Argumenten of smoesjes

Zondag 18 maart 2018 – Vijfde zondag van de Veertigdagentijd (jaar B)

Vandaag horen we hoe een aantal Grieken via Filippus tot bij Jezus proberen te geraken. Ze hebben blijkbaar over hem gehoord en zijn geboeid geraakt. “Heel eigenaardig”, schrijft iemand in een commentaar daarop, “want Grieken of Hellenen, zoals men hen toen noemde, waren niet-Joden, vreemdelingen die de God van Israël niet kenden en niet dienden”. Dit is niet helemaal juist. Vaak waren het Joden die helemaal in de ban waren van de Helleense cultuur en die het oude Joodse geloof en de Joodse gebruiken hadden ingeruild voor de Griekse cultus van het lichaam, de gezondheid en de sport. En dat alles dan overgoten met eveneens erg modische en vrijblijvende religieuze en filosofische opvattingen. “Je zou hen het best kunnen vergelijken met de hedendaagse vreemdelingen in onze maatschappij”, gaat de commentator verder. Maar daar gaat hij natuurlijk helemaal de mist in. Want als je eens goed kijkt naar de beschrijving van de zogenaamde Grieken in het Israël van Jezus’ tijd, dan merk je al onmiddellijk dat je ze hoegenaamd niet kunt vergelijken met de vluchtelingen en de vreemdelingen in onze huidige westerse samenleving. De Hellenen uit Jezus’ tijd waren, zoals hierboven reeds gezegd, mensen die het oude Joodse geloof grotendeels achter zich gelaten hadden en er eigenlijk ook op neerkeken als zijnde “iets van vroeger”. In plaats daarvan verwachtten zij levensvervulling en geluk van andere goden en vooral ook van werken aan zelfontplooiing.

Niets nieuws
Als er nu één segment in onze samenleving beantwoordt aan deze beschrijving, dan zijn dat niet de vreemdelingen maar de Vlamingen zelf. Of toch een groot gedeelte van hen. Mensen die wel bijna allemaal katholieke ‘roots’ hebben, maar die in een televisiequiz, als er een vraag komt over het geloof, nog liever opzettelijk doen alsof ze het antwoord niet kennen en daardoor de prijzen mislopen dan de verdenking op zich te laden dat ze zich voor geloof interesseren. U kent dat wel: zo’n figuur met twee of drie universitaire diploma’s op zak die, als men hem vraagt wat op “Pasen” herdacht wordt, antwoordt: “Pasen? Pasen? Heeft dat iets met sport te maken?” Terwijl zelfs een Mongoolse geitenhoeder ooit wel eens van Pasen heeft gehoord. Je kan je natuurlijk behoorlijk ergeren aan zo’n onnozele houding, maar dat is niet goed voor je gezondheid. Momenteel is het gewoon “bon ton” geworden om uit de hoogte en zelfs een beetje smalend te doen over alles wat met geloof te maken heeft. Als we ons telkens als we die denigrerende houding in de media tegenkomen van onze melk laten brengen, wordt het steeds moeilijker voor ons om de vreugde en de hoop van ons geloof op een aanstekelijke manier uit te dragen. En daarom doen we er beter aan dergelijke houdingen en beweringen gewoon te negeren. Het is ook niet goed om daarover te pas en te onpas in discussie te gaan. Je kan het in een discussie trouwens nooit halen als men in plaats van serieus naar de waarheid te zoeken alleen maar gewichtig wil overkomen.

Weerbaar
Het zou wél goed zijn dat wij onze argumenten terug meer bespreken en de kennis ervan verspreiden in onze eigen kring. Onze mensen hebben daar nood aan. Ze moeten meer weerbaar gemaakt worden tegen de bijna dagelijkse kanonnade van de anti-God-brigade. Onze mensen moeten bijvoorbeeld weten dat het atheïstische geloof (want dat is natuurlijk ook een geloof) voor geen cent “wetenschappelijker” is dan het christelijk geloof. Die bewering is 19e-eeuwse onzin. Er is in werkelijkheid geen enkel wetenschappelijk argument dat in de richting van het atheïsme wijst en dat niet door diezelfde wetenschap helemaal onderuit kan worden gehaald. En dan is het weer 1-1. En over 1000 jaar is het nog altijd 1-1. Want rede en geloof, tekst en muziek kunnen wel samen een mooie compositie vormen. Maar ze moeten elkaar niet willen vervangen. Dat kunnen ze ook niet.
Tot daar één van de grote principes. Maar er zijn natuurlijk ook een aantal probleemgebieden die dichter bij ons dagelijks leven staan.

Doopsel
De vraag bv., of ik mijn kind zal laten dopen. Neen, zeggen sommige ouders, later moet het zelf maar kiezen. Maar, kan het in dat geval wel kiezen? Die redenering klopt niet. Want iemand die gelovig is opgevoed, u en ik, wéét uit zichzelf heel goed wat ongeloof is, hij moet bijna dagelijks kiezen voor het geloof. Maar een kind dat buiten het geloof is opgevoed kan op zijn twintigste niet kiezen voor het geloof, omdat het dat geloof niet kent van binnenuit. Het kent er, via de pers, alleen de uitwassen van. Bovendien is geloven een van de meest natuurlijke zaken ter wereld. Ieder van ons wordt ermee geboren. De vorm waarin mijn aangeboren religieuze gevoelens gegoten worden is cultureel bepaald. Als ik in Tibet geboren was, zou ik waarschijnlijk boeddhist zijn en als ik in Arabië geboren was, bijna zeker een moslim. Maar van daaruit besluiten dat het religieuze ons aangepraat werd, is grotesk. Religieuze gevoelens zitten op de meest natuurlijke wijze in ieder kind dat waar ook ter wereld geboren wordt. (Als er iets kinderen wordt aangepraat, dan is het wel atheïsme). Die religieuze aanleg moet echter zoals elke aanleg ontwikkeld en begeleid worden. De één heeft er wat meer aanleg voor dan de ander. Net zoals bij de aanleg voor sport, voor muziek, voor kunsten en wetenschappen. Pas nadat die aanleg enigszins ontwikkeld werd kan je kiezen of je daarin verder gaat of ermee stopt.

Sterk staan
Wanneer die aangeboren aanleg niet ontwikkeld wordt, slibt hij dicht. (Je kan op je twintigste ook niet meer beslissen om voetballer te worden als je voordien nooit gesport hebt.) Of, erger nog, hij gaat ondergronds en woekert verder in ons onderbewustzijn. Om dat tegen te gaan dienen de grote religieuze instituten. Zoals de sportclub onze agressie in goede banen leidt, doen de grote religieuze instituten hetzelfde met onze religieuze gevoelens. Vandaar ook dat tirannen als Hitler, Stalin, Mao Tse-tung, Kim Jong-un, … georganiseerde godsdiensten instinctmatig herkennen als hun grootste vijand. Want elke tiran wil de natuurlijke religieuze gevoelens van de mens op zichzelf richten. Terwijl ontwikkeld religieus geloof je juist innerlijk vrijmaakt van elke neiging tot vergoddelijking van mensen.
Maar vooraleer deze overwegingen naar buiten te brengen, moeten wij ze op de eerste plaats bespreken in eigen kring. Om elkaar te sterken en te bemoedigen. Om sterk te staan tegen al die waardeloze beweringen die ons van ’s morgens tot ’s avonds overspoelen. Wij moeten terug veel meer over ons geloof praten in onze eigen kring.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s