Moeilijk gaat ook

Zondag 13 januari 2019, Doop van de Heer (jaar C)

Wij kijken tegenwoordig anders naar kunst dan tijdens de voorbije eeuwen. Onze waarderingscriteria zijn anders. Kunst moet blijkbaar niet langer mooi of aangenaam zijn of getuigen van talent en vakmanschap. Kunst moet op de eerste plaats “vernieuwend” zijn, “baanbrekend”, “grensverleggend”. En zo komt het dan dat je soms naar een schilderij of een beeldhouwwerk moet kijken waarbij je onmiddellijk voelt dat inderdaad nooit eerder iemand er in slaagde zo iets lelijks op de wereld te zetten. En in die zin is dat natuurlijk “grensverleggend”. Maar dat blijkt dus juist de kracht van het stuk te zijn.

Menswording
Iets dergelijks begon zich ook voor te doen in de verkondiging, al van in de jaren 80 toen ik nog priesteropleiding volgde. Vroeger probeerde de theologie het christelijk geloof inzichtelijk en aanneembaar te maken voor elke nieuwe tijd, voor elke nieuwe generatie met haar eigen vragen, gevoeligheden en problemen. Ineens bleek dat ouwe koek te zijn en hopeloos voorbijgestreefd. Het was plots niet langer zo, dat geloofspunten werden uitgediept en de presentatie en vormgeving ervan werd aangepast aan de tijd: de geloofspunten zelf werden ontleed, gefileerd en uiteindelijk plat geredeneerd en afgevoerd.
Neem nu de goddelijkheid van Christus. Toch een centraal punt in ons geloof. God die zich laat kennen in een mens. Mensen van deze tijd hebben het daar moeilijk mee: ze hebben langer gestudeerd en kijken daar veel rationeler
tegenaan dan de mensen vroeger en ze schrijven zoiets vlugger af als een mythologische voorstelling. Het is echter de taak van de verkondiging om i.p.v. alles te relativeren, de mensen van onze tijd duidelijk te maken dat die menswording, God die zich laat kennen in een mens, helemaal niet zo irrationeel is als het misschien lijkt. We geloven toch ook dat het de bedoeling is dat God steeds meer mens wordt in ons. Dat wij in ons eigen leven God steeds meer gestalte geven, zodat mensen aan ons iets van God beginnen te vermoeden. Waarom zou dat dan niet in 1 mens op volmaakte wijze kunnen gebeurd zijn: een mens, Jezus Christus, die zo totaal openstond voor God dat, in Hem, God werkelijk onder ons kwam.

Kan niet
Hier ligt de taak van theologie en verkondiging. Niet: afkomen met allerlei “slimmigheden” zoals: dat de Joden iedere voortreffelijke Jood “zoon van God” noemden en dat het dus een vergissing is daar méér achter te zoeken. Dat Jezus een geweldige mens was, een bijzondere profeet en een groot leraar.
Maar dat is gewoon onzin. Iemand die van zichzelf zegt: “Wie mij ziet, ziet de Vader”. En “Ik en de Vader, wij zijn één”, die kan onmogelijk een groot leraar zijn. Die is ofwel volslagen gek, ofwel wie Hij zegt te zijn: een tussenweg is niet mogelijk. Bovendien, iemand die de dingen van mij vraagt die Hij van mij vraagt, en voor wie ik allerlei dingen doe en laat omdat Hij het vraagt, moet wel God zijn, want anders ben ik gek als ik Hem volg. Ik bedoel: geen enkele mens – hoe groot en edel ook – moet zulke dingen van mij vragen.
Want mensen – hoe groot ook – vergissen zich. En ik ga niet het gevaar lopen heel mijn leven te vergooien aan een vergissing.

Gemakzucht
Wanneer in onze tijd belangrijke geloofspunten door diegenen die het geloof moeten doorgeven zo sterk gerelativeerd worden dan heeft dat, denk ik, waarschijnlijk meer te maken met gemakzucht dan met kwade trouw. Het bespaart je tenslotte veel hoofdbrekens als je tegen een jongere van vandaag zegt dat Jezus een groot leraar en een geweldige mens was, i.p.v. dat je zo’n jongeren probeert uit te leggen dat Jezus én God, én mens was, op een manier dat ze het vanuit hun jeugdige en hedendaagse ingesteldheid onmiddellijk inzien. Dezelfde neiging om te relativeren uit gemakzucht vinden we natuurlijk ook terug in ons eigen leven. En meer bepaald in de mening dat we ook geen uitslovers moeten zijn. Vorige week had ik het nog over het feit dat velen die zich christenen noemen, het in onze dagen allang goed vinden als ze binnen de grenzen van de wet blijven, als ze geen wetten overtreden. Als ze doen wat wettelijk moet en laten wat wettelijk niet mag.

Uitdaging
Maar Christus vraagt van ons veel meer dan alleen maar dat. Christus vraagt van ons niet dat we fatsoenlijke burgers zouden zijn die braafjes in het gareel lopen en zorgvuldig binnen de lijntjes kleuren. Hij vraagt van ons juist iets buitensporigs: Hij vraagt dat wij volmaakt zouden zijn. Hij eist van ons dat we niet tevreden zouden zijn met brave-burger-spelen. Hij daagt ons uit tot meer, Hij jaagt ons op: je kan het! Ik herinner mij hierbij een beeld van C.S. Lewis.
Het is voor een ei misschien wel moeilijk om in een vogel te veranderen, maar het zou nog heel wat moeilijker zijn te leren vliegen terwijl het een ei blijft.
Wij zijn misschien ook een soort ei. Je kan niet onbeperkt gewoon een fatsoenlijk ei blijven. Als je wil worden zoals je bedoeld bent, moet je uitkomen en vliegen. Of anders bederven. Een compromis is hier niet mogelijk.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s