewust voor het serieuze werk en hielp in Rusland de bolsjewieken aan de macht. De complete uitroeiing van de Russische adel en kaders en de massale slachtingen onder het volk die daarna volgden waren nochtans volkomen voorspelbaar.

Holle woorden
Om maar te zeggen hoe cynisch het eraan toegaat in de wereld van de macht. En het verbijsterende is: wij weten dat, wij weten dat al jaren, wij weten dat al eeuwen. En toch laten wij ons altijd weer opnieuw opjutten door holle retoriek, door compleet debiele leuzen en slagzinnen, door groteske waarheidsverdraaiingen en leugens. Kan daar nu echt niets tegen gedaan worden? Serieus historisch onderzoek komt altijd tot de conclusie dat elke oorlog voortkomt uit twee van de meest lage menselijke driften: machtswellust en roofzucht. Dat is de enige echte reden van elke oorlog, van de oertijd tot nu: machtswellust en roofzucht. Het spreekt natuurlijk wel vanzelf dat de meestal bejaarde oorlogsbazen hun echte passie nooit als reden zullen opgeven wanneer zij de jeugd van hun volk de dood injagen.

Bedrog
Zij zullen integendeel beroep doen op juist de edelste gevoelens die leven in die jeugd en in het volk. Zij zullen beroep doen op hun volksverbondenheid, hun vaderlandsliefde, hun godsdienstige gevoelens en hun gevoel voor rechtvaardigheid. Maar de enige echte reden van de agressie is altijd machtswellust en roofzucht. Gecamoufleerd met woorden en begrippen als rechtvaardigheid, vrijheid en God. En de laatste jaren ook met woorden als Verlichting, mensenrechten en democratie. Misschien was Hitler op dat punt dan nog het minst oneerlijk, want hij sprak openlijk over zijn nood aan “Lebensraum” en over het feit dat de Russen maar beter konden verdwijnen omdat de Duitsers hun olie nodig hadden voor hun leger en hun grond voor de Duitse boeren. Maar als dat zo is, als aanvalsoorlogen altijd in gang gezet worden door leiders die mensen over de streep trekken met mooie woorden en hoge idealen maar in feite alleen maar handelen uit machtswellust en roofzucht, kunnen wij ons daar dan niet beter tegen beschermen? Kunnen die misleiders niet op tijd ontmaskerd worden, eer het te ver is?

Onderwijs
Ik denk dat alleen onderwijs daar iets kan aan doen. En dat invloedrijke organisaties als de Verenigde Naties al hun invloed moeten gebruiken om wereldwijd te werken aan een onderwijs dat dit soort gemene manipulaties op tijd ontmaskert. Om mensen zodanig te vormen dat ze het bedrog doorzien, de machinatie doorprikken en ook anderen behoeden voor verdwazing. Moeten wij dan onvoorwaardelijke pacifisten zijn, ons als makke schapen gedragen t.a.v. elke agressie? Natuurlijk niet. Niemand van ons gaat bezwaar hebben tegen het feit dat wij krachtig optreden tegen terreurgroepen en mensonterende ideologieën. Een leger blijft dus nodig, en niet alleen voor humanitaire opdrachten. Er zullen immers ook altijd criminelen zijn die proberen voor eigen passie of gewin andere mensen de dood in te jagen. Als ze een beetje talent hebben en de tijd en de omstandigheden zitten mee, dan is het zover. Als je nú de redevoeringen van Hitler leest dan vraag je je af: hoe is ’t in godsnaam mogelijk geweest dat een oud cultuurvolk als het Duitse dáár ingelopen is. En daarom moeten mensen via het onderwijs meer bekwaam gemaakt worden om de trucen en handigheden van dat soort misdadigers te doorzien.

Vijanddenken
En eigenlijk is dat niet eens zo moeilijk. Vanaf het ogenblik dat je te maken hebt met een leider die probeert het ene volk tegen het andere op te zetten of de ene groep binnen een samenleving tegen een andere, moet je heel alert zijn. Alert voor elk soort vijanddenken. Ik wil dat wel onmiddellijk nuanceren. Ik steek zelf graag de draak met de stugheid van West-Vlamingen en de – laat ons maar zeggen – flair van de Antwerpenaren. En over het feit dat mijn Waalse neefjes zo grondig ‘verwaalst’ zijn dat ze het bijna alleen nog maar hebben over “congés payés”. Maar dat bedoel ik dus niet. Ik bedoel het echt tegen mekaar opzetten van groepen mensen. Het stigmatiseren of verdacht maken van hele groepen. Wat mij als christen in deze tijd bijvoorbeeld erg stoort is de vaak gehoorde bewering dat “godsdienst oorzaak is van oorlog”. Slaat gewoon helemaal nergens op. Dit is een even imbeciele uitspraak als Hitlers bewering dat “Joden de bacteriën zijn die een samenleving perverteren”. Even imbeciel en even crimineel. Het zou een universeel uitgangspunt moeten worden, een spontane reflex van heel alert te worden van het ogenblik dat – wie dan ook – probeert vijandschap te stichten tussen volkeren of tussen groepen van mensen in dezelfde samenleving. Alleen dan krijgen oorlogsmisdadigers het moeilijk.

Hemel en hel

Woensdag 1 november 2017 – Allerheiligen – kerkelijk jaar A

Vanaf de zestiger jaren verloor de christelijke visie op wat er met ons gebeurt na onze dood, heel snel haar dominante positie. Zo sterk zelfs dat in zeer korte tijd – bijna van de ene dag op de andere – woorden als hemel, hel en vagevuur, woorden die eeuwenlang heel gewoon waren geweest, ineens vreemd en erg gedateerd klonken. En dat de “realiteit” waar die woorden naar verwezen dringend een andere invulling moest krijgen. Als men ze al niet helemaal aan de kant wilde zetten. Een van de eerste stelsels die in die tijd meende de open gekomen ruimte te kunnen opvullen was de leer van de reïncarnatie. Als je doodgaat is dat niet echt erg want je komt toch altijd weer terug in een ander lichaam. Ook een vorm van eeuwig leven dus. Dit was duidelijk bedoeld als troost voor de westerling die zijn hoop op de hemel verloren had.

Beetje raar
Maar juist dát was er vreemd aan, die troostgedachte. Want in het Oosten, waar deze leer al duizenden jaren ingeburgerd is, wordt reïncarnatie, het altijd maar moeten terugkomen, ervaren als een noodlot, zelfs als een vloek. Bovendien, als je het goed bekijkt, wat heb je eraan dat je terugkomt als je van een vorig leven geen weet hebt. Ik bedoel: stel dat ik in de middeleeuwen een koopman was. Wat moet ik daarmee als ik mij daar nu totaal niet bewust van ben. En wat heeft die koopman daar aan? Als zelfs ik van zijn bestaan niet afweet, dan is hij toch gewoon zo dood als een pier. Nu zijn er natuurlijk mensen, vooral Amerikanen, die beweren dat ze zich zo’n vorig leven wel herinneren. Maar er is iets dat daarbij stoort. Als het om een man gaat blijkt die altijd senator of consul in Rome geweest te zijn, nooit een doodarme Congolese visser. En de dames zijn altijd Cleopatra geweest of Maria-Theresia of een van hun hofdames, nooit kuisvrouw op het kasteel. Hoewel er in de geschiedenis nochtans veel meer kuisvrouwen zijn geweest dan Cleopatra’s. En ik vermoed dat arme vissers aan het Kivumeer doorgaans ook een deugdzamer leven leiden dan veel senatoren en consuls in Rome. En toch zijn het altijd weer die laatsten die terugkeren.

Beetje cynisch
Die reïncarnatie-hype heeft ondertussen wel haar beste tijd gehad. Maar bij niet weinigen werd ze vervangen door een opvatting die nog veel aantrekkelijker is. Door de gedachte namelijk dat wij na onze dood sowieso verder leven, ongeacht wat wij hier van ons leven gemaakt hebben. M.a.w. leef er maar op los, maak deze aarde desnoods tot een hel voor andere mensen. Maakt niet uit. Want later zitten beul en slachtoffer aan hetzelfde feest. God is goed! Dit is niet alleen een erg doorzichtige vorm van jezelf geruststellen. Het is bovenal een volslagen immorele gedachte. Het betekent immers het doortrekken van de onrechtvaardigheid in het aardse bestaan naar de eeuwigheid. Een God (of hoe je Hem in dat geval ook noemt) die dát toelaat zou niet goed zijn, maar heel onverschillig en cynisch. Voor mij en vele anderen hoeft dat voortbestaan dan niet. Trouwens dat hele voortbestaan hoeft sowieso al niet, als het niet een opgaan is in iets beters, maar enkel eindeloos voortbestaan, zonder God, zonder doel, alleen maar zinloos eindeloos voortbestaan …

Kiezen
Uiteindelijk blijven er maar twee serieuze mogelijkheden over. Ofwel zijn God en het hiernamaals menselijke verzinsels om het leven hier op aarde draaglijker te maken door er uitzicht op een hemel aan toe te voegen. Maar in werkelijkheid is het met de dood gewoon “amen en uit”. Ofwel geloof je in een liefdevolle God die zich als een Vader over ons ontfermen zal. Het is duidelijk dat je als christen gelooft in dat laatste. Maar het opgenomen worden in de liefde van God gebeurt niet automatisch. Je moet er uitdrukkelijk voor kiezen. God is liefde en het is de bedoeling dat wij steeds verder naar Hem toegroeien. Alles wat ons in het leven overkomt, positief en negatief, van de meest vluchtige ontmoeting tot de meest dramatische gebeurtenis, is een kans om te kiezen voor het goede en het liefdevolle. Het gaat er dus niet om af en toe ook eens iets goeds te doen, een cent te geven aan een Goed Werk. Het gaat erom al de kansen die we krijgen te benutten om de Geest van Christus zijn werk in ons te laten doen. Om – en nu komt er een heel zwaar woord – om steeds meer uit te groeien tot een Andere-Christus. Als we dat doen zullen we ook mét Hem verrijzen.

Ontnuchtering
Alleen dan. Want je kan ook verworpen worden. Het heeft immers geen enkele zin om opgenomen te worden in het leven van God-die-Liefde-is als je tijdens je leven systematisch hebt gekozen tégen de liefde en alleen maar bent gegroeid in egoïsme en verhard in de boosheid. Dat zou heel onlogisch zijn. Hoe meer je als mens groeit in de liefde, hoe meer je leven hier op aarde een deelnemen wordt aan het leven van Godzelf. Dat je dan als je sterft helemaal wordt opgenomen in God, is de logica zelf. Terwijl de andere mogelijkheid heel onwaarschijnlijk en zelfs ietwat absurd lijkt. In de “Divina Commedia” van Dante staat boven de poort van de hel: “Laat alle hoop varen, gij die hier binnentreedt”. Daarna volgt een plastische beschrijving van hoe een middeleeuwer dat verworpen-zijn zag. Met hallucinante beelden van de hel die ook Jezus soms gebruikte. Niet om een exacte beschrijving van de toestand te geven, maar om het definitieve karakter ervan te onderstrepen. Eens dat je hier staat is er geen hoop meer. Die kansen kreeg je op aarde. Je hebt ze systematisch verkeken. Je hebt systematisch verkeerd gekozen. En je zal het weten. Vlak voordat je definitief verdwijnt zal je weten dat het je eigen fout is. En dat is denk ik de hel. En daarna volgt wat de Bijbel heel geheimzinnig de “tweede dood” noemt. Ik denk: het volledig verdwijnen. Of je er nooit bent geweest.

Gods barmhartigheid
Wat dan met mensen die nooit over Jezus gehoord hebben? Of die bewust atheïst waren? Je moet hier natuurlijk oppassen dat je het belang van het leven, het lijden en de dood van Christus niet relativeert. Het is tenslotte dankzij Christus dat die mogelijkheid tot leven-bij-God er is. Bovendien zijn geloof en sacramenten een oneindig kostbare hulp om uit te groeien tot een liefdevol mens. Maar als God Liefde is, is dat uitgegroeid zijn tot een liefdevol wezen uiteindelijk het enige criterium. In die zin kan je veilig stellen dat er ook atheïsten in de hemel zijn en anderen die zich gelovig noemden niet. Maar het veiligste kompas, de zekerste weg naar God, is in ieder geval de weg die Jezus ons getoond heeft. Mét de verzekering dat Hij ons voortdurend zal bijstaan als wij Hem in ons leven binnenlaten. Bovendien geloven katholieke christenen dat je, als je het niet te bont hebt gemaakt, ook na de dood nog kansen krijgt om te groeien. Maar je moet dan tenminste geprobeerd hebben om altijd en overal voor het goede te kiezen.

Schone schijn

Zondag 5 november 2017 – 31ste zondag door het kerkelijk jaar A

Hoge bomen vangen veel wind zegt het spreekwoord. En zelfs Jezus steekt af en toe de draak met de zelfingenomenheid en de ijdelheid van hooggeplaatste personen. Wij houden daar wel van. Wij genieten ervan als belangrijke personen in hun hemd worden gezet. Kijk maar naar de kranten en de ‘boekskes’, naar de Tv-programma’s en de sociale media. Telkens wanneer zo’n prominent figuur serieus van zijn pluimen verliest of zelfs helemaal van zijn sokkel valt, kan de pret niet op. “Eigen schuld, dikke bult”, denken we dan. “Met al hun pretentie”! En met een warm gevoel vanbinnen stellen we dan vast dat “gerechtigheid is geschied”. Maar in werkelijkheid is het natuurlijk allemaal niet zo fraai als wij zelf zouden willen geloven. Er is dan immers ook bij ons iets dat niet helemaal snor zit.

Jetset
Want de manier van leven van rijke en beroemde mensen boeit ons wel. Het interesseert ons wel degelijk om te weten hoeveel miljoenen hun villa’s kosten en hoeveel ze er zo hebben. Wie hun nieuwe vrouwen of mannen zijn. Hoeveel hun echtscheidingen hen kosten. En hoe ze in hun privé-jets van het ene feest naar het andere vliegen. Het boeit ons blijkbaar mateloos.
Daarom lezen wij de ‘boekskes’. (Enfin u toch, want ik koop die alleen maar voor de kruiswoordraadsels). Diep in ons droomt, tenminste een deel van ons, ook wel van zo’n leventje. Diep in ons willen wij misschien allemaal wel geëerd en geprezen worden. En ons lachen met hooggeplaatsten die van hun pied-de-stal vallen is leedvermaak. En leedvermaak is het broertje van afgunst. Het zou dus wel eens kunnen zijn dat de gevoelens die dan bij ons opkomen meer te maken hebben met jaloezie dan met verlangen naar meer sociale rechtvaardigheid.

Nuanceren
Dat verlangen, die droom om ook zelf geëerd en geprezen te worden, om bekend en invloedrijk te zijn is, zolang het binnen de perken blijft, nochtans helemaal niet zo verkeerd als het lijkt. Integendeel. Iedere mens heeft nood aan erkenning en bevestiging. Iedere mens wil graag een schouderklopje, wil geapprecieerd worden en houdt van populair-zijn. Een mens heeft dat ook nodig om staande te blijven in het leven. En daarom proberen mensen zich ook altijd van hun beste kant te laten zien aan de buitenwereld. Ook dat is typisch menselijk en normaal. En heeft ook altijd al bestaan. In de tijd toen mijn oma jong was waren er nog niet al die cosmetische hulpmiddelen van nu. Maar als zij en haar vriendinnen naar de kermis gingen dan streken ze met een natte zakdoek over een baksteen en brachten dat vage rood dan aan op hun kaken. Waardoor ze er onmiddellijk heel wat appetijtelijker uitzagen. Je kon in die tijd nog geen heel nieuw gezicht gaan kopen in de schoonheidskliniek en er liep ook nog geen Jani Kazaltzis rond die van een wat slonzig iemand een barbiepop kon maken, maar die neiging om er aan te werken dat je mooier, intelligenter en moreel voortreffelijk overkomt dan je in werkelijkheid bent is van alle tijden.

Alert blijven
Ik denk niet dat Jezus veel moeite had met die bijna aandoenlijke, menselijke ijdelheid: zolang het alleen maar ijdelheid is. Want het echte probleem is dat als je je altijd beter voordoet dan je bent, je al heel vlug gaat denken dat je ook werkelijk beter en meer bent dan een ander. En dat maakt dan dat je je alleen nog goed voelt in het gezelschap van rijke en belangrijke mensen, van mensen naar wie men opkijkt. En waar je eer kan halen door met hen gezien te worden. En dat je, in eenzelfde beweging, steeds meer het contact mijdt met mensen aan wie geen enkele schoonheid of aantrekkelijkheid is en wier gezelschap je status eerder naar beneden zou halen. Langzaam maar zeker begin je jezelf verheven te voelen boven alle mensen waar je niet kan naar opkijken. En begin je neer te kijken op allen die niet passen bij de happy few waar je zelf wil bijhoren. Wanneer Jezus de machthebbers, de schriftgeleerden en farizeeën de levieten las, dat was niet omdat hij hoopte die mannen, die in die tijd ook letterlijk een hoge hoed op hadden, te bekeren. Want die zaten helemaal vastgeroest in hun zelfvoldane minachting voor de gewone mensen. Maar dan was dat om tegen ons te zeggen: pas op dat gij niet wordt zoals zij. Want “het” zit in ieder van ons.

Hyacinth Bucket
U weet dat ik een tweetal weken gedwongen vakantie heb gehad. En in die tijd heb ik verschillende afleveringen terug gezien van “Schone Schijn”. U weet wel dat Engelse feuilleton waarin een dame zich verbeeld tot de hogere kringen te behoren, graag uitpakt met haar rijkgetrouwde zus en vooral niet wil gezien worden met de wat afgezakte tak van haar familie. Het succes van het feuilleton zit in de herkenbaarheid. Hoe kolderiek en overdreven ook gebracht, wij kennen zo’n mensen. Precies omdat de actrice haar typetje zo extreem en dik “erover” neerzet is er geen haar op ons hoofd dat er aan denkt dat het over ons gaat. En toch is dat het echte punt van herkenning. Diep in elk van ons zit er een klein Hyacintje. En daar wil Jezus ons voor waarschuwen. Want minachtend neerkijken op andere mensen is niet iets om mee te lachen. Het ligt aan de basis van onnoemelijke tragedies. In het persoonlijk leven van mensen. Maar ook op wereldvlak.