Demonen

Zondag 28 januari 2018, 4de zondag door het kerkelijk jaar B

“De mensen waren buiten zichzelf van verbazing over zijn leer, want Hij onderrichtte hen niet zoals de Schriftgeleerden, maar als iemand met gezag”. En de reden van dat gezag en van de indruk die Jezus maakte was denk ik niet zozeer zijn talent als redenaar, dan wel het feit dat Hij sprak in zijn eigen naam. Anders dan profeten, priesters en Schriftgeleerden, die altijd spreken namens God, heeft Jezus het over: “Maar ik zeg u” als Hij Gods wil uitlegt. En geconfronteerd met de man die bezeten is, start Hij geen ritueel of adviseert Hij de mensen niet om te bidden. Maar Hij geeft de onreine geest het bevel de man te verlaten. Het is de houding van de Man die later de adembenemende uitspraken zal doen: “Wie mij ziet, ziet de Vader” en “Ik en de Vader, wij zijn één”. Het is een houding, het zijn uitspraken die Hem aan het kruis zullen brengen. Jezus wil dat we kiezen. Ofwel verklaren we hem voor gek, ofwel geloven we inderdaad dat in Hem, een mens, Godzelf spreekt en handelt. Een andere mogelijkheid laat Hij ons niet.

Bevrijd
Het is duidelijk dat Jezus een buitengewone indruk maakte op zijn tijdgenoten. Zowel in zijn spreken als in zijn handelen. Omdat Hij oneindig veel meer was dan de zoveelste verkondiger van een of andere heilsleer. Wie met Hem in contact kwam werd ook echt bevrijd van wat hem beangstigde en klein hield. Jezus verlost mensen van elke vorm van bezetenheid, maakt boeien los, breekt deuren open van kerkers waarin mensen dreigen weg te kwijnen. Soms door de schuld van anderen, vaker nog door wat ze zelf willen en zoeken. Wekken wij die ons christen noemen hetzelfde op bij andere mensen? Voelen mensen zich bevrijd als ze ons horen en bezig zien? Kunnen wij mensen wel bevrijden, voelen wij onszelf bevrijde mensen? Kunnen mensen aan ons zien dat het geloof in Jezus andere mensen van ons maakt? Maakt het geloof ons gelukkig? Stralen wij rust en vreugde uit, niet omdat wij toevallig een aangenaam karakter hebben, maar omdat ons geloof dat met ons doet? Je kan die vragen ook anders en veel concreter stellen. Kan je aan ons spreken en handelen zien dat wij anders zijn dan niet-gelovigen? Kijken wij bijvoorbeeld anders tegen geld en bezit aan? Zie je bij ons een zekere reserve ten aanzien van de algemene jacht op aanzien, macht en bezit? Merk je iets van ons geloof in ons omgaan met andere mensen? Met mensen die arm of ziek zijn, met mensen in de knoei? Hoe staan wij ten aanzien van de aanbidding van het eigen ik, de ongebreidelde jacht op genieten, de steeds hardvochtiger wordende houding t.a.v. mensen “die ons alleen maar veel geld kosten”?

Bedroevend
Het antwoord op deze vragen is bedroevend: wij zijn volledig geassimileerd in onze maatschappij-zonder-God. Op enkele uitzonderingen na, verschillen wij in ons spreken, denken en handelen in niets van onze niet-gelovige medemens. Ons geloof is een “mening” geworden, zoals we een mening hebben over Trump en over Ronaldo. Iets wat weinig of geen impact heeft op ons leven. En dat is meteen ook de grootste, misschien wel de enige echte reden waarom wij het niet meer kunnen doorgeven aan onze kinderen.
Ons geloof kleurt ons leven niet. Wij geven niet de indruk dat ons bestaan ervan doordrongen is en daardoor lijkt het ook weinig belangrijk voor diegenen aan wie wij het zouden moeten doorgeven.

Vergissing
Soms zeggen wij hun zelfs dat we “dat ook allemaal niet zo nauw meer nemen, wij zijn tenslotte ook van deze tijd”. Een beetje geloof is goed, maar je moet daarin niet overdrijven”. Door zo te spreken denken wij misschien een wit voetje te halen bij het jonge volkje maar eigenlijk zeggen we hun dat ons geloof de moeite niet waard is. Waarom komen wij niet méér uit voor ons geloof? Speciaal tegenover jongeren? Alleen als wij hun durven spreken over de meerwaarde die het geloof aan ons leven geeft worden zij er nieuwsgierig naar. Mensen die op een eenvoudige manier kunnen spreken over hoe het geloof hen vrijmaakt, die vinden meer gehoor dan ze zelf vermoeden. Gelovigen die vraagtekens durven zetten bij de alles overheersende mythe dat geld, succes en macht ons levensvervulling en geluk bezorgen, die krijgen gegarandeerd de wind van voren, ook van jongeren. Want ook die jongeren weten diep in hun binnenste dat het gejaag naar geld en genot eigenlijk nog minder dan een mythe is. Het is een vlucht en een leugen. Het is angst voor de dood, verborgen achter een brede Hollywood-smile.

Geloof be-leven
Misschien moeten wij niet zozeer preken of discussiëren over het geloof. Misschien moeten wij gewoon tonen in onze manier van leven dat het geloof ons vrijmaakt van die angst. En dat wij bijgevolg ook minder behoefte hebben om ons te gooien op al die dingen die dienen om onze kwetsbaarheid voor ons uit te duwen en te vergeten. Om onszelf wat wijs te maken … Maar dan moeten wij natuurlijk ook wel elke dag werken aan ons geloof. Het verdiepen en versterken zodat wij het ook helemaal uitstralen.
Zodat mensen ook echt aan ons kunnen zien dat levensvervulling niet ligt in het involgen van onze driften en instincten. Maar in het navolgen van Jezus, de enige die ons echt kan bevrijden van onze diepste, ook onbewuste, angsten. De enige die echt levensvervulling geven kan.

Straft God?

Zondag 21 januari 2018, 3de zondag door het kerkelijk jaar B

De profeet Jona, waar wij het vandaag over hebben, is een buitenbeentje in het doorgaans nogal plechtstatige profetengilde. Hij is heel menselijk: tragisch en grappig tegelijk. En precies hierin is hij ons erg nabij en heel herkenbaar. Jona heeft de inwoners van Nineve op last van God gewaarschuwd. Ze moeten afstappen van hun onderdrukkende, losbandige en gewelddadige manier van leven – misschien wel eigen aan elke metropool – want als ze dat niet doen zal God hen daarvoor straffen. Jona gaat helemaal op in zijn zending. Maar dan gebeurt er iets heel merkwaardigs: de Ninevieten komen tot inkeer en veranderen hun leven. En God besluit de inwoners niet te straffen voor hun vroegere misdaden.

Nijdig
Zeer tegen de zin van Jona, die zich duidelijk al verkneukeld had op wat er stond te gebeuren: vuur en zwavel uit de hemel. Terwijl hij ernaar staat te kijken, zo van: zie je nu wel, je had beter naar mij geluisterd. Maar er gebeurt dus niets. En Jona is nijdig. Hij loopt alleen nog te mokken. En dan is er dat grappig verhaaltje over de ricinusboom. Ik ga dat grandioze stukje hier niet vertellen. Maar het komt hier op neer dat God Jona een beetje zit te jennen omwille van diens nijdigheid. En hem op een humoristische manier laat inzien dat mensen God niet moeten willen beperken in zijn vrijheid. En al helemaal niet als het gaat over zijn vrijheid om barmhartig en vergevingsgezind te zijn. Het is duidelijk dat het boek Jona, dat nauwelijks drie bladzijden beslaat, niet zozeer voor de gelovigen geschreven is maar voor de predikanten, de Schriftcommentatoren, diegenen die optreden als leraren en profeten. En dan vooral voor hen die graag schermen met een straffende God, met hel en verdoemenis, de dreigpredikanten, de ‘redempterroristen’ zeg maar. Denk niet te vlug dat dit iets van vroeger is.

Ondergangsprofeten
Ook vandaag, zoals zo vaak in de geschiedenis, zijn wij weer aanbeland in een periode waarin het geloof van velen op een heel laag pitje staat en dus zijn er weer mensen die ervan overtuigd zijn dat God de wereld gaat straffen omwille van haar ongeloof. Ondergangsprofeten, die alsmaar ongeduldiger worden en bij wie het ongenoegen zichtbaar toeneemt omdat de straffen een beetje op zich laten wachten. Mensen die eigenlijk zouden willen dat de wereld vergaat – behalve zij dan natuurlijk – en die zwaar teleurgesteld zouden zijn als dat niet zou gebeuren. Ook niet direct een erg nobele houding natuurlijk. Technisch gezien zijn ze nochtans in hetzelfde bedje ziek als de mensen die van God een goedzakkige sinterklaas willen maken. Natuurlijk zijn deze laatsten ons veel sympathieker dan diegenen die willen dat God pek en zwavel, tsunami’s en orkanen op ons afstuurt. Maar allebei willen zij van God de uitvoerder van hun eigen verlangens maken, willen ze eigenlijk zelf God zijn. Allebei zetten ze de verhouding Schepper-Schepsel op z’n kop en hebben ze zoals Jona geen respect voor Gods vrijheid.

Vader
Tot nu toe zal wel iedereen het eens zijn met de gevolgde redenering.
Maar als we het onszelf niet te gemakkelijk willen maken dan moeten we, op dit punt aangekomen, nu ook de vraag van tien miljoen durven stellen: Straft God wel? Als u mij die vraag stelt dan ga ik mij niet verschuilen in wolken van wollig gepraat over Gods goedheid en Gods liefde, maar dan antwoord ik ronduit ja. Immers, als God echt een liefdevolle Vader voor ons is, dan wil dat ook zeggen dat Hij een toekomst voor ons droomt. En dat Hij ons helpen wil om die toekomst waar te maken. Dat Hij ons lokt en inspireert en dat Hij ons waarschuwt en tekenen en tikken geeft als wij dreigen verloren te lopen. Die tikken kunnen ons op het moment zelf pijnlijk en overdreven lijken, maar Hij vergist zich niet. Natuurlijk geloof ik niet dat God natuurrampen op ons afstuurt. Maar iedere gelovige die zijn geestelijk leven een beetje serieus neemt, weet dat hij God groot onrecht aandoet door Hem te zien als een seniele opa, een welwillend oud baasje dat graag ziet dat het jonge volkje zich amuseert. “Als ze maar gelukkig zijn”.

Liefde
Hoe dichter christenen bij God komen, en de heiligen gaan ons daarin voor, hoe sterker ze beseffen dat de liefde van God niets te maken heeft met een soort van welwillende vriendelijkheid die wil dat wij “het goed hebben”. Dat soort vriendelijkheid bindt zich niet aan ons, is eigenlijk fundamenteel onverschillig, is liefde-loos. De liefde van de Vader daarentegen, zegt C. S. Lewis, is het verterend vuur van de Liefde zelf. Ze is volhardend als de liefde van de schilder voor zijn kunstwerk, heerszuchtig als de liefde van een baas voor zijn hond, zorgzaam en eerbiedig-behoedend als de liefde van een vader voor zijn kind, jaloers, onverbiddelijk en veeleisend als liefde tussen man en vrouw. We staan hier wel heel ver af van de goedwillende, altijd contente bompa in de hemel. Een toemaatje nog: veel mensen, zoals Jona, beweren dat ze God eerder ervaren als liefdevol plagend dan als straffend.
En ook hierin lijkt zijn Liefde sterk op de menselijke liefde: ‘On taquine ceux qu’on aime’. Het zijn mensen die je graag ziet die je ook graag “plaagt”.
Iedere mens ervaart Gods nabijheid anders. God past zich blijkbaar aan aan onze individuele persoonlijkheid. Ook daarin toont Hij zijn liefde, niet zozeer voor “de” mens, maar voor ieder van ons afzonderlijk.

“Het” zit ook in ons

Zondag 14 januari 2018, 2de zondag door het kerkelijk jaar B

In het evangelie van vandaag wordt Jezus door Johannes “het Lam Gods” genoemd. Het Lam dat “de zonden van de wereld wegneemt”. Het is een beeld dat in de Schrift voortdurend terugkomt. En het wordt letterlijk herhaald in iedere Eucharistieviering als de celebrant de Hostie toont bij de communie.
Ik herinner mij dat een priester mij ooit eens toevertrouwde dat hij die woorden het liefst van al door iets anders zou vervangen. Omdat ze zo oubollig klonken. Ik denk dat ik begrijp wat hij bedoelde.
“Lam Gods” dat kan nog net door de beugel: het is een Joodse term met een mooie symboliek. Maar dat woord “zonde” dat is er blijkbaar teveel aan. Helemaal uit de tijd. Je hoort het trouwens alleen nog in de kerk.
En zelfs daar steeds minder. . .

Verdampt
En dat is natuurlijk allemaal waar. Maar het echte probleem is niet een kwestie van taalgebruik: oubollig versus trendy.
Het echte probleem is dat in onze tijd het zondebesef sterk achteruitgegaan is. De vroegere bijna automatische koppeling van zonde aan seksualiteit maakte dat, na de seksuele revolutie van de jaren zestig en zeventig, ook het besef van zonde te doen danig verzwakte: het mocht immers ineens allemaal.
Het begrip zonde werd ijl en verdampte. Er was nog wel kwaad in de wereld maar dat werd meer en meer gesitueerd buiten onszelf: bij dictators, bij economische uitbuiters en bij terroristen.
Het besef verminderde dat het kwaad dat in deze duistere figuren zo prominent aanwijsbaar is, eigenlijk ook smeult in iedere mens.
En toch. . . “Geen enkele ziel, hoe zuiver ook”, zegt Dostojevski, of ergens in een duister hoekje knaagt de worm van het verderf.
En Anthony Burgess, een bekende Engelse schrijver (Engelsen houden nogal van griezel) die zegt: “Het kwaad is er altijd geweest. Het was er voordat wij er waren. Het wachtte op ons”.

Geestelijk leven
Ik denk dat het niet relevant is om hier een boom op te zetten over de vraag of de duivel een metafoor is voor het kwaad of meer dan alleen dat.
Waar het om gaat is dat het kwaad een afschuwelijke realiteit is. En het zit in ieder van ons. Als mogelijkheid. Zoals we kunnen kiezen voor het goede kunnen we ook kiezen voor het kwaad.
En misschien is de grootste moeilijkheid nog dat ze nooit zo wit-zwart, mooi gescheiden, naast elkaar voorkomen.
Er zijn duizenden mengvormen zodat je soms niet eens beseft hoe verkeerd je wel bezig bent.
Er is echter nog een veel belangrijker oorzaak van de “morele ontbossing” waarbij de schrik om betrapt te worden groter werd dan het schuldbesef en de angst voor gerecht en politie het gezag van het geweten ver overtreft.
Het feit namelijk dat mensen in het digitale tijdperk van smartphone en Twitter, van razendsnelle maar ook vluchtige contacten, de neiging hebben hun geestelijk leven te verwaarlozen. En nog weinig aandacht besteden aan de boosaardige spinsels in hun eigen hart.

Narcisme
Neem nu het fenomeen Donald Trump. Volgens bijna alle commentatoren de meest gepatenteerde narcist uit de wereldgeschiedenis. Iedereen is daar kwaad op en spreekt met de grootste minachting over die man.
Maar eigenlijk is hij niet alleen een ramp voor de mensheid maar ook een geschenk. Want heel onze hedendaagse cultuur is zo narcistisch als maar kan. En wij zijn maar wat blij dat wij onze eigen ik-gerichtheid kunnen projecteren op iemand buiten onszelf. Iemand bij wie de obsessie voor de eigen persoon zo’n onwaarschijnlijke vormen heeft aangenomen dat wij, in vergelijking met hem, er automatisch goed uitkomen.
Maar eigenlijk is heel onze maatschappij in dat bedje ziek. En zijn wij allen min of meer door dezelfde narcistische vlieg gebeten.
Juist omdat wij zo goed staan met onszelf zien wij nog nauwelijks dat het kwaad ook in ons zit.

Introspectie
En nochtans is dat niet zo moeilijk om te zien.
U moet maar eens stilstaan bij wat er in u opkomt als iemand uw heilig persoontje iets in de weg legt.
Ik kan natuurlijk alleen maar voor mezelf spreken. Maar soms ben ik verbijsterd en geschokt als ik van op een zekere afstand kijk naar de gevoelens van woede en wraak die in mij opkomen als mensen over mij heen lopen. . .
Het kwaad zit in ieder van ons. En alleen door dat kwaad in onszelf te overwinnen wordt het in onze omgeving, in onze wereld een halt toegeroepen.
Alleen als de roddel stopt bij ons en niet verder gaat, alleen als wij de woede in ons eigen hart tot bedaren brengen en onze wraakgevoelens begraven voordat ze een kettingreactie veroorzaken, wordt het kwaad in de wereld een halt toegeroepen.

Gebed
Het spreekt vanzelf dat bij het overwinnen van het kwaad in ons het voorbeeld van Jezus en de hulp die je van Hem krijgt in het gebed, van uitzonderlijk belang is. Hij geeft ons de kracht om eerlijk, langdurig en grondig naar onze duistere kanten te kijken en ze onder controle te krijgen.
Hij is in de meest letterlijke zin “het Lam Gods” dat de zonden van de wereld wegdraagt.

Nietigheid en grootheid van de mens

Zondag 7 januari 2018, Openbaring van de Heer – Driekoningen (jaar B)

Een goede week geleden keek ik naar een tv-programma waarin wetenschappers een antwoord trachtten te vinden op de vraag of er ook op andere planeten leven zou zijn. En zo ja, of de mogelijkheid bestaat om contact met dat leven te hebben en of dat contact er misschien zelfs al geweest is, zoals vele ufo-liefhebbers geloven. Op de eerste vraag is het antwoord: waarschijnlijk wel. Als je bedenkt uit hoeveel miljarden planeten een melkwegstelsel is samengesteld en hoeveel miljarden melkwegstelsels er zijn in het universum, dan is het bijna ondenkbaar dat alleen op onze planeet leven zou zijn ontstaan. Het antwoord op de tweede vraag is echter zo goed als zeker neen. Als je bedenkt dat wij 70.000 jaar nodig hebben om met de snelheid van het licht bij de dichtstbijzijnde ster te geraken (en zij dus ook om tot bij ons te geraken), dan is die mogelijkheid nihil.

Stofje
Na zo’n uiteenzetting blijf je natuurlijk zitten met een geweldig ontzag voor de onvoorstelbare grootsheid van het heelal. Maar vooral ook met een verpletterend besef van onze eigen nietigheid. Vergeleken met de kosmos zijn mensen minder dan een stofje, zo goed als niets. Nu wil het toeval dat ik juist in die dagen een boek las van Ichiro Okumura, een Japanner, een overtuigd Boeddhist die christen werd en binnentrad bij de karmelieten. Okumura is iemand die blijkbaar kan bogen op een zeer uitgebreide kennis van alle grote godsdiensten. En bij alle gelijkenissen die hem opvallen in al die verschillende spirituele stromingen is er vooral één die hem bijzonder intrigeert: zenboeddhisten zowel als soefi’s, hindoeleraars zowel als christelijke meesters zoals Theresia van Avila en Johannes van het Kruis, allen zijn ze het erover eens dat elk echt gebed, elke echte contemplatie moet beginnen met een diep besef van de eigen nietigheid.

Deemoed
Je gaat nooit vóór God staan als voor een gelijke. En nog minder als voor een zakenpartner (“voor wat hoort wat”). Elk gebed moet vertrekken vanuit de beschouwing van de overweldigende grootsheid van de werkelijkheid en van de majesteit en transcendentie, het volledig anders-en-ongrijpbaar zijn van de Maker en Drager ervan. En van onze eigen volslagen nietigheid. Dit is een absolute voorwaarde, de enige juiste manier om vóór God te gaan staan. Later kan dan de verwondering, de verrukking groeien bij het sterker wordend besef dat die Ontzagwekkende, oneindige Majesteit die God is, mij liefheeft. Mij, stofdeeltje, zelfs als partner wil. Wat ons dan een enorm gevoel van gewild en bemind zijn en van eigenwaarde geven zal. Maar het moet langs deze weg, wil het authentiek en blijvend zijn, wil dat gevoel van eigenwaarde meer zijn dan zelfbedrog en pretentie.

Modern levensgevoel
En terwijl je dit alles overdenkt besef je ineens hoe moeilijk het voor ons is om als mensen van deze tijd die gedachte zelfs maar even toe te laten.
Omdat die gedachte van menselijke nietigheid helemaal haaks staat op het moderne levensgevoel. Een modern levensgevoel dat helemaal gericht is op het waarderen en het promoten van onze menselijke mogelijkheden. Of het besef van ons eigen kunnen. En dan heb ik het niet over de donkere kantjes ervan: individualisme en egoïsme. Maar over strevingen die op zich volkomen gewettigd zijn: het opkomen voor jezelf, het ontwikkelen van je mogelijkheden, je eigen baas willen zijn en willen tonen wat je kan. Fier zijn op jezelf en vinden dat woorden als nederigheid woorden van vroeger zijn, alleen goed voor dichters en watjes.

Struisvogels
Maar eigenlijk maken wij onszelf alleen wat maar wijs. Want diep in ons weten wij natuurlijk heel goed hoe nietig wij zijn, staande voor de grote mysteries van het leven, van de kosmos en van God. Diep in ons hart weten wij maar al te goed dat wij kwetsbaar zijn. Dat we ziek kunnen worden. Dat we ooit zullen sterven en verdwijnen. Of we er nooit geweest zijn. Dat wij in de kosmos zo goed als niets betekenen. Een soms diep verscholen maar fundamenteel gebrek aan zelfvertrouwen komt daaruit voort. Dat los je niet op door jezelf wijs te maken dat een mooie baan of veel geld en macht je kan genezen. In schijn misschien wel, maar niet echt. De enige echte remedie is je nietigheid radicaal onder ogen zien. En dan uitkijken naar het enige dat die wonde kan genezen. Het weten dat die oneindige God jou alleszins de moeite waard vindt.

Drie koningen
En hier komen de drie wijzen in de picture. Of beter de drie koningen. Voor mij mogen het gewoon drie koningen zijn: ze hebben immers koninklijke geschenken bij. Ze zijn rijk, machtig en als sterrenkundige ongetwijfeld ook geleerd. Ze hebben m.a.w. zoals wij, hedendaagse westerlingen, zo’n beetje alles wat hun hartje verlangt. Maar ze laten zich niet bedwelmen door hun comfortabele situatie. Want die situatie is inderdaad een illusie, bevredigt niet echt voor wie durft verder kijken. En dat doen ze ook. Ze kijken verder. Ze zoeken. Ze gaan op weg. Ze willen het weten. Ze volgen hun ster. En uiteindelijk vinden ze ook het antwoord. Ze vinden een kind in de kribbe. En de grote waarheid die dat kind ons brengt. Dat levensvervulling alleen te vinden is in een zich gevende houding. In dienstbaarheid en liefde.

“Onze” Syriërs

Zondag 31 december 2017, feest van de Heilige Familie (jaar B)

Twee jaar geleden zijn wij in de parochie Lubbeek begonnen met een steunactie voor christelijke vluchtelingen. Waarom specifiek christelijke vluchtelingen? Laat daarover geen misverstand bestaan. Wij steunen volledig de inspanningen van de overheid voor de opvang van alle vluchtelingen, ook al zijn dat voor 90 à 95% mensen met een ander geloof dan het onze. Wij steunen die inspanningen om te beginnen al via de belastingen die wij betalen. Maar ook via omhalingen in onze kerken (zoals met Kerstmis) en via het ondersteunen van allerlei niet-kerkelijke initiatieven. Wanneer wij daar bovenop toch nog iets extra wilden doen voor christelijke vluchtelingen dan is dat omdat christelijke vluchtelingen bijna altijd op de vlucht zijn, niet alleen voor oorlogsgeweld maar ook voor vervolging. De bedoeling is dat wij enkele families de kans geven om op een rustige manier hun leven her in te richten in een vriendelijke landelijke omgeving. In de grootstad komen ze als Arabischsprekende christenen immers vaak terecht in nieuwe “getto’s”, in een omgeving die vaak even onvriendelijk voor hen is als hun vroegere omgeving thuis. Gelukkig groeit het besef dat die haarden van haat in onze grootsteden moeten aangepakt worden, door de honderdduizenden moslims die daar wonen echte kansen te geven om vooruit te komen in het leven.

Zelfstandig
Op dit ogenblik ontfermen wij ons via het Sint-Martinusfonds over vier christelijke Syrische gezinnen. Wij helpen bij het betalen van hun appartement en de inrichting ervan. Wij hebben mensen die hen bijstaan met vervoer, met het vertalen van allerlei papieren, in contacten met de overheid, hen wegwijs maken in onze wetgeving, hen helpen met de mutualiteit en andere verzekeringen. Vaak ook met dringende en onverwachte kosten.
Al heel snel echter groeide het besef dat wij deze mensen niet mogen pamperen, maar hen integendeel moeten stimuleren om hun leven in eigen handen te nemen.
Gelukkig hebben we daar in de praktijk helemaal niets moeten voor doen: elk van hen wilde niets liever.
Op dit ogenblik steunt het Sint-Martinusfonds in Lubbeek negen personen. Twee van hen zijn gepensioneerd, één is werkzoekend, twee werken (zij het beneden hun capaciteiten, zij kijken ondertussen uit naar betere opportuniteiten, maar wilden niet langer ten laste zijn van het OCMW).
Drie studeren nog en één mevrouw loopt stage op Gasthuisberg.
Eigenlijk zijn wij heel fier over het initiatief dat wij twee jaar geleden namen. Maar nog trotser zijn wij op onze Syrische mensen die, hoezeer ze ook – net zoals wij – van elkaar verschillen, het toch zo goed doen.
En wij zijn vooral dankbaar voor de tientallen weldoeners die dit mogelijk maken.

Nood
Maar, het duurt dus wel wat langer dan we gedacht hadden en het werd ook allemaal groter dan we hadden voorzien.
En daarom zijn we genoodzaakt om een beroep te doen op wat extra steun.
U kent de werking van het Sint-Martinusfonds. Wij vragen bij voorkeur dat u uw bankinstelling een bestendige opdracht zou geven – vijf, tien, misschien twintig euro per maand. Of meer?
Of, als u tot nu toe drie euro gaf kan u er misschien vijf van maken?
Het is echt de moeite waard, het is een prachtig werk voor concrete mensen.
Mensen die de ergste verschrikkingen hebben doorgemaakt. En die echt dankbaar zijn en zich graag inzetten voor hun nieuwe thuis, voor ons dus.
Ik ben nu mijn drieëndertigste jaar begonnen als priester.
U weet dat ik NOOIT een of andere omhaling heb gepromoot.
Maar hier durf ik echt op aandringen. Doe het alstublieft.
Wij zitten met het Sint-Martinusfonds serieus in onze reserves te tasten.
We mogen dit werk echt niet halverwege stopzetten.

Ps Sint-Martinusfonds Lubbeek, bankrekening BE83 7360 2039 4215

Hartelijk dank.