Christus Koning

Zondag 25 november 2018 – 34ste zondag door het jaar (jaar B) – Feest van Christus Koning

Koningen en keizers in Jezus’ tijd waren, naar onze normen, stuk voor stuk tirannen. Zelfs heersers die in de geschiedenis te boek staan als intelligente bestuurders met visie en inzicht, traden zeer brutaal en wreedaardig op als het belang van de Staat dat vereiste. En dat belang van de Staat viel merkwaardig genoeg altijd naadloos samen met het persoonlijk belang van Zijne Majesteit.
Voordat u mij nu gaat verdenken van republikeinse dweperij, wil ik er onmiddellijk aan toevoegen dat ik met genoegen het serieuze onderzoek gelezen heb van een VRT-journalist, waaruit blijkt dat veel opwerpingen tegen de hedendaagse monarchieën weinig gefundeerd zijn. Dat een monarchie zelfs veel voordelen heeft t.a.v. andere systemen. Dat ze, om te beginnen al, ons minder kost dan een presidentieel systeem, in tegenstelling tot wat velen denken. Maar in Jezus’ tijd was een koning, bijna per definitie, een tiran.

Pilatus
Juist daarom is het “gesprek” tussen Jezus en Pilatus zo interessant. Pilatus was iemand die met ijzeren hand het gezag van Rome handhaafde in één van de meest opstandige provincies van het Rijk. Toen hij – zwaar tegen zijn zin overigens – benoemd werd in wat hij noemde “het land van geiten en Jehova’s”, was hij vast van plan de aandacht van de keizer te trekken door meedogenloos streng op te treden. Het feit dat Jezus’ aanklagers Hem ervan betichtten koning te willen zijn, wekte uiteraard onmiddellijk argwaan bij Pilatus. Maar nadat Jezus hem had uitgelegd welk soort koningschap Hij bedoelde, verloor de Romein meteen elke belangstelling. Dit was geen terrorist zoals Barabbas, zelfs geen religieuze fanaticus zoals de Essenen, geen partizaan zoals de Makkabeeën. Jezus was voor Pilatus gewoon zoals Judas hem 2 000 jaar later zou noemen in “Jesus Christ Superstar”: a misguided martyr, een dwaas eigenlijk, ongevaarlijk, oninteressant. Wist hij veel dat het gemartelde hoopje ellende dat voor hem stond een man was die de harten van de mensen zou blijven beroeren, eeuwen nadat er van het Romeinse Rijk geen sprake meer was.

Rijk Gods
Het mag duidelijk zijn dat het koningschap waar Jezus het over heeft van een heel andere orde is, lichtjaren verwijderd van datgene wat Pilatus zich daarbij voorstelde: macht en onderdrukking, uitbuiting en oorlog. In het koninkrijk van Jezus, het koninkrijk van God, wordt juist alles geweerd wat mensen pijn doet, onderdrukt, tot slaven maakt. In het Rijk van Jezus regeert de menselijkheid en is alles erop gericht om mensen tot leven te brengen, en gelukkig te maken.
Als wij vandaag het feest van Christus Koning vieren, als wij zeggen dat Christus onze Koning is, dan gebruiken wij een oeroude titel om iets aan te duiden dat totaal nieuw is en compleet revolutionair. Dan zeggen wij immers dat diegene op wie wij ons leven richten, alleen maar liefde en goedheid uitstraalt. En dat hij van ons precies hetzelfde verwacht. Zeggen dat Jezus onze koning is, wil zeggen dat wij alles willen doen opdat zijn Rijk van vrede en gerechtigheid gestalte krijgt onder de mensen. In Jezus’ Rijk leven mensen voor mensen, wordt recht gedaan aan al wie op sukkel is en niet geteld wordt. Vallen diegenen die in de ogen van de wereld de eerste en de hoogste zijn, maar zelden in de prijzen.
Het is een Rijk waarin wij de razernij van ons ego aan banden leggen en openkomen voor Jezus’ evangelie van er-zijn-voor-elkaar.

Geloofsverdieping
Dat is niet gemakkelijk en zeker niet vanzelfsprekend voor ons. En daarom, ik heb het daar de laatste tijd wel vaker over gehad, daarom is het zo nodig om een hechte relatie op te bouwen met God en met Jezus. Dat klinkt misschien hoogdravend: een relatie opbouwen met God en met Jezus. Misschien. Maar het is de enige weg om de grazige weiden van het cultuurkatholicisme te verlaten en te komen tot echt en diep geloof. Een geloof waarbij je terug meer gaat bidden en scherper gaat kijken naar jezelf en naar alles wat er gebeurt in de wereld. Een geloof waarin God van een vaag principe een levende Werkelijkheid wordt in ons bestaan en Jezus een dierbare vriend voor het leven. Er moet terug een echte gebedscultuur komen onder christenen. En bidden is meer dan alleen maar kaarsen branden en van alles willen bekomen van God. Bidden is op de eerste plaats stil worden en luisteren. Want God heeft óns iets te vertellen.

Godsrelatie
Onze Kerk en onze parochies moeten terug gedragen worden door gelovige, biddende mensen. Er is niet alleen een gebrek aan priesters. Er is ook een gebrek aan gelovigen. Er is ook en vooral het verschrompelen van het draagvlak van echt godverbonden gelovigen.
Wij zijn praters geworden en ook wel doeners, maar wij zijn geen bidders meer, geen mensen meer voor wie Jezus een metgezel is, een vertrouwde vriend.
En dat is nochtans méér nodig dan de afschaffing van het celibaat, de vrouw in het ambt of onze aanwezigheid in de sociale media. Want al die dingen zijn boter aan de galg als gelovigen niet eerst terug een echte relatie aangaan met God.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s