Het wettelijk kader

Zondag 13 mei 2018 – Zesde zondag van Pasen (jaar B)

Honderdduizenden jaren geleden, toen er nog geen “Code Napoléon” was, en geen Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, probeerden de mensen ook al de chaos terug te dringen en wat orde en zekerheid in hun samen-leven te brengen. En ze deden dat met behulp van regels en taboes, geboden en verboden die eeuwenlang hun onbetwistbaar nut bewezen voor het voortbestaan van de groep. Wie ertegen zondigde werd dan ook zonder pardon weggejaagd of gedood. Veel van die oude gebruiken en gewoonten hebben vandaag hun relevantie verloren, maar ze leven nog verder in talloze tradities en culturen. Niet in de onze, want het christendom heeft nogal radicaal komaf gemaakt met de meeste gebruiken van haar Joodse geestelijke voorouders. Maar dat geeft ons nog niet het recht om neer te kijken op tradities die dat niet deden.

Misprijzen
Ik moest daaraan denken bij al de nogal heftige reacties t.a.v. de Joodse heer die kandidaat was voor de verkiezingen in Antwerpen. Natuurlijk kan iemand die een andere vrouw dan de zijne geen hand geeft, geen publieke functie vervullen in ons land. Maar de heftigheid waarmee men daar tegenin kwam, vooral in lezersbrieven, geeft toch wel te denken.
Vooral ook omdat lezersbrieven, of je met wat erin beweerd wordt akkoord gaat of niet, iets zeggen over wat er leeft onder de bevolking. Mensen hebben blijkbaar nog weinig op met overgeleverde tradities en gebruiken. In een tijd van grote welstand en van allesoverheersend consumentisme worden traditionele richtlijnen en bakens bijna zonder nadenken verworpen als beperkend en beknottend, als een rem op het genieten van het leven.

Oké?
Nu is er uiteraard geen zinnig mens die het betreurt dat de archaïsche gewoonteregels van vroeger stilaan vervangen werden door wetten die met de jaren op steeds democratischer wijze tot stand zijn gekomen. En dat in onze hedendaagse samenleving de vroegere lappendeken van iedere streek zijn eigen gewoonten en regels vervangen is door de moderne rechtsstaat, die probeert elke burger zo rechtvaardig mogelijk te behandelen. De mensen, ook de christenen, zijn daar echter zó tevreden over dat ze nog uitsluitend naar de wet kijken. Andere overwegingen komen nauwelijks nog aan bod. Als het niet verboden is door de wet, dan is het oké. Maar, is dat ook zo? Is het werkelijk zo dat je, ook als christen, je leven laat bepalen alleen door wat de burgerlijke wetgeving toelaat of verbiedt? Het is wel vanzelfsprekend dat je als christen binnen de grenzen van de wet blijft, maar dat wil nog niet zeggen dat dát voldoende zou zijn.

Anseele
Wetten worden immers gemaakt door politici in het parlement. En die politici moeten verkozen worden. En opnieuw verkozen. En dus hebben ze (en dat is wellicht de Achillespees van de democratie) de neiging om heel sterk rekening te houden met opiniepeilingen. De vraag is of in onze tijd nog politici van het type Anseele mogelijk zijn. “Vadertje” Anseele was de eerste grote socialist in de Belgische geschiedenis. En het eerste dat hij deed toen hij aan de macht kwam, was de café ’s verbieden om nog langer jenever te verkopen. Verontwaardiging alom onder de arbeiders. Nu hadden ze eindelijk een socialist aan de macht, en het eerste wat hij deed was “de troost van de werkman” verbieden. Maar omdat Anseele het echt goed voor had met zijn mensen ging hij tegen de stroom in, zette hij door en later bleek zijn wet een echte zegen voor de kleine man.

Genieten
De vraag is of politici dat vandaag nog durven. Politici moeten populair zijn willen ze herkozen worden. En dus zijn de meesten van hen niet langer voortrekkers en wegwijzers, maar volgers. Ze volgen blindelings de publieke opinie. En wie bespeelt en vormt de publieke opinie? De economische machthebbers. En wat willen de economische machthebbers? De economische machthebbers willen een economie die altijd maar groeit. En dat kan alleen maar als mensen almaar meer consumeren. En dus worden via de reclame nieuwe behoeften gecreëerd zodat mensen meer en meer dingen kopen die ze totaal niet nodig hebben. En ondertussen zorgen de populaire pers en de reclame voor een klimaat waarin individueel genot als hoogste goed wordt aangeprezen. En “genieten” een plicht geworden is.

Eigenheid
En de wetgever past zich aan en wordt altijd maar “breder” van opvatting. Binnen een rechtsstaat moet dat kunnen. Geen enkele groep mag een andere groep via de wet zijn mening opdringen. En de wet moet dus “breed” genoeg zijn opdat, binnen éénzelfde staat, christenen, moslims en seculieren zich, in respect voor de anderen, vrij kunnen bewegen en ontplooien. Maar dat wil tegelijk ook zeggen dat wij christenen ons leven niet mogen laten bepalen door dat steeds breder wordend wettelijk kader.
Maar dat wij onze eigenheid, onze eigen opvattingen en doelstellingen moeten bewaren en zelfs propageren. De wet vormt het kader. Je mag niet buiten de lijntjes kleuren. Maar je moet wel nog kleuren.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s