Er is iets

Zondag 1 juli 2018 – 13de zondag door het jaar (jaar B) 

Het gaat u wellicht niet verbazen als ik zeg dat ik in preken graag eigen inzichten verwerk, er eigen accenten in leg en nooit iets afschrijf uit een boekje.
Van de andere kant is het echter ook zo dat ik zelden iets zal neerpennen zonder eerst mijn licht eens op te steken bij wat anderen over het onderwerp denken.
Om te weten wat mensen die veel meer onderlegd zijn dan ik, kerkvaders, heiligen maar ook hedendaagse theologen, daarover schrijven.
Vaak kan ik daarbij heel verrassende en vooral ook deugddoende inzichten opdoen waar ik zelf nooit zou zijn opgekomen.
Hier geldt trouwens wat geldt in alle domeinen van het leven. De dag dat je meent dat je zelf alles weet, dat niemand je nog iets kan bijbrengen, ben je niet volleerd maar eerder rijp voor een instelling.

Voorspelbaar
Omdat ik denk (en hoop) dat het met mij nog niet zover is, las ik dus ook nu weer een stukje van een (waarschijnlijk Leuvense) theoloog, om te zien wat die dacht over de wonderen in het evangelie van vandaag.
Ik had me eigenlijk de moeite kunnen besparen. Want – volkomen voor- spelbaar – begon hij al met te zeggen dat we die wonderverhalen niet letterlijk mochten nemen.
Om te beginnen is dat een erg gratuite bewering, want hij kan dat onmogelijk zeker weten.
Van de andere kant is het natuurlijk wel zo dat we met de tijd zijn gaan inzien dat de Bijbel vaak een evocatieve taal gebruikt, een taal die niet een wetenschappelijke beschrijving wil geven van feiten maar die, zoals poëzie, beelden gebruikt om een diepere werkelijkheid op te roepen. Een diepere werkelijkheid, die ons te boven gaat en die we niet in gewone woorden kunnen vatten.
Omdat God ons volledig overstijgt, valt alles wat met Hem te maken heeft in deze categorie en kunnen we dus ook niet anders dan naar beelden grijpen om het onbeschrijflijke proberen te beschrijven.

Magertjes
Op zich is het dus zeker niet verkeerd dat een theoloog ons waarschuwt dat we, lezend in de Bijbel, niet te vlug alles letterlijk moeten nemen.
Wat mij vooral interesseerde was het vervolg van zijn betoog, en te vernemen hoe wij volgens deze godgeleerde man die wonderverhalen dan wél moesten begrijpen.
Maar jammer genoeg bleek ook die uitleg erg voorspelbaar.
Eigenlijk kwam het erop neer dat Jezus een soort “super-coach” was, iemand die anderen moed en zelfvertrouwen gaf en hen ertoe bracht hun grenzen te verleggen, boven hun beperkingen uit te stijgen. “Plus est en vous”, weet je wel. Jezus als therapeut.
Natuurlijk was Jezus dat ook.
Ik kan me hem moeilijk anders voorstellen dan als een ongewoon krachtige man, die met zijn indringende en tegelijk liefdevolle blik mensen ertoe brengt om voluit te leven.
Maar Jezus is méér dan een goeroe of een coach. En een wonderlijke genezing is meer dan een psychotherapeutisch feit.

Toeval?
Theologen die alles willen terugbrengen tot wat voor mensen begrijpelijk en verklaarbaar is, trappen in de levensgrote valkuil van het atheïsme.
Wij kunnen echter met ons verstand en onze wetenschap wel de Schepping doorgronden maar niet de Schepper ervan. Al vraagt het wel wat moed om dat te erkennen.
Bijbel en evangelie proberen ons iets bij te brengen van een werkelijkheid die wij met ons verstand niet helemaal kunnen vatten, maar waar wij (bijna instinctief) weet van hebben.
Als mensen zeggen “dat er iets is” dan hebben ze het dáárover. Dan hebben ze het over het diepe weten dat wij niet de laatste werkelijkheid zijn. Dat er iets is dat ons helemaal overstijgt.
Dat ons misschien zelfs geschapen heeft en ons draagt. En dat laatste ervaren mensen ook regelmatig. Gebeurtenissen, situaties in je leven die je niet kan blijven afdoen met “toeval”.
“Er is iets” zeggen mensen dan.
Welnu, het is op dat algemene aanvoelen van dat “iets” dat wij ons moeten concentreren als wij in onze tijd terug willen evangeliseren. Als wij in onze tijd mensen over ons geloof willen spreken laten wij de “christelijke waarden” beter nog even in het kastje zitten.
Wie echt gelooft zal allicht ook wel geneigd zijn de waarden te beleven. Maar omgekeerd is vanuit het kennen van de waarden nog nooit iemand gelovig geworden.

Evangeliseren
Laten wij ons dus concentreren op dat “iets”. Dat iets heeft bovendien het grote voordeel dat bijna iedereen er op een of andere manier weet van heeft, er al ervaring mee heeft opgedaan.
Deze dagen kijken wij meer dan anders naar het voetbal op tv. Het is op z’n minst opmerkelijk als je zo’n wereldsterren ziet een kruis slaan, op hun knieën vallen, er ingetogen bidden met een overtuiging die ik nog maar zelden bij nonnetjes en paters heb waargenomen.
De jongens van de pers, die je niet elke zondag in de kerk ziet, die roepen dan natuurlijk in koor “bijgeloof” en “ritueel”.
En dat zal uiteraard wel meespelen. Zolang wij niet voor God staan van aangezicht tot aangezicht zal ons bidden nooit helemaal zuiver zijn.
Maar het is duidelijk dat deze wereldsterren, die zelf door miljoenen aanbeden worden als halfgoden, er diep van overtuigd zijn dat er een Kracht is die alle coachen, sponsors, supporters, roem en geld overstijgt.
Het is die Kracht, het is God-zelf die wij terug ter sprake moeten brengen als wij in deze tijd opnieuw willen evangeliseren.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s