Straft God?

Zondag 21 januari 2018, 3de zondag door het kerkelijk jaar B

De profeet Jona, waar wij het vandaag over hebben, is een buitenbeentje in het doorgaans nogal plechtstatige profetengilde. Hij is heel menselijk: tragisch en grappig tegelijk. En precies hierin is hij ons erg nabij en heel herkenbaar. Jona heeft de inwoners van Nineve op last van God gewaarschuwd. Ze moeten afstappen van hun onderdrukkende, losbandige en gewelddadige manier van leven – misschien wel eigen aan elke metropool – want als ze dat niet doen zal God hen daarvoor straffen. Jona gaat helemaal op in zijn zending. Maar dan gebeurt er iets heel merkwaardigs: de Ninevieten komen tot inkeer en veranderen hun leven. En God besluit de inwoners niet te straffen voor hun vroegere misdaden.

Nijdig
Zeer tegen de zin van Jona, die zich duidelijk al verkneukeld had op wat er stond te gebeuren: vuur en zwavel uit de hemel. Terwijl hij ernaar staat te kijken, zo van: zie je nu wel, je had beter naar mij geluisterd. Maar er gebeurt dus niets. En Jona is nijdig. Hij loopt alleen nog te mokken. En dan is er dat grappig verhaaltje over de ricinusboom. Ik ga dat grandioze stukje hier niet vertellen. Maar het komt hier op neer dat God Jona een beetje zit te jennen omwille van diens nijdigheid. En hem op een humoristische manier laat inzien dat mensen God niet moeten willen beperken in zijn vrijheid. En al helemaal niet als het gaat over zijn vrijheid om barmhartig en vergevingsgezind te zijn. Het is duidelijk dat het boek Jona, dat nauwelijks drie bladzijden beslaat, niet zozeer voor de gelovigen geschreven is maar voor de predikanten, de Schriftcommentatoren, diegenen die optreden als leraren en profeten. En dan vooral voor hen die graag schermen met een straffende God, met hel en verdoemenis, de dreigpredikanten, de ‘redempterroristen’ zeg maar. Denk niet te vlug dat dit iets van vroeger is.

Ondergangsprofeten
Ook vandaag, zoals zo vaak in de geschiedenis, zijn wij weer aanbeland in een periode waarin het geloof van velen op een heel laag pitje staat en dus zijn er weer mensen die ervan overtuigd zijn dat God de wereld gaat straffen omwille van haar ongeloof. Ondergangsprofeten, die alsmaar ongeduldiger worden en bij wie het ongenoegen zichtbaar toeneemt omdat de straffen een beetje op zich laten wachten. Mensen die eigenlijk zouden willen dat de wereld vergaat – behalve zij dan natuurlijk – en die zwaar teleurgesteld zouden zijn als dat niet zou gebeuren. Ook niet direct een erg nobele houding natuurlijk. Technisch gezien zijn ze nochtans in hetzelfde bedje ziek als de mensen die van God een goedzakkige sinterklaas willen maken. Natuurlijk zijn deze laatsten ons veel sympathieker dan diegenen die willen dat God pek en zwavel, tsunami’s en orkanen op ons afstuurt. Maar allebei willen zij van God de uitvoerder van hun eigen verlangens maken, willen ze eigenlijk zelf God zijn. Allebei zetten ze de verhouding Schepper-Schepsel op z’n kop en hebben ze zoals Jona geen respect voor Gods vrijheid.

Vader
Tot nu toe zal wel iedereen het eens zijn met de gevolgde redenering.
Maar als we het onszelf niet te gemakkelijk willen maken dan moeten we, op dit punt aangekomen, nu ook de vraag van tien miljoen durven stellen: Straft God wel? Als u mij die vraag stelt dan ga ik mij niet verschuilen in wolken van wollig gepraat over Gods goedheid en Gods liefde, maar dan antwoord ik ronduit ja. Immers, als God echt een liefdevolle Vader voor ons is, dan wil dat ook zeggen dat Hij een toekomst voor ons droomt. En dat Hij ons helpen wil om die toekomst waar te maken. Dat Hij ons lokt en inspireert en dat Hij ons waarschuwt en tekenen en tikken geeft als wij dreigen verloren te lopen. Die tikken kunnen ons op het moment zelf pijnlijk en overdreven lijken, maar Hij vergist zich niet. Natuurlijk geloof ik niet dat God natuurrampen op ons afstuurt. Maar iedere gelovige die zijn geestelijk leven een beetje serieus neemt, weet dat hij God groot onrecht aandoet door Hem te zien als een seniele opa, een welwillend oud baasje dat graag ziet dat het jonge volkje zich amuseert. “Als ze maar gelukkig zijn”.

Liefde
Hoe dichter christenen bij God komen, en de heiligen gaan ons daarin voor, hoe sterker ze beseffen dat de liefde van God niets te maken heeft met een soort van welwillende vriendelijkheid die wil dat wij “het goed hebben”. Dat soort vriendelijkheid bindt zich niet aan ons, is eigenlijk fundamenteel onverschillig, is liefde-loos. De liefde van de Vader daarentegen, zegt C. S. Lewis, is het verterend vuur van de Liefde zelf. Ze is volhardend als de liefde van de schilder voor zijn kunstwerk, heerszuchtig als de liefde van een baas voor zijn hond, zorgzaam en eerbiedig-behoedend als de liefde van een vader voor zijn kind, jaloers, onverbiddelijk en veeleisend als liefde tussen man en vrouw. We staan hier wel heel ver af van de goedwillende, altijd contente bompa in de hemel. Een toemaatje nog: veel mensen, zoals Jona, beweren dat ze God eerder ervaren als liefdevol plagend dan als straffend.
En ook hierin lijkt zijn Liefde sterk op de menselijke liefde: ‘On taquine ceux qu’on aime’. Het zijn mensen die je graag ziet die je ook graag “plaagt”.
Iedere mens ervaart Gods nabijheid anders. God past zich blijkbaar aan aan onze individuele persoonlijkheid. Ook daarin toont Hij zijn liefde, niet zozeer voor “de” mens, maar voor ieder van ons afzonderlijk.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s