Kostbaar in zijn ogen

Maandag 24/dinsdag 25 december 2018, Kerstmis (jaar C)

Ik moest vroeger niet zoveel hebben van Johannes de Doper. En het was niet zozeer het excentrieke aan hem dat mij stoorde, want ach, als je jong bent hebben juist excentrieke figuren vaak iets aantrekkelijks. Het was vooral zijn gestrengheid, het vermanend toontje van meneer, dat mij niet aanstond. Zeker als je het vergelijkt met het begrip en de zachtmoedigheid van Jezus. Johannes leek mij een typisch oudtestamentische figuur, die verdwaald was in het Nieuwe Testament en daar ook helemaal niet thuishoorde. Pas veel later ben ik gaan begrijpen dat Jezus ook niet altijd zo zachtmoedig uit de hoek kwam en dat, anderzijds, Johannes best ook wel eens een wat meer gematigde toon kon aanslaan. Ik had geleerd dat ook mensen uit één stuk niet noodzakelijk altijd op dezelfde stereotype en voorspelbare manier praten of reageren. Pas met het volwassen worden leer je dat.

Menselijk
Johannes komt in de lezing van vandaag inderdaad heel begrijpend en gematigd over. Verschillende mensen en groepen van mensen vragen hem: “Wat moeten wij doen?” En wat Johannes van hen vraagt is heel doenbaar.
Wat hij hun vraagt, is gewoon een beetje menselijk te zijn. Hij houdt hun geen al te hoge idealen voor, verwacht van hen geen revolutionaire daden. Gewoon: menselijk zijn. Aan soldaten bijvoorbeeld vraagt hij niet van job te veranderen, want dan zouden zij gewoon vervangen worden door anderen. Maar hij vraagt om ook niet meer dan hun job te doen: niet te plunderen, de burgers gerust te laten, hun positie niet te misbruiken. Wij moeten m.a.w., uit onszelf, geen heiligen zijn. Met de nadruk op “uit onszelf”. Want wat verder zal blijken dat een soort volmaaktheid bereiken wél het uiteindelijke doel is. Maar van ons wordt niet verwacht dat we dat uit onszelf zullen klaarspelen. Als we dat zouden proberen, dan merken we al vlug dat we moeizaam zitten te timmeren aan een onbarmhartig moeilijke weg. Dan raken we ontmoedigd en uiteindelijk geven we het op.

Voorbereiding
Maar Johannes stelt geen hoge eisen, hij stelt ons integendeel gerust. Het grote werk, de nieuwe schepping zal pas aanvangen bij de komst van Jezus. Die zal ons dopen met vuur. Johannes zelf doopt met water, hij wil dat wij ons reinigen, voorbereiden, klaarmaken voor Jezus’ komst. En dat voorbereiden bestaat niet uit buitenissige versobering of uit heldhaftige zelfverloochening. Neen. Wat Johannes vraagt ter voorbereiding van Jezus’ komst, is wat meer menselijkheid. Ons afkeren van onze natuurlijke gerichtheid op onszelf en ons toekeren naar de anderen, vooral naar diegenen die ons het meest nodig hebben. Dat is meteen ook de reden waarom deze derde zondag van de Advent de Gaudete-zondag, de vreugdezondag wordt genoemd. En die vreugde vindt zijn oorsprong in het besef dat, wat onze bijdrage betreft, het allemaal doenbaar is. Er worden van ons geen onmogelijke zaken verwacht.

Jezus
Maar, bij deze geruststelling stopt het natuurlijk niet. Als hiermee de kous af zou zijn, dan was ons geloof een erg gezapig en burgerlijk geloof, een geloof van goede huisvaders, oppassende echtgenotes en brave kinderen. Maar dat is het natuurlijk niet. Dat kán niet het geloof zijn dat als een storm over het Romeinse Rijk zou gaan en zonder macht of communicatiemiddelen in een minimum van tijd de wereld zou veroveren. Er moet meer zijn dan alleen maar dat. En dat meer, dat is Jezus. Ik doop met water, zegt Johannes, maar Hij zal u dopen met vuur. Hij zal meer van ons durven vragen, ons bij manier van spreken uit ons kot jagen en maken dat wij onszelf overstijgen.

Wijsheid
Wanneer Jezus in ons mag mens worden, wanneer zijn geest ons mag bezielen, zullen wij automatisch onze grenzen verleggen. Dan zullen wij meer en meer liefdevolle mensen worden, die méér doen dan het gewone, verder gaan dan het burgerlijk fatsoen. Merk de tegenstelling op met de in die tijd meest eerbiedwaardige filosofische stroming, die van de Griekse Stoa. Volgens die leer moest je de innerlijke vrede betrachten door je verstand te laten heersen over je emoties en op die manier rust en perfectie nastreven. Eerbiedwaardig inderdaad, maar nogal erg individualistisch, nogal erg bezig zijn met jezelf. Het christendom daarentegen wil van ons geen stoïcijnse, emotieloze wezens, maar juist liefdevolle mensen maken. Het wil van ons niet op de eerste plaats “wijze” mensen maken, maar wel mensen die hun geluk vinden in het liefdevol omgaan met anderen. En terwijl je dat doet, merk je dat die christelijke manier van leven helemaal samenvalt met het diepste verlangen in jezelf. En bijgevolg de ultieme wijsheid is. Zij het dan een wijsheid die ons ook kwetsbaar maakt. Want liefde doet dat.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s