Niets is wat het lijkt

Zondag 26 augustus 2018 – 21ste zondag door het jaar (jaar B)

Het gebeurt niet vaak dat alle twee de lezingen van de zondag aanleiding kunnen geven tot serieuze misverstanden en discussies.
Laten we beginnen met het evangelie waarin Jezus zegt: “Als gij mijn vlees niet eet en mijn bloed niet drinkt, kunt gij het leven niet bezitten”. Velen van zijn volgelingen zijn zwaar gechoqueerd door die woorden. En terecht. De woorden doen denken aan heidense rituelen en aan mensenoffers, een gruwel die de Joden al sinds de tijd van Abraham achter zich gelaten hadden.
En toch gebruikt Jezus deze woorden. En dat kan alleen maar betekenen dat elke andere formulering een afzwakking zou zijn van wat Hij werkelijk bedoelt.

Sacrament
Wat Jezus ons zegt is dat als wij het echte leven willen bezitten, wij helemaal één moeten worden met Hem. Dat wij dus niet een bepaald moreel gedrag of deugdzame levensstijl moeten aannemen, maar dat wij zijn lichaam en zijn bloed, d.w.z. zijn hele persoon in ons moeten opnemen. Ons helemaal verenigen met Hem.
Vandaar het Sacrament: de mogelijkheid om tot die wonderlijke vereniging te komen met Jezus. Mij zal je dus zeker nooit horen zeggen dat de communie een “diep symbool” is. Het is oneindig veel meer. Wanneer wij de vaste wil hebben om, zoals Jezus, gebroken brood en wijn, leven gevend voedsel te worden voor mensen, en als wij daarom vereniging zoeken met Hem, komt Hij werkelijk onder ons. En hoe meer Hij deelneemt aan ons leven, hoe meer wij opgenomen worden in het zijne.
Als wij dat goed beleven, dan worden wij getuigen van een van de meest wonderlijke paradoxen van het christendom: hoe meer Christus deel wordt van ons leven, hoe meer onze eigen persoonlijkheid uit de verf komt. We moeten dus geen angst hebben dat onze persoonlijkheid in dat proces gaat weggedrukt of tekortgedaan worden.
Persoonlijkheid is niet iets dat diep in ons als een embryo verscholen ligt en tot ontwikkeling moet gebracht worden. Persoonlijkheid is iets dat pas echt tot bloei komt in contact met de Heer. Maar dat is natuurlijk een uitspraak die komt uit de geloofservaring. Een psycholoog zal je zoiets nooit horen zeggen. Het klinkt ook zo ongelooflijk, dat je het inderdaad eerst moet ervaren eer je het kan geloven. Maar dát bedoelt Jezus dus met “Wie mijn vlees eet . . .”

Pragmatisch
En dan is er nog een ander, zo mogelijk nog gevoeliger varkentje dat vandaag moet gewassen worden, namelijk de uitspraak van Paulus in de eerste lezing, waar hij zegt dat de man het hoofd is van het gezin. Dat de vrouw het gezag van de man moet aanvaarden. Om te beginnen dit: gemakshalve wordt nogal eens vergeten dat Paulus er ook bij zegt dat ze elkaars gezag moeten erkennen.
Maar vooral: hij zegt nadrukkelijk dat de man zijn vrouw moet liefhebben zoals Christus de Kerk heeft liefgehad, en zich voor haar heeft overgeleverd. Paulus zegt hier noch min noch meer dan dat de man zo moet liefhebben dat hij bereid is zijn leven te geven voor zijn vrouw.
Maar waarom sprak hij dan niet door, waarom ging hij niet verder?
We zijn hier getuigen van een stukje gezond verstand. Je mag het zelfs gerust noemen: het geniaal pragmatisme van Paulus en van de eerste christelijke leiders. Blijkbaar waren ze zich heel scherp bewust van het vuur dat ze in handen hadden, van de explosieve maatschappij-onderuithalende kracht die in het christendom verborgen zat. En dus besloten ze niet onnodig te bruuskeren, de structuren voorlopig gerust te laten, maar van binnenuit mens en maatschappij te vernieuwen.

Wijs
Enkele weken geleden zagen we dat nog i.v.m. de slavernij. De eerste christenen hebben bij de Romeinse senaat geen petities ingediend om de slavernij af te schaffen. De tijd was daar niet rijp voor en zijzelf waren dat wellicht ook niet. Maar ondertussen traden de slaven massaal toe tot de Kerk.
Want daar, in de gemeenschap van christenen, werden ze voor het eerst in de geschiedenis behandeld als mensen, als broeders.
En zo was dat ook met de positie van de vrouw. Paulus was geen stichter van Womens’ Lib Movement en Dolle Mina. Maar in een maatschappij waarin sinds mensenheugenis vrouwen als kinderen werden uitgehuwelijkt of het om koopwaar ging, stelde hij de liefde als fundament van het verbond tussen man en vrouw.
Paulus liet dus de façade ongemoeid. Hij bezag de zaken praktisch.
Hij was een wijs man. Tenslotte moet in het gezin, zoals in elk verbond, iemand leiding nemen. Laat dat dan de man maar zijn, zoals dat al altijd zo geweest is. Maar vanaf dan is er het gebod van de liefde als fundament. En zal de man zelfs zijn leven moeten geven voor zijn vrouw.

Ontwikkelingen
Latere eeuwen hebben bewezen dat het pragmatisme van Paulus de explosieve, revolutionaire kracht van het christendom intact heeft gelaten.
En dat die bleef doorwerken, zelfs in stromingen die ingingen tegen een bij tijden vastgeroeste Kerk.
Zoals ook God zelf trouwens zich steeds verder openbaart in de tijd, naarmate onze kennis toeneemt. Zo ook het christendom dat blijft doorwerken, zelfs in een opnieuw heidens wordende wereld.
Want hoe opgewonden wij ook wijzen naar Galilei en naar Darwin, naar de Verlichting en naar het marxisme, naar het verschijnen van de rechtstaat en het democratische denken, zelfs die wereldse ontwikkelingen hebben zich niet toevallig hier wel voorgedaan en niet bij de Azteken of in Indië of in Afrika.
Uiteindelijk heeft het allemaal te maken met de Man uit Nazareth.
Zonder Hem is het andere gewoon ondenkbaar.

Geloof: natuurlijk, nuttig en gezond

Woensdag 15 augustus 2018 – Onze-Lieve-Vrouw Ten Hemelopneming (kerkelijk jaar B)

Sigmund Freud leefde in een tijd van strenge kerkelijke moraal en van burgerlijk fatsoen. Een tijd waarin de Victoriaanse preutsheid nog volop doorwerkte.
En een van zijn grootste ontdekkingen was het verband tussen het onderdrukken van seksuele gevoelens en allerlei ziekten, lichamelijk zowel als psychisch. Dat was toen. Freud stierf in 1939.
Op dit ogenblik hebben we mei ’68 gehad en de hele seksuele revolutie en komt extreme onderdrukking van erotische verlangens waarschijnlijk nog wel voor bij enkelingen, maar het is zeker geen maatschappelijk verschijnsel meer.
Tegelijk tekent zich nu een andere tendens af. Psychiater Van den Berg was de eerste die het nieuwe fenomeen benoemde: mensen die in toenemende mate ziek worden door de afwezigheid van God, het onderdrukken zelfs, van elke gedachte aan God.
Die visie had eerst heel weinig succes. Tot voor kort geloofde men immers bijna blindelings het atheïstische dogma dat religieuze overtuigingen en gevoelens aangepraat zijn. Dat religie door opvoeding en onderwijs de kinderen ingepompt wordt. Indoctrinatie dus. Maar het wordt steeds duidelijker dat die opvatting onzin is. Bepaalde beelden, voorstellingen en verhalen worden natuurlijk wel doorgegeven. Maar het religieus-zijn zelf wordt ons absoluut niet aangepraat.
Het besef dat we deel uitmaken van een groter geheel dat ons draagt en tegelijk ook helemaal overstijgt, dat besef zit diep in ons en hangt samen met ons menszijn. “Gij hebt ons geschapen naar U toe” zei Augustinus 1.600 jaar geleden, en elk nieuw onderzoek in onze tijd bevestigt zijn woorden: het religieuze zit in ons, het is van alle tijden en van alle culturen, het hangt helemaal vast aan ons menszijn.
Als er iets ons aangepraat wordt, dan is dat atheïsme.

Positief
Geloven doen we spontaan, het zit in onze natuur. Bovendien blijkt geloven ook heel gezond te zijn.
Elk wetenschappelijk gefundeerd onderzoek daaromtrent (en daar wordt heel veel onderzoek naar gedaan) wijst in dezelfde richting: mensen die geloven zijn doorgaans niet alleen gelukkiger maar hebben, statistisch bewezen, ook aanzienlijk minder last van een zeer groot aantal ziekten.
En daarbovenop wijzen onderzoeken uit dat gelovige en praktiserende mensen doorgaans ook maatschappelijk meer betrokken zijn en zich sociaal meer inzetten dan andere mensen.
Waarom zeg ik dat nu allemaal? Zeker niet om triomfalistisch te doen, want dat zou wel erg misplaatst zijn in deze tijd van bijna volledig wegdeemsteren van het geloof.
Maar opdat wij er ons meer bewust zouden van worden dat gelovigen zich niet moeten verantwoorden. De bewijslast ligt niet bij ons, wij hoeven niets te bewijzen. Religieus geloof is natuurlijk, het is algemeen menselijk, het gaat niet in tegen ons verstand, het is gezond voor de individuele mens en het werkt ook gunstig voor de gemeenschap.
Wie kan bewijzen dat ongeloof het beter doet, mag dat altijd proberen.
Je kan natuurlijk ook zeggen: Kerk en geloof hebben niet alleen veel goeds gedaan, zij waren soms ook oorzaak van veel ellende. Dat is juist. Maar mensen maken nu eenmaal misbruik van dingen die goed zijn op zich, zoals geloof, vaderlandsliefde, wetenschap en zelfs kunst.
Niet-gelovige mensen en instellingen doen dat trouwens evenzeer als gelovigen.
Maar hoe komt het dan dat de secularisering zo snel en zo grondig is gegaan? Toch niet omwille van de “argumenten” van het atheïsme, ook niet die van de zogenaamde “nieuwe atheïsten”, want die “argumenten” zijn zo oud als de straat en al honderd keer weerlegd. Ik denk, gewoon omdat ongeloof nu eenmaal beter past bij onze huidige welvaart en onze libertijnse levensstijl. Geloof wordt als je veel geld en kansen hebt iets hinderlijks, een pretbederver eigenlijk.

Onbehagen
En toch voelen velen zich in die huidige situatie steeds minder happy.
Zij missen iets.
Dat komt omdat wij, zoals gezegd, vanuit onze natuur gelovig zijn.
Maar ook om nog iets anders. Onze cultuur, ons denken en zelfs ons politiek handelen zijn helemaal doordrongen van het christelijk geloof.
Terwijl wij over dat christelijk geloof steeds minder weten. Wij kennen bijna alleen nog de aberraties ervan.
Veel tijdgenoten kennen bijvoorbeeld wel de onzin en de leugens die erover verkocht worden in de “Da Vinci code”. Maar wanneer zij voor een religieus schilderij van Da Vinci staan weten ze niet waar hij het over heeft. Het lijkt wel of onze navelstreng is doorgesneden.
Wij zijn ontheemden geworden, vreemden in eigen huis.
En daarom gaan er, juist vanuit ongelovige hoek, steeds meer stemmen op om terug meer ruimte te geven aan het christendom, maar dan een christendom zonder God.
Een soort cultureel christendom, een moreel christendom, een christendom van waarden. Een christendom van de onzin dus.
Want christendom is nu eenmaal niet verkrijgbaar zonder God.
Trouwens, dat soort christendom zonder God hebben we eigenlijk al.
Dat is precies wat we nu hebben in het Westen. Maar het is een lege doos.

Gewoon doen
Waarom het in godsnaam zo moeilijk maken?
Laten wij gewoon terug meer aandacht opbrengen voor God in ons leven en voor ons geloof. Er wat aan doen.
Niemand zal ontkennen dat een zekere secularisering nodig en nuttig was omdat het geloof, zeker in sommige landen, te drukkend en te bevoogdend aanwezig was. Maar die secularisatie is te ver doorgeschoten en is atheïsme geworden.
‘Overreacting’ is nooit goed. Nederland bijvoorbeeld, waar ze tot voor kort rondliepen met zwarte kousen tot onder hun kin, is een door-en-door atheïstisch land geworden. Wij mogen het zover niet laten komen.
Vooral ook omdat dat atheïsme, omwille van de hogergenoemde redenen, waarschijnlijk van voorbijgaande aard is.
En het is niet goed op een trein te springen die nergens naartoe rijdt.
Laten we het verdere afglijden tegengaan. En ons bewust opnieuw keren naar het geloof dat alles heeft om van ons bevrijde en gelukkige mensen te maken.
En laten we het ook terug doorgeven aan onze kinderen. Niet zozeer omdat dat onze plicht zou zijn, maar omdat onze kinderen daar recht op hebben in een wereld van vooral leegte en lawaai.

Wonderen

Zondag 12 augustus 2018 – 19de zondag door het jaar (jaar B)

De vroegere pastoor van Roosbeek, Mr. Cleynen, had een oom die toen hij 90 was nog korte ritjes deed op z’n paard.
Maar ja, 90 is 90 en stilaan begon hij toch last te krijgen van allerlei kwaaltjes en ongemakken. Maar wanneer hij dan zijn huisarts daarover aansprak kreeg hij altijd weer hetzelfde te horen: het in de hedendaagse geneeskunde legendarisch geworden advies “daar moet ge leren mee leven”.
Waarop oompje dan telkens zijn vermanend vingertje naar boven haalde om op plechtige toon tegen de huisarts te zeggen: “Dokters zijn er tegenwoordig genoeg, maar geneesheren, dat is wat anders.”

Eigen kracht
Hoe sympathiek dit kranige oompje ook was, hij had toch niet helemaal gelijk. Immers, ook geneesheren genezen je niet echt, toch niet in de strikte zin van het woord. Anders zouden het wonderdoeners zijn.
En geneesmiddelen genezen je eigenlijk ook niet.
Ons lichaam bezit een geweldig vermogen om spontaan te herstellen, om wonden te genezen en ziekten te bevechten. Je ziet dat heel goed als je een kleine verwonding of een lichte aandoening opgelopen hebt.
Geef je lichaam de nodige tijd en het geneest zichzelf. Men noemt dat, met een groot woord, het regeneratievermogen van ons lichaam.
Soms echter zijn wij zo verzwakt of is de ziekte zo sterk dat het vermogen van ons lichaam om zichzelf te herstellen moet geholpen worden.
En dat is nu precies wat artsen en geneesmiddelen doen. Ze proberen dat oorspronkelijke vermogen om zichzelf te genezen te versterken of te activeren.

Teken
Iets gelijkaardigs vind je terug bij de meeste wonderen die in de Bijbel vermeld worden. Neem nu de wonderbare broodvermenigvuldiging.
Jezus zorgt niet voor een wondermiddel waardoor de honger van de mensen verdwijnt en ze nooit meer honger krijgen. En hij zorgt er ook niet voor dat geen enkele arme in Israël of in de hele wereld nooit nog tekort zou hebben. Jezus is geen tovenaar uit een fantasy reeks op tv. Jezus is een Icoon van God.
Zijn wonderen zijn altijd tekenen. Tekenen van de zorg van God voor zijn mensen.
Op een gegeven moment zijn enkele duizenden mensen hem, volgens het verhaal, al dagen aan het volgen en ze krijgen honger. Maar blijkbaar zijn er maar 5 broden beschikbaar. Het spreekt echter vanzelf dat de meesten van hen een goedgevulde zak met proviand bij hebben, anders waren ze allang terug naar huis. Wat Jezus hier via zijn woorden en via zijn uitstraling bereikt is dat iedereen begint te delen met iedereen. En ineens is er overvloed.
Als je weet hoe hebberig wij zijn en hoe wij normaal reageren, besef je dat dit wonder veel spectaculairder is dan welk toverkunstje ook.

Geloof
Maar zo’n wonder kan dus, als je maar echt gelooft. Geloven is het sleutelwoord.
En op de eerste plaats werkt geloof op het stimuleren van de kracht die in onszelf zit. Denk aan de geneeskunde. Telkens als wij een dip doormaken, neerslachtig zijn, heel veel verdriet hebben, geen uitkomst meer zien, gaat geloof ons helpen door de genezende kracht die in ons zit te mobiliseren en onze moeilijkheden te overwinnen.
Jezus zegt: geloof dat wat je vraagt, je al verkregen hebt – dat de oplossing bij manier van spreken al “onderweg is” – en je zal het verkrijgen.
Het is wat Mariah Carey en Whitney Houston in hun liedje “When you believe” zo prachtig onder woorden brengen.
Maar is gebedsverhoring dan het resultaat van een succesvol psychologisch trucje? Neen. Het gaat niet om trucs, gegoochel of magie.
Normaal zal God niet ingaan tegen zijn eigen schepping.
Niet tegen onze natuur, niet tegen ons verstand en niet tegen onze psychische mechanismen. Zelfs de meest opzienbarende genezingen – en regelmatig zijn daar meldingen van – gaan niet tegen de natuur in, gaan over duizelingwekkend versnelde natuurlijke processen.

Suggestie?
Maar de vraag blijft: gaat het dan toch niet om een psychologische truc die deze processen op gang zet?
Zoals bij het gebruik van placebo’s: het werkt, zolang je maar gelooft dat het water dat ze je inspuiten een wonderlijk geneesmiddel is. Het antwoord is andermaal neen. En wel om deze reden.
Het niet te ontkennen succes van placebo’s is gebaseerd op bedrog. Eens dat je dat door hebt werkt het niet meer. Bij religieus geloof is dat helemaal anders. Hoe vurig je ook gelooft, je krijgt bijna nooit wat je precies vraagt.
God staat duidelijk niet voortdurend klaar om jou op je wenken te bedienen.
Maar terwijl je financiële toestand verder achteruitgaat of je vrouw je toch definitief verlaat of een geliefd iemand toch doodgaat, ben je uit het hele proces toch sterker uitgekomen. Omdat je heel die tijd van beproeving hebt mogen ervaren dat God je draagt en van je houdt, je nooit zal laten vallen.
En dat geeft enorme kracht en een eigenaardig soort blijheid in al je miserie.
Je gaat ook meer zelf de handen uit de mouwen steken, je meer inzetten en minder vlug ontmoedigd zijn.
Misschien is dat wel het grootste mirakel van God: dat Hij ons krachtig helpt om zonder mirakelen toch ten volle te leven.
Waar het werkelijk om gaat is: het weten dat God je draagt, dat – wat je ook overkomt – je veilig bent in zijn hand.

Maar
Dit gezegd zijnde is het echter duidelijk dat je als christen ook openstaat voor miraculeuze zaken waarbij je verstand tilt slaat.
Wij kunnen niet anders. Immers, het centrale thema van ons geloof, de verrijzenis van Christus, is er zo al een.

Méér dan brood en spelen

Zondag 5 augustus 2018 – 18de zondag door het jaar (jaar B)

Economie, dat is de bedrijvigheid die probeert ervoor te zorgen dat de behoeften van de mensen zo goed mogelijk bevredigd worden.
Dat is natuurlijk geen academische definitie, maar ik denk dat het daar wel ongeveer op neerkomt.
Je hebt natuurlijk soorten behoeften en daar zit ook een duidelijke gradatie in.
Je hebt bijvoorbeeld de basisbehoeften aan eten en drinken waar op de allereerste plaats aan moet voldaan worden.
Een staatsbestel dat heel veel zorg draagt voor het leger of de Schone Kunsten maar er niet in slaagt zijn bevolking van het nodige voedsel te voorzien krijgt binnen de kortste keren een revolutie op zijn dak.
Vandaar dat de Romeinse oorlogsvloot bijvoorbeeld, bijna uitsluitend diende om de zeeroverij te bestrijden en ervoor te zorgen dat het graan van Egypte ongehinderd in Rome geraakte.
Want daar moest een miljoenenbevolking rustig gehouden worden.

Amusement
De Romeinen hebben nog een tweede grote ontdekking gedaan op het gebied van de staatshuishoudkunde. Ik weet eigenlijk niet of ze het zelf uitgevonden hebben, maar ze hebben het in ieder geval als eersten op grote schaal en met groot succes toegepast: het inzicht namelijk, dat je als overheid niet alleen voor brood moet zorgen maar ook voor amusement. Je moet de mensen ook bezighouden. Het moet ook allemaal een beetje plezant zijn.
Misschien kan je dat “Brood en spelen” van de Romeinen naar onze tijd toe als volgt vertalen. De overheid moet er niet alleen voor zorgen dat er voldoende werkgelegenheid is. Ze moet ook de organisatie van muziekfestivals en sportevenementen promoten en nog duizend andere zaken meer, die moeten maken dat de mensen op een aangename manier hun vrije tijd kunnen invullen, hun geld laten rollen en daarmee ook de economie stimuleren.
Zodat er nieuw geld en nieuwe jobs gecreëerd worden en de mensen nog meer kansen krijgen om hun leven aangenaam in te richten.

Positief
Ik zeg dat met opzet omdat velen onze huidige consumptiemaatschappij – want daar hebben we het natuurlijk over – zien als de oorzaak van het materialisme en de morele oppervlakkigheid in onze samenleving.
Waarschijnlijk terecht. Maar je kan toch ook niet ontkennen dat diezelfde consumptiemaatschappij het leven ook veel gemakkelijker en ook aangenamer heeft gemaakt.
Bovendien gaat de vergelijking met het “Brood en spelen” van het antieke Rome ook niet helemaal meer op. De inspanningen van de huidige overheden hebben niet langer de uitsluitende bedoeling om de massa dom en rustig te houden en zo opstanden te voorkomen.
Onze huidige politieke partijen bijvoorbeeld hebben, hoezeer ook verschillend van visie en aanpak, allen de eerlijke bedoeling het leven van de burgers aangenamer en gelukkiger te maken.
Je kan ervan uitgaan dat ze het tenminste goed met ons voorhebben.
Nu de staat over gigantische middelen beschikt heeft hij zelfs een aantal verantwoordelijkheden overgenomen die eeuwenlang naar de Kerk werden doorgeschoven: de armenzorg, het onderwijs en de gezondheidszorg.
Eigenlijk worden wij – hoewel we nogal tegen het communisme zijn – door de staat gepamperd van de wieg tot aan het graf.
Er wordt niet alleen voorzien in onze primaire behoeften van eten en drinken, maar er wordt ook voorzien in middelen en mogelijkheden om aan al onze andere noden tegemoet te komen. Onze behoefte aan cultuur bijvoorbeeld, aan reizen, aan genot, aan ontwikkeling, carrière en succes.
Voor zowat elke nood zijn er voorzieningen opdat mensen die dat echt willen aan hun trekken kunnen komen.

Diepere honger
Maar wat moeten wij in godsnaam dan nog met Jezus?
Niets. Volslagen niets, indien Jezus alleen maar de verstrekker is van een aantal waarden en normen. Volslagen niets, indien Jezus alleen maar datgene is wat het godsdienstonderwijs er de laatste decennia van gemaakt heeft: de compleet impotente promotor van de “christelijke waarden”.
Maar dat is Jezus niet!
Jezus is diegene die ons zegt dat zelfs als onze hogergenoemde noden en behoeften volledig bevredigd worden, dat we dan nog onvoldaan achterblijven.
Omdat onze diepste behoefte van religieuze aard is.
“Gij hebt ons geschapen naar U toe”, zegt Augustinus. Onze diepste honger, of we ons daar bewust van zijn of niet, is onze honger naar God. “Hoe meer God uit onze maatschappij verdwijnt”, zegt de grote psychiater Vandenbergh, “hoe meer mensen ziek worden aan zijn afwezigheid. Zonder dat ze het beseffen”.
In de tijd van Freud waren velen psychisch ziek vanuit een verdrongen seksualiteit. In onze tijd zijn vele mensen ziek door het verdringen van God.
Modern onderzoek wijst uit dat religieus geloof aangeboren is en fundamenteel behoort bij ons menszijn. Je kan dat niet zomaar straffeloos verdringen.
“Ik ben het levende brood” zegt Jezus, “het brood van eeuwig leven”.
Echte levensvervulling is alleen te vinden als het verlangen naar God niet wordt weggeduwd.
En als je die God ook – af en toe – ervaart in je leven.
Een God die je draagt en van je houdt. En waarvan je weet dat Hij je nooit zal laten vallen, wat je ook overkomt.