Gestorven voor ons

Zondag 4 november 2018 – 31ste zondag door het jaar (jaar B)

Je kan bijna niet anders dan meewarig glimlachen als je voor het eerst te horen krijgt dat de Joodse wetgeving naast de 10 geboden, niet minder dan 248 andere geboden en 365 verboden kende. Je kan daar inderdaad om lachen, maar dan sta je niet stil bij het feit dat dit gewoon peanuts is vergeleken bij onze eigen situatie. Denk maar aan de enorme hoeveelheid wetten die ieder jaar door ons parlement gejaagd wordt, waardoor onze wetgeving zo gigantisch uitgebreid geworden is dat advocaten zich moeten specialiseren omdat geen van hen het geheel nog onder de knie krijgt. En dan hebben we het nog alleen over de Belgische wetgeving, want je hebt ook nog de Europese wetten en verordeningen en daarnaast ook nog het internationaal recht.

Gereglementeerd
Ook in het alledaagse leven worden wij voortdurend geconfronteerd met een massa reglementen, geboden en verboden. Zonder dat wij er veel erg in hebben, wordt eigenlijk ons hele leven gereglementeerd, binnen de lijntjes gehouden. Denk aan het verkeersreglement, de arbeidsreglementen, schoolreglementen, huishoudelijke reglementen, reglementen van inwendige orde, statuten van verenigingen, spelregels in de sport. Je staat perplex (en ik dank voor de opsomming H. Laridon-homiletische suggesties) als je ziet hoezeer ons leven. . . gereglementeerd is. En al deze wetten en reglementen zijn goedgekeurd. Mensen beseffen dus dat ze nodig zijn. Dat ze er niet zijn om ons te pesten maar juist om de goede gang van zaken te bevorderen. En ineens zie je dat de Joden met hun 613 geboden en verboden er nog heel “goedkoop” van afkwamen. Dat het wettelijke kader alleen maar uitgebreider en ingewikkelder wordt naarmate de maatschappij complexer wordt. En onze huidige samenleving is oneindig veel complexer dan de Joodse in Jezus’ tijd.

Jezus
Maar beide, zowel de 613 regels bij de Joden als de tienduizenden wettelijke rode lichten, knipperlichten en groene lichten in onze tijd, dienen hetzelfde doel: orde brengen in het maatschappelijk leven en precies daardoor mogelijkheden scheppen voor een goed en gelukkig leven voor individuen en voor groepen. Dat is het doel. Jezus echter herleidt, voor hetzelfde doel, het gelukkig leven van de mens, heel dat onontwarbaar lijkend kluwen van regels en geboden en verboden tot twee geboden: Bemin God. En bemin je naaste als jezelf. “Doe dat”, zegt Hij, “en je zult leven”. D.w.z. echt leven, ten volle leven, gelukkig zijn. Wat die tweede aansporing betreft: je naaste beminnen als jezelf, kost het niet veel moeite om de link te zien met ons eigen geluk. Op Allerheiligen zagen we nog dat onze diepste kern weet heeft van God en dus eigenlijk niet anders wil dan liefhebben. En dat wij bijgevolg alleen maar volheid van leven bereiken als wij een bestaan leiden dat in harmonie is met dat verlangen naar liefdevol omgaan met anderen, diep in ons.

Hoe?
Maar hoe kan je nu in godsnaam God beminnen? Zo evident is dat toch niet.
Je kan bijvoorbeeld wel enthousiast opgaan in een documentaire over de kosmos, gefascineerd zijn door de wetenschap: de wiskunde, de scheikunde, de natuurkunde en door hun onderwerp: de wonderen van de schepping. En dat heeft natuurlijk allemaal te maken met God, maar God is het niet. En dat geldt ook voor muziek, een zonsondergang, de glimlach van een kind. . . Daar kan je van houden en stellig heeft dat allemaal te maken met God, maar God is het niet. Als God door ons echt wilde bemind worden, dan had Hij daarvoor maar één mogelijkheid: zich aan ons laten kennen in een mens. Als God kon Hij dat en deed Hij dat ook. Vandaar de Menswording. En de mogelijkheid voor ons om Hem te beminnen in Jezus.

Probleem
Eén grote moeilijkheid daarbij: Jezus heeft zelf gezegd dat Hij zich vereenzelvigt met alle mensen die onze hulp en onze liefde nodig hebben. Ik zal wel de laatste zijn om dát te willen wegmoffelen, het is zowat het koninginnenstuk van het christelijk geloof: dat je je liefde voor God toont in het houden van zijn mensen. Maar ondertussen blijft het eerste gebod er staan als een huis. Het eerste gebod wordt m.a.w. niet overbodig gemaakt door het tweede! Immers, je toont je liefde voor God wel in het houden van zijn mensen, maar hoe kom je er nu toe om te houden van God, van Jezus? Ik denk dat wij dringend terug één van de hoekstenen van het christelijk geloof vanonder het stof moeten halen. Iets wat altijd centraal gestaan heeft in het christendom en dat nu wel helemaal verdrongen lijkt door christelijk activisme en de ijver voor de christelijke waarden: Het besef namelijk dat Jezus Christus gestorven is opdat ik ten volle zou kunnen leven. Dat door zijn lijden en sterven wij op één of andere manier in het reine gekomen zijn met God. “Op één of andere manier”, inderdaad. Want hoe dat precies werkt, daar zijn vele theorieën over, maar die zijn niet belangrijk. Belangrijk is dat wij terug doordrongen geraken van het besef dát Hij zijn leven gegeven heeft voor ieder van ons. Voor u en voor mij.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s