Gezond schuldgevoel

Zondag 24 juni 2018 – 13de zondag door het jaar, feestdag van Johannes de Doper (jaar B)

Johannes de Doper is zonder twijfel een van de meest boeiende en kleurrijke figuren uit heel de Bijbel. En met zijn opvallende kledij en zijn opmerkelijk dieet meteen ook een van de meest excentrieke.
Bovendien is hij ook een van de meest omstreden Bijbelse figuren, zeker in onze tijd. Want datgene waar hij voor staat, de mening namelijk dat mensen nood hebben aan bekering, komt blijkbaar van een andere planeet. De mening dat, willen mensen tot levensvervulling komen, ze zich moeten afkeren van het kwaad en zich toekeren naar het goede, die mening staat helemaal haaks op de hedendaagse opvatting die zegt dat ik mij helemaal niet moet bekeren, dat met mij alles in orde is. Zolang ik mijzelf maar ontwikkel en geniet van het leven. Ik moet alleen maar zien dat mijn vrijheid de vrijheid van een ander niet in het gedrang brengt. Maar dat is de enige beperking.

Anders
Toen de apostelen 2000 jaar geleden het evangelie predikten was het helemaal anders. Want zij konden wel uitgaan van het, bij iedereen, bestaande besef van tekortschieten en van schuld. En de godsdienstige opvattingen, de rituele offers en de verschillende filosofieën in die tijd probeerden dat besef en de angst voor goddelijke straffen te milderen.
Het was tegen die achtergrond dat het evangelie zich als “goed nieuws” aandiende. Het was een boodschap van verlossing en genezing voor mensen die wisten dat ze niet voldeden aan wat God of de goden van hen verwachtten. Maar nu is dat helemaal anders. Het christendom moet nu eerst de diagnose prediken, zeggen dat we NIET OKÉ zijn – op zichzelf heel slecht nieuws – voordat er iemand naar een oplossing wil luisteren.
Want alles gaat toch prima met ons. Waarom ons dan schuldgevoelens aanpraten?

Spelletje spelen
De vondst zit hier natuurlijk in het woordje “aanpraten”. In de moraal en de psychologie heeft men altijd al weet gehad van valse, d.w.z. aangeprate schuldgevoelens. En er ook voor gewaarschuwd. Tegenwoordig echter gaan vele mensen ervan uit dat alle schuldgevoelens verkeerd en aangepraat zijn, en dus fout en zelfs ronduit ziekelijk. Terwijl gewone schuldgevoelens, beseffen dat je verkeerd deed, heel gezond zijn. En een stimulans om een beter mens te worden. Je vraagt je toch wel af hoe het zover is kunnen komen. Je vraagt je af hoe het mogelijk is dat wij “zonde”, schuld, schuldgevoel en berouw zomaar bij het groot vuil hebben gezet, of het niets is, alleen maar een restantje van vroeger. Sommigen beweren zelfs dat de Kerk kwaad en zonde nodig had (uitgevonden heeft) om zelf relevant te zijn. Want als er geen zonde is moet je immers ook nergens van verlost worden. Er zijn zelfs mensen die zo ver gaan van te zeggen dat het kwaad niet eens bestaat, of in ieder geval heel relatief is: wat slecht is voor mij kan goed zijn voor een ander.

Realistisch zijn
Mijn God, je kan dat wel zeggen van de regen bijvoorbeeld: goed voor de boer maar erg vervelend als je op het strand ligt te zonnen. Maar je kan het bestaan van kwaad op zich toch niet zomaar uitgommen. Gans onze wereld is er vol van. Kijk naar de natuur: overal wordt er gedood om zelf te kunnen leven. Overal is er ziekte, aftakeling, lijden en sterven. Kijk naar de mensen.
Overal hebzucht en machtswellust, diefstal en doodslag. Het kwaad is er gewoon. Het bestaat buiten ons en het zit ook diep in ons, even reëel als de hang naar het goede. En regelmatig geven wij er ook aan toe. Regelmatig kiezen wij, vaak ook heel bewust, voor het kwaad. En al proberen wij dat dan goed te praten, te relativeren en met drogredenen te rechtvaardigen, diep in ons wéten wij heel goed dat we verkeerd doen. Wij wéten het gewoon. Diep in ons is er immers iets dat zich niet laat misleiden en dat ons heel precies voorhoudt waar het op staat.

Geweten
En dat “iets” kan niet gerelativeerd worden als zijnde helemaal bepaald door de omgeving, de opvoeding of de cultuur, hoewel we dat soms proberen. Dat iets komt van veel dieper. Het komt van God-zelf. Omdat God pure Liefde is verlangt Hij ook dat wij ons voortdurend bekeren, d.w.z. ons afkeren van het kwaad en ons toekeren naar Hem. God heeft ons niet alleen maar geschapen; Hij heeft ons, naar het woord van Augustinus, geschapen naar Hem toe. En dat heeft enorme gevolgen. Want dat wil zeggen dat zonde en kwaad ons wel korte momenten van plezier en voldoening kunnen geven, maar dat een bestaan dat helemaal tegen God en tegen de liefde ingaat, nooit levensvervulling kan schenken. Johannes mag dan al een excentriek voorkomen gehad hebben, zijn oproep tot bekering is nog even actueel en noodzakelijk als 2000 jaar geleden.

Pastorale zones

Zondag 17 juni 2018 – 12de zondag door het jaar (jaar B) 

De wereld vandaag is een heel andere wereld dan de wereld die de meesten onder ons als kind hebben gekend. En de veranderingen zullen zich in de toekomst nog sneller voltrekken.
In zo’n situatie kan het niet anders of ook de Kerk moet zich helemaal anders organiseren, nieuwe methoden ontwikkelen, onbegane wegen betreden. Dit zal niet gebeuren door wat te friemelen aan parochiegrenzen of door hier en daar een Mis te vervangen door een gebedsdienst. Een totaal andere aanpak is hier nodig. Uiteindelijk zal, zoals altijd bij grote breekpunten in de geschiedenis, de weg gewezen worden door grote charismatische figuren zoals de huidige paus er al een is. Ondertussen moeten wij er wel voor zorgen dat het geloof in onze streken niet uitdooft. Een eerste poging daartoe is de vorming van pastorale zones.
De hoofdbekommernis die aan de basis ligt van de vorming van de zones is loskomen uit de in onze tijd onhoudbaar geworden versnippering uit het verleden, om te werken aan de opbouw van een nieuwe, vitale geloofsgemeenschap. Een geloofsgemeenschap waarin christenen de kans krijgen om een diepe verbondenheid met God te beleven en hun inzet voor mensen gestalte te geven. Een geloofsgemeenschap die echt iets kan en wil betekenen voor mensen, ook buiten de Kerk. Die zout van de aarde en gist in het deeg wil zijn. Een gemeenschap van christenen die in onze dorpen en steden warmte en vrede wil verspreiden in de bredere samenleving.

  • In elke zone zal er daarom minstens 1 plaats zijn waar christenen op zondag kunnen samenkomen in vieringen met een zodanige kracht en diepte dat Jezus hen kan omvormen tot leerlingen van Hem. Tot mensen die zich ook onverschrokken durven ‘outen’ als christen. En die vol geest en overtuiging het Goede Nieuws van het Evangelie willen doorgeven. Die opnieuw “evangeliseren” alleen al door hun inzet voor anderen, hun hele manier van zijn.
  • De zone zal erover waken dat diaconie een kernpunt wordt van haar werking. De zorg voor armen, zieken en verschoppelingen heeft altijd centraal gestaan in de werking van de Kerk. Het is goed dat we hen, ook via de instellingen, betrekken in het beleid van de zone. En dat we ook altijd voor ogen blijven houden dat, zoals een kerkvader het zei, “het geld van de Kerk, het geld van de armen is” (zou moeten zijn).
  • En een derde bijzonder aandachtspunt is de catechese. De zorg voor de vorming van kinderen, jongeren en volwassenen.
  • Waar deze 3 samen groeien: de inzet voor evangelisatie en liturgie, het dichter staan bij armen en noodlijdenden en de aandacht voor vorming en catechese, groeien er nieuwe, vitale christelijke gemeenschappen.

Voor elk van deze drie domeinen hebben wij verantwoordelijken gezocht, die later door de bisschop zullen worden aangesteld. En bij deze drie komt nog het onvermijdelijke domein van de financiën.

Bij de keuze heb ik mij laten leiden door drie criteria:

  • Het moesten overtuigde christenen zijn.
  • Die zich ook echt willen inzetten voor de Kerk en daar voldoende tijd willen voor uittrekken.
  • Ze moesten niet over alles hetzelfde denken als ik, maar ze moesten wel collegiaal kunnen werken en in ieder geval een stuk jonger zijn dan ik.

Dit zijn ze:

  • Chris Nys (evangelisatie)
  • Agnes Vanhellemont (diaconie)
  • Gert Janssens (catechese)
  • Voor het domein financiën gaat de zoektocht naar een verantwoordelijke verder.

De bedoeling is dat ieder van hen zelf een groepje medewerkers om zich heen verzamelt.

Uiteraard houden wij u verder op de hoogte.

Tevreden ouder worden

Zondag 10 juni 2018 – 11de zondag door het jaar (jaar B) 

In de lezing van vandaag heeft Jezus het over een wel heel bijzonder soort kwaad: over de “zonde tegen de H. Geest”. Het begrip is al bijna even duister als de zonde zelf, want maar heel weinig mensen weten precies wat ze zich daarbij moeten voorstellen. In grote lijnen komt het hier op neer dat je heel bewust weigert in te gaan op het aanbod van vergeving en mogelijkheid tot nieuw leven dat God je aanreikt. Zondigen tegen de H. Geest is heel goed weten dat je niet goed bezig bent én dat de Vader (zoals in de parabel) op de uitkijk staat om je terug in zijn huis op te nemen, je te vergeven en je terug aan te nemen als zijn zoon. En er toch niet op ingaan. Uit gewoonte, uit onmacht, omdat je verslaafd bent aan die andere manier van leven. Of gewoon omdat je een leven zonder God veel leuker vindt. Terwijl je heel goed weet dat het niet goed is wat je doet. Het bijzondere dus is, dat mensen die niet geloven deze fout niet kunnen begaan. Het gaat immers over: zeer goed weten dat God het goed met je voorheeft, je wil helpen en steunen om je manier van leven over een andere boeg te gooien, wéten, beseffen dat wat God van je wil het juiste is, en het tóch niet doen.

Dwarsliggen
Denk niet te vlug: “Dat kan toch niet”! Want het komt veel vaker voor dan we misschien denken. Op wel duizenden verschillende manieren. De variante waar Jezus waarschijnlijk het vaakst mee geconfronteerd werd, was de typische houding van de Schriftgeleerden en de farizeeën. Jezus kreeg het voortdurend met hen aan de stok omdat ze zich door hem bedreigd voelden. Ongewild ondermijnde Hij hun gezag en bijgevolg ook hun positie en hun macht. En daar gaat het natuurlijk altijd om in dat soort conflicten. Misschien zelfs bij elk conflict. Het kan niet anders of de meest verstandige en de echt godsdienstige farizeeën moeten wel beseft hebben dat Jezus niet zomaar een oproerkraaier of een misleide profeet was. En dat wat Hij zei en deed wel echt van God moest komen. Zij moeten het beseft hebben! Maar ze duwden het weg. Hij werkte met de duivel, zeiden ze dan maar, als ze Hem niet konden vangen of ergens van beschuldigen. Maar dat geloofden ze zelf niet. Jezus moest gewoon weg omdat Hij hun macht bedreigde. Dat is zonde tegen de H. Geest. Weten dat je gedrag of je motieven niet goed zijn, tegen God ingaan, en het toch doen.

Zegen
En terwijl ik dit schrijf besef ik ineens dat je over die dingen eigenlijk pas echt begint na te denken als je wat ouder wordt. Heiligen en mensen die gefascineerd zijn door het menselijk gedrag in het algemeen, zijn daar waarschijnlijk veel vroeger mee bezig. Maar voor gewone stervelingen zoals u en ik moet, denk ik, eerst de “Sturm und Drangperiode“ een beetje voorbij zijn. Wie volop bezig is met een carrière op poten te zetten, een gezin te stichten en zijn leven op een zinvolle manier uit te bouwen, die is waarschijnlijk meer bezig met werken en beslissingen nemen dan met filosofische beschouwingen. Pas wanneer je ouder wordt heb je daar meer gelegenheid en misschien ook meer goesting voor. Mede ook daarom kan ouder worden een zegen zijn. Tenminste als je ook de moed en het verstand hebt om een levensritme aan te nemen dat op de meest natuurlijke wijze bij je leeftijd past. Als je, in plaats van krampachtig te willen tonen dat je nog jong bent, het wat kalmer aan doet – ook al ben je nog volkomen gezond – wat rustiger wordt, meer van de natuur geniet, wat meer leest en nadenkt.

Ontnuchtering
Dan kan het gebeuren dat je begint te merken dat je leven niet altijd even vlekkeloos verlopen is. Dat je motieven niet altijd zuiver waren, dat je heel veel met jezelf bezig geweest bent. Dat je mensen en situaties gebruikte voor je eigen gemak en glorie. En dat je absoluut niet zo charmant en hulpvaardig in het leven stond als je zelf altijd graag hebt willen geloven.
En het eigenaardige is: je wil dat niet langer wegredeneren. Dat besef maakt je ook niet somber of droefgeestig. Integendeel, precies door dat besef begin je in te zien dat ouder worden ook een geschenk is. Een kans.
Je krijgt een soort extra-time om te groeien. Om wat verkeerd liep goed te maken, houdingen te verbeteren, foute beslissingen recht te zetten. Om, alsnog, een ander mens te worden. En je wil dat ook. Het maakt je zelfs blij. Tenminste als je gespaard blijft van voortdurende pijn, want dat maakt veel onmogelijk natuurlijk. Maar de gewone ongemakken van het ouder worden neem je er graag bij.

Dankbaar
Voor mij persoonlijk is het een van de meest genadevolle ervaringen in mijn leven. Ook al besef ik nu heel klaar dat ik heel mijn leven veel meer geflirt heb met de zeven hoofdzonden dan ik vroeger ooit had willen toegeven of zelfs maar voor mogelijk had gehouden. Toch is er nu vooral dat diepe dankbare besef dat ik nog kansen krijg om te groeien, omdat ik duidelijk mag zien wat er fout liep en ook hoe ik er wat aan kan doen. Dat, terwijl fysiek alles langzaam minder wordt en dicht plooit, de ouderdom – geestelijk dan – de meest vruchtbare periode van mijn leven is. Dat besef is pure genade. Ik ben er God heel dankbaar voor.

Het wordt kouder

Zondag 3 juni 2018 – Sacramentsdag (jaar B)

Vorige week zagen we hoe de roemloze ondergang van het communisme nog maar eens bewees dat je een menslievende en broederlijke levenshouding niet kunt afdwingen met wetten en verordeningen.
Het lijkt er zelfs op dat elke idealistische beweging die zich gaat bedienen van wetgeving en staatsgezag, noodzakelijkerwijze eindigt met het gebruik van brandstapel, guillotine, Goelag-archipel en het afmaken op grote schaal van al dan niet vermeende tegenstanders. Je kan nooit een hele bevolking dwingen om moreel hoogstaand te leven. Er zullen altijd mensen zijn die dat niet willen of niet aankunnen. Of gewoon doen alsof, en het hele systeem gebruiken voor eigen gewin. Menslievend, broederlijk en moreel hoogstaand in het leven staan moet uit je hart komen, je kan dat zomaar niet opleggen. Je kan vanuit een gezagspositie alleen proberen de mensen te helpen om tot een meer moreel gedrag te komen.

Moraal
Vanaf de dageraad van de mensheid is dat altijd de rol geweest van de godsdienst. Godsdiensten verschillen van elkaar en hun methoden waren ook niet altijd even zachtzinnig. Maar zij zijn het altijd geweest die de mensen inspireerden om het goede te doen en het kwade te laten.
En wát goed en kwaad was, dat werd eveneens bepaald door het geloof.
En hierin kwamen ze in ieder geval sterk overeen. Moord en diefstal zijn slecht. Naastenliefde en inzet voor de zwakken zijn goed. En dat geldt voor alle tijden en voor elk geloof. En hier begint zich nu een gigantisch probleem af te tekenen voor de toekomst van Europa. Europa, zeker West-Europa, dat de secularisatie al bijna voorbij is en in ijltempo een samenleving zonder God wordt. De vraag is wat er, als het zover is, gebeurt met de moraal als de dragende grond en inspiratie ervan verdwijnt.
Wij hebben geen enkele zekerheid, zelfs geen enkel zicht op wat er dan gaat gebeuren. Nooit eerder immers, in de miljoenen jaren menselijke geschiedenis, hebben wij in zo’n situatie gestaan: een maatschappij die in haar geheel goddeloos is. En het is zeer de vraag of je wel een moraal kan gronden op iets anders dan op God, op een dringend appel dat van buiten onszelf komt. In ieder geval blijken alle pogingen om moraal te gronden op bijvoorbeeld de wetenschap of de biologische natuur van de mens, niet bestand tegen ernstige kritiek.

Nieuwe religie
Er is nog meer. Het zou waarschijnlijk minder dramatisch zijn als het christendom hier bij ons op waakvlam zou komen te staan, minder zichtbaar aanwezig in de samenleving. Maar waarbij er wel een soort christelijke “fond“ bij de mensen zou overblijven. Dit scenario wordt echter meer en meer onwaarschijnlijk omdat het christelijk geloof niet alleen heel erg verzwakt is, maar ook steeds duidelijker vervangen wordt door een ander geloof. Neen, niet door de islam, maar door de vergoddelijking van rijkdom en economische groei. Nooit eerder, zei iemand me onlangs, is Europa zo religieus geweest als nu. Alleen is het vereren van God vervangen door de aanbidding van de mammon, de geldgod. En de nieuwe godsvrucht is fanatieker dan ooit en kent geen enkele rem. Iemand die mij zeer vertrouwd lijkt met de wereld van economie en financiën zei daarover: “Er is geen dak meer boven onze wereld, er is geen plafond meer”. Het enige wat gezagsdragers nog bezighoudt is economische groei. Onbeperkt. Altijd maar meer. Tot in het oneindige. Er wordt niet over nagedacht. Het is krankzinnig. Het is pure fascinatie voor het Ultieme Dogma: Economische Groei.

Minder fraai
Je mag echter bij dat nieuwe en ultieme dogma toch wel enkele ketterse gedachten leggen. Over de gevolgen van die obsessie bijvoorbeeld.
Gevolgen als: de uitputting van onvervangbare natuurlijke hulpbronnen, verloedering van het milieu, uitbuiting van zwakke landen, oorlogen, kindsoldaten, moderne slavernij. Dat voor wat betreft de gevolgen voor de niet-westerse wereld. Een wereld die nooit even welvarend als wij zal worden als wij niet bereid zijn tot minderen. En die bereidheid is er niet. Totaal niet. Maar er zijn ook gevolgen voor onze eigen maatschappij. Het tomeloos najagen van het mythische droombeeld van eindeloze economische groei maakt ook dat wij steeds hardvochtiger zullen optreden tegen diegenen die gezien worden als een rem op die “vooruitgang”.
Mensen die alleen maar kosten in plaats van op te brengen worden een blok aan ons been . . . Als er niets grondig verandert, is het niet mooi wat op ons afkomt. Zusters en broers, ik ben er mij van bewust dat dit geen opgewekt preekje geworden is. Maar wij moeten daar toch ook eens durven bij stilstaan. Wij zijn niet goed bezig. Er zijn steeds meer tekenen die erop wijzen dat mét God, ook de menselijkheid uit de samenleving verdwijnt.
Niemand kan voorspellen wat er gebeurt als de laatste generatie die nog beïnvloed is door godsgeloof verdwijnt. Maar de eerste tekenen laten het ergste vermoeden. Laten wij minstens proberen er iets aan te doen.