Andere aanpak

Zondag 22 april 2018 – Vierde zondag van Pasen (jaar B)

Paus Franciscus is misschien wel de meest geliefde paus ooit. Het is een man die in de hele wereld, ook door niet-gelovigen, geprezen wordt om zijn eerlijkheid, zijn echtheid en zijn nederigheid. Om zijn radicaal optreden tegen misbruiken en hypocrisie. Om zijn onverschrokken opkomen voor al wie in deze wereld buiten de prijzen valt. Het is nog te vroeg om zijn werking nu al te beoordelen, maar ik vermoed dat Franciscus over de hele wereld serieuze vernieuwings- en verdiepingsbewegingen op gang heeft gezet. Alleen voor de West-Europese Kerk brengt hij weinig reden tot juichen, omdat hij ons eigenlijk in ons hemd zet.

Heftig
Vijftig jaar lang hebben wij onszelf voorgehouden dat wij progressief waren, dat wij vooruit wilden, dat wij naar een authentieke Kerk verlangden, maar daarin voortdurend gedwarsboomd werden door dat oerconservatieve Rome, dat elke vernieuwing afremde en dwarsboomde.
Vijftig jaar lang, sinds het concilie al, jammeren wij dat het niet vooruitgaat en ergeren wij ons aan de traagheid en de behoudsgezindheid van wat wij doorgaans met het nodige dedain het kerkinstituut noemen. Vijftig jaar van woelige congressen en verregaande stellingnames over bevrijdingstheologie, over seksualiteit en celibaat, over de rol van de leek, en dan speciaal die van de vrouw in de Kerk … Vijftig jaar dat het er eigenlijk behoorlijk heftig aan toeging in de West-Europese Kerk. Vijftig jaar over contestatie, steevast gevolgd door frustratie en ontmoediging door de onwrikbare houding van Rome … Velen hebben daarom de Kerk ook verlaten. En misschien is dat ook een van de redenen waarom paus Franciscus zo weinig kan losweken in onze contreien. Velen van hen die zich door deze paus krachtig gesteund zouden voelen, zijn weg.

Aangepast
Maar er zijn natuurlijk nog andere redenen waarom zelfs deze gedroomde paus hier bij ons het tij niet kan keren. Naast vele potentiële voortrekkers, hebben vooral ook heel veel naam-christenen ons verlaten. Wij zijn kleiner en onaanzienlijker geworden. In plaats van dit verschijnsel te benutten om ons sterker te profileren en dus ook terug aantrekkelijker te worden, gebeurde het tegenovergestelde. Wij pasten ons aan. Christelijke organisaties, scholen en verenigingen gaven hun eigenheid op en veranderden in vele gevallen zelfs van naam. Officieel om zich open te stellen voor iedereen. In werkelijkheid gewoon om de grootste en de machtigste te blijven en op de meeste subsidies aanspraak te kunnen blijven maken. Het echt jammerlijke is echter dat dit alles slechts een afspiegeling was van datgene wat zich ook in het leven van vele individuele christenen heeft afgespeeld. Wij zijn, om een Bijbels woord te gebruiken, niet langer in de wereld, wij zijn ook helemaal van de wereld geworden.
Zelfs voor oudere gelovigen is niet langer God, de Bijbel of de Kerk de norm, maar de burgerlijke wetgeving. Als iets wettelijk niet strafbaar is, dan is het blijkbaar oké. En als je jongeren die van in de kleuterklas tot aan de unief katholiek onderwijs hebben gevolgd vraagt naar hun geloof, dan geraken ze zelden verder dan “wij staan achter de christelijke waarden”.

Sinterklaas
Je zou d’r ontmoedigd en zelfs een beetje depri van worden. Maar dat is wel het laatste wat we moeten doen. Want dát het geloof terugkomt is duidelijk. En de reden daarvoor werd 1600 jaar geleden al geformuleerd door Sint-Augustinus: “Gij hebt ons geschapen naar U toe”. Geloven in een werkelijkheid die ons overstijgt zit in ons systeem, wij worden ermee geboren, het is de natuurlijkste zaak van de wereld. Alle intellectuele pluimstrijkerij van het atheïsme ten spijt, heeft het wegdeemsteren van het geloof in het Westen zo goed als uitsluitend te maken met de plotse toename van de welvaart. Na miljoenen jaren van nauwelijks genoeg om te eten is nu ineens Sinterklaas gekomen en mensen zijn – terecht overigens – gefascineerd door de welvaart, die de poort naar het ultieme geluk lijkt te zijn. Wellicht moeten we gewoon wachten tot de euforie voorbij is en we ten volle beseffen wat we nu al vermoeden: dat geld en comfort het leven wel gemakkelijker maken, maar dat, als er niets anders is, ze de leegte en de onvoldaanheid alleen maar groter maken.
Ik bedoel dit niet zo ironisch en wereldwijs als het misschien wel klinkt. Ik wil alleen maar zeggen: wij moeten ons ook niet te veel zorgen maken. God komt vanzelf wel terug. Wij moeten dus ook geen paniekvoetbal spelen.
Gods terugkomst zal niet verhaast worden door een theologische of morele uitverkoop te houden. En ook niet door aanpassingsdrang of excentrieke aandacht-zoekerij. Net zomin als Sœur Sourire in de jaren zestig God terug onder de mensen bracht, zullen internetpastoors of priesters in lange zwarte rokken die Latijnse missen de ether insturen dat doen. Wie dat wel zullen doen, zijn gelovigen die hun relatie met God versterken en beleven in het liefdevol omgaan met anderen. En die daarmee terug de aandacht trekken in een wereld die steeds koeler en grimmiger wordt. Gelovigen die met hun leven bewijzen dat geluk niets te maken heeft met het rusteloos achternahollen van allerlei “genietingen”. Dat geluk een “bijproduct” is, iets wat je er gratis bijkrijgt als je iets wil/mag betekenen voor anderen. En die in hun manier van leven laten zien dat liefde het enige is wat zin en betekenis geeft aan ons bestaan. En dat die liefde alles te maken heeft met God.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s