Méér dan brood en spelen

Zondag 5 augustus 2018 – 18de zondag door het jaar (jaar B)

Economie, dat is de bedrijvigheid die probeert ervoor te zorgen dat de behoeften van de mensen zo goed mogelijk bevredigd worden.
Dat is natuurlijk geen academische definitie, maar ik denk dat het daar wel ongeveer op neerkomt.
Je hebt natuurlijk soorten behoeften en daar zit ook een duidelijke gradatie in.
Je hebt bijvoorbeeld de basisbehoeften aan eten en drinken waar op de allereerste plaats aan moet voldaan worden.
Een staatsbestel dat heel veel zorg draagt voor het leger of de Schone Kunsten maar er niet in slaagt zijn bevolking van het nodige voedsel te voorzien krijgt binnen de kortste keren een revolutie op zijn dak.
Vandaar dat de Romeinse oorlogsvloot bijvoorbeeld, bijna uitsluitend diende om de zeeroverij te bestrijden en ervoor te zorgen dat het graan van Egypte ongehinderd in Rome geraakte.
Want daar moest een miljoenenbevolking rustig gehouden worden.

Amusement
De Romeinen hebben nog een tweede grote ontdekking gedaan op het gebied van de staatshuishoudkunde. Ik weet eigenlijk niet of ze het zelf uitgevonden hebben, maar ze hebben het in ieder geval als eersten op grote schaal en met groot succes toegepast: het inzicht namelijk, dat je als overheid niet alleen voor brood moet zorgen maar ook voor amusement. Je moet de mensen ook bezighouden. Het moet ook allemaal een beetje plezant zijn.
Misschien kan je dat “Brood en spelen” van de Romeinen naar onze tijd toe als volgt vertalen. De overheid moet er niet alleen voor zorgen dat er voldoende werkgelegenheid is. Ze moet ook de organisatie van muziekfestivals en sportevenementen promoten en nog duizend andere zaken meer, die moeten maken dat de mensen op een aangename manier hun vrije tijd kunnen invullen, hun geld laten rollen en daarmee ook de economie stimuleren.
Zodat er nieuw geld en nieuwe jobs gecreëerd worden en de mensen nog meer kansen krijgen om hun leven aangenaam in te richten.

Positief
Ik zeg dat met opzet omdat velen onze huidige consumptiemaatschappij – want daar hebben we het natuurlijk over – zien als de oorzaak van het materialisme en de morele oppervlakkigheid in onze samenleving.
Waarschijnlijk terecht. Maar je kan toch ook niet ontkennen dat diezelfde consumptiemaatschappij het leven ook veel gemakkelijker en ook aangenamer heeft gemaakt.
Bovendien gaat de vergelijking met het “Brood en spelen” van het antieke Rome ook niet helemaal meer op. De inspanningen van de huidige overheden hebben niet langer de uitsluitende bedoeling om de massa dom en rustig te houden en zo opstanden te voorkomen.
Onze huidige politieke partijen bijvoorbeeld hebben, hoezeer ook verschillend van visie en aanpak, allen de eerlijke bedoeling het leven van de burgers aangenamer en gelukkiger te maken.
Je kan ervan uitgaan dat ze het tenminste goed met ons voorhebben.
Nu de staat over gigantische middelen beschikt heeft hij zelfs een aantal verantwoordelijkheden overgenomen die eeuwenlang naar de Kerk werden doorgeschoven: de armenzorg, het onderwijs en de gezondheidszorg.
Eigenlijk worden wij – hoewel we nogal tegen het communisme zijn – door de staat gepamperd van de wieg tot aan het graf.
Er wordt niet alleen voorzien in onze primaire behoeften van eten en drinken, maar er wordt ook voorzien in middelen en mogelijkheden om aan al onze andere noden tegemoet te komen. Onze behoefte aan cultuur bijvoorbeeld, aan reizen, aan genot, aan ontwikkeling, carrière en succes.
Voor zowat elke nood zijn er voorzieningen opdat mensen die dat echt willen aan hun trekken kunnen komen.

Diepere honger
Maar wat moeten wij in godsnaam dan nog met Jezus?
Niets. Volslagen niets, indien Jezus alleen maar de verstrekker is van een aantal waarden en normen. Volslagen niets, indien Jezus alleen maar datgene is wat het godsdienstonderwijs er de laatste decennia van gemaakt heeft: de compleet impotente promotor van de “christelijke waarden”.
Maar dat is Jezus niet!
Jezus is diegene die ons zegt dat zelfs als onze hogergenoemde noden en behoeften volledig bevredigd worden, dat we dan nog onvoldaan achterblijven.
Omdat onze diepste behoefte van religieuze aard is.
“Gij hebt ons geschapen naar U toe”, zegt Augustinus. Onze diepste honger, of we ons daar bewust van zijn of niet, is onze honger naar God. “Hoe meer God uit onze maatschappij verdwijnt”, zegt de grote psychiater Vandenbergh, “hoe meer mensen ziek worden aan zijn afwezigheid. Zonder dat ze het beseffen”.
In de tijd van Freud waren velen psychisch ziek vanuit een verdrongen seksualiteit. In onze tijd zijn vele mensen ziek door het verdringen van God.
Modern onderzoek wijst uit dat religieus geloof aangeboren is en fundamenteel behoort bij ons menszijn. Je kan dat niet zomaar straffeloos verdringen.
“Ik ben het levende brood” zegt Jezus, “het brood van eeuwig leven”.
Echte levensvervulling is alleen te vinden als het verlangen naar God niet wordt weggeduwd.
En als je die God ook – af en toe – ervaart in je leven.
Een God die je draagt en van je houdt. En waarvan je weet dat Hij je nooit zal laten vallen, wat je ook overkomt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s