Nietigheid en grootheid van de mens

Zondag 7 januari 2018, Openbaring van de Heer – Driekoningen (jaar B)

Een goede week geleden keek ik naar een tv-programma waarin wetenschappers een antwoord trachtten te vinden op de vraag of er ook op andere planeten leven zou zijn. En zo ja, of de mogelijkheid bestaat om contact met dat leven te hebben en of dat contact er misschien zelfs al geweest is, zoals vele ufo-liefhebbers geloven. Op de eerste vraag is het antwoord: waarschijnlijk wel. Als je bedenkt uit hoeveel miljarden planeten een melkwegstelsel is samengesteld en hoeveel miljarden melkwegstelsels er zijn in het universum, dan is het bijna ondenkbaar dat alleen op onze planeet leven zou zijn ontstaan. Het antwoord op de tweede vraag is echter zo goed als zeker neen. Als je bedenkt dat wij 70.000 jaar nodig hebben om met de snelheid van het licht bij de dichtstbijzijnde ster te geraken (en zij dus ook om tot bij ons te geraken), dan is die mogelijkheid nihil.

Stofje
Na zo’n uiteenzetting blijf je natuurlijk zitten met een geweldig ontzag voor de onvoorstelbare grootsheid van het heelal. Maar vooral ook met een verpletterend besef van onze eigen nietigheid. Vergeleken met de kosmos zijn mensen minder dan een stofje, zo goed als niets. Nu wil het toeval dat ik juist in die dagen een boek las van Ichiro Okumura, een Japanner, een overtuigd Boeddhist die christen werd en binnentrad bij de karmelieten. Okumura is iemand die blijkbaar kan bogen op een zeer uitgebreide kennis van alle grote godsdiensten. En bij alle gelijkenissen die hem opvallen in al die verschillende spirituele stromingen is er vooral één die hem bijzonder intrigeert: zenboeddhisten zowel als soefi’s, hindoeleraars zowel als christelijke meesters zoals Theresia van Avila en Johannes van het Kruis, allen zijn ze het erover eens dat elk echt gebed, elke echte contemplatie moet beginnen met een diep besef van de eigen nietigheid.

Deemoed
Je gaat nooit vóór God staan als voor een gelijke. En nog minder als voor een zakenpartner (“voor wat hoort wat”). Elk gebed moet vertrekken vanuit de beschouwing van de overweldigende grootsheid van de werkelijkheid en van de majesteit en transcendentie, het volledig anders-en-ongrijpbaar zijn van de Maker en Drager ervan. En van onze eigen volslagen nietigheid. Dit is een absolute voorwaarde, de enige juiste manier om vóór God te gaan staan. Later kan dan de verwondering, de verrukking groeien bij het sterker wordend besef dat die Ontzagwekkende, oneindige Majesteit die God is, mij liefheeft. Mij, stofdeeltje, zelfs als partner wil. Wat ons dan een enorm gevoel van gewild en bemind zijn en van eigenwaarde geven zal. Maar het moet langs deze weg, wil het authentiek en blijvend zijn, wil dat gevoel van eigenwaarde meer zijn dan zelfbedrog en pretentie.

Modern levensgevoel
En terwijl je dit alles overdenkt besef je ineens hoe moeilijk het voor ons is om als mensen van deze tijd die gedachte zelfs maar even toe te laten.
Omdat die gedachte van menselijke nietigheid helemaal haaks staat op het moderne levensgevoel. Een modern levensgevoel dat helemaal gericht is op het waarderen en het promoten van onze menselijke mogelijkheden. Of het besef van ons eigen kunnen. En dan heb ik het niet over de donkere kantjes ervan: individualisme en egoïsme. Maar over strevingen die op zich volkomen gewettigd zijn: het opkomen voor jezelf, het ontwikkelen van je mogelijkheden, je eigen baas willen zijn en willen tonen wat je kan. Fier zijn op jezelf en vinden dat woorden als nederigheid woorden van vroeger zijn, alleen goed voor dichters en watjes.

Struisvogels
Maar eigenlijk maken wij onszelf alleen wat maar wijs. Want diep in ons weten wij natuurlijk heel goed hoe nietig wij zijn, staande voor de grote mysteries van het leven, van de kosmos en van God. Diep in ons hart weten wij maar al te goed dat wij kwetsbaar zijn. Dat we ziek kunnen worden. Dat we ooit zullen sterven en verdwijnen. Of we er nooit geweest zijn. Dat wij in de kosmos zo goed als niets betekenen. Een soms diep verscholen maar fundamenteel gebrek aan zelfvertrouwen komt daaruit voort. Dat los je niet op door jezelf wijs te maken dat een mooie baan of veel geld en macht je kan genezen. In schijn misschien wel, maar niet echt. De enige echte remedie is je nietigheid radicaal onder ogen zien. En dan uitkijken naar het enige dat die wonde kan genezen. Het weten dat die oneindige God jou alleszins de moeite waard vindt.

Drie koningen
En hier komen de drie wijzen in de picture. Of beter de drie koningen. Voor mij mogen het gewoon drie koningen zijn: ze hebben immers koninklijke geschenken bij. Ze zijn rijk, machtig en als sterrenkundige ongetwijfeld ook geleerd. Ze hebben m.a.w. zoals wij, hedendaagse westerlingen, zo’n beetje alles wat hun hartje verlangt. Maar ze laten zich niet bedwelmen door hun comfortabele situatie. Want die situatie is inderdaad een illusie, bevredigt niet echt voor wie durft verder kijken. En dat doen ze ook. Ze kijken verder. Ze zoeken. Ze gaan op weg. Ze willen het weten. Ze volgen hun ster. En uiteindelijk vinden ze ook het antwoord. Ze vinden een kind in de kribbe. En de grote waarheid die dat kind ons brengt. Dat levensvervulling alleen te vinden is in een zich gevende houding. In dienstbaarheid en liefde.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s