Geloofstwijfels

Zondag 8 april 2018 – Beloken Pasen (jaar B)

Enkele weken geleden hadden we het nog over de problemen die opdagen als je als ouder beslist: ik laat mijn kind niet dopen of catechese volgen, later mag het zelf kiezen. Het grootste probleem daarbij is onmiddellijk al dat je kind helemaal niet kan kiezen. Je kan nooit kiezen voor iets waar je niets van weet. Je kan nooit kiezen voor het geloof als je er via de pers en de sociale media alleen maar de uitwassen en de vooroordelen van kent. In feite heb je dan geen flauw idee van waar het bij geloven werkelijk om gaat. Terwijl anderzijds – en dat is het punt waar we het vandaag gaan over hebben – mensen die gelovig zijn opgevoed, heel goed weten wat ongeloof is.

Variatie
Om te beginnen kan je al een oneindige verscheidenheid vaststellen onder mensen die zeggen te geloven. Niemand van ons gelooft precies hetzelfde. Twee buren kunnen beiden overtuigd katholiek zijn en op zondag samen naar de Mis gaan. Maar de een heeft misschien een boon voor bepaalde heiligen en bedevaartplaatsen, terwijl dat voor de ander wel heel erg ver van zijn bed ligt. Of de een neemt misschien elk woord in de Bijbel letterlijk, terwijl de ander meer houdt van het kritisch bestuderen en interpreteren van de teksten. Allebei zijn ze overtuigd christen en beiden zijn het eens over de kern van het geloof, maar ondertussen zijn er toch wel een aantal dingen waar de een in gelooft en de ander niet. Dezelfde diversiteit vind je bovendien ook binnen een en dezelfde persoon. Niemand van ons gelooft iedere dag even sterk. Er zijn momenten en dagen dat je God bijna voelbaar aanwezig weet en je geloof aan geen enkele twijfel onderhevig is. Maar er zijn ook dagen dat God zo eindeloos ver lijkt, zo onverschillig en totaal niet op ons betrokken. Houdt Hij wel echt van mij …?

Zoeken
En, ten derde, er zijn ook de momenten dat wij lang gekoesterde beelden en opvattingen over God moeten loslaten omdat ze toch niet blijken te kloppen. Geloven blijft een tastend zoeken. Niet-geloven is wat dat betreft veel gemakkelijker: je ontkent of negeert gewoon alles wat met religieus geloof te maken heeft. Maar als gelovigen worden wij voortdurend geconfronteerd met het feit dat wij God nooit helemaal kunnen vatten. Dat wij God nooit kunnen tekenen in Chinese inkt, altijd in potlood.
Omdat wij altijd lijntjes moeten uitgommen … Ook dat is een element van twijfel en onzekerheid. En wie van ons zou durven beweren dat hij of zij nog nooit een moment gekend heeft van algehele twijfel? Een moment waarop je je afvraagt: “En als het nu allemaal niet waar is, als het nu eens inbeelding is …?” Gelovigen weten dus heel goed wat ongeloof is. Geloof en ongeloof, geloof en twijfel slapen bij hen onder hetzelfde dak.

Spelletje
Er daagt bij deze nogal rustige kijk op geloof en twijfel echter één gigantisch gevaar op: je mag van de twijfel en het onzeker-zijn geen spelletje maken.
Een van de ergste bekoringen is, telkens wanneer het geloof iets van je vraagt dat je liever niet zou doen, bv. iemand 70×7 maal (altijd) opnieuw vergeven, je beginnen af te vragen “of je die zin uit het Evangelie wel letterlijk moet nemen, of Jezus dat wel echt zo bedoeld heeft”, “of dat eigenlijk nog wel van deze tijd is, moest Jezus nu leven …”. Tot en met “wat als God uiteindelijk toch niet bestaat … en dan heb ik dit allemaal opgeofferd en heb ik zelf niet geprofiteerd van het leven”. Nogmaals, het gaat niet over af en toe twijfels hebben. Het gaat over het systematisch oproepen van twijfel om niet hoeven te doen wat God van je vraagt. Het is een bijzonder zware zonde, omdat het spotten is met God. En daarom hebben wij de plicht om nauwkeurig te onderzoeken of wij soms dat spelletje ook niet spelen. Het komt veel vaker voor dan je zou denken. Het lijkt op kritisch zijn en het wil daar ook voor doorgaan. Maar het is door-en-door oneerlijk. Zeker als je eerder al hebt opgemerkt dat je het regelmatig doet, telkens eigenlijk als er een morele moed van je gevraagd wordt.

Gewoonte
Wat kan je daar aan doen? Het antwoord is onthutsend eenvoudig: maak een gewoonte van je geloof. Nu moet ik dat natuurlijk wel even uitleggen, want ik wil zeker geen reclame maken voor een kritiekloos gewoontegeloof.
Wat ik bedoel is dit: stop met je geloof afhankelijk te laten zijn van veranderlijke stemmingen. Eens dat je het geloof op goede gronden hebt aangenomen, eens dat je het geloof niet alleen met je hart maar ook met je verstand hebt aanvaard, moet je daar gewoon aan vasthouden en er consequent naar handelen. Totdat er natuurlijk een goede reden opduikt om de zaak opnieuw te overwegen. Maar je moet daar volwassen en sterk in zijn. En je geloof (en dus ook je hele leven, je hele manier van zijn) niet laten afhangen van toevallige stemmingen. Het niet laten beïnvloeden door gevoelens. Gevoelens van angst en egoïsme, van luiheid en genotzucht.
Een echt christen moet een rustig en overtuigd iemand zijn. Niet een fanaticus of een doordrammer. Maar wel iemand wiens overtuigingen niet afhankelijk zijn van het weer of van zijn spijsvertering.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s